Echt talent komt steeds bovendrijven. In het geval van Native American Lisa LaRue, hier met haar project 2KX, heeft het wel tot het vijfde album geduurd. Waarom horen we met ‘Fast and Blue’ pas nu van haar weergaloze talent?
Van een gewaagde start gesproken: de luisteraar wordt eerst blootgesteld aan een minutenlange expositie van door etnische en klassieke muziek beïnvloede sonoriteiten. Dit klinkt als filmmuziek. Pas na tien minuten wordt duidelijk waar dit allemaal naartoe zal leiden en ontwikkelt zich een echte song waaruit een hechte eenheid spreekt. Haar spectaculaire ensemblespel met stickman Don Schiff (Rocket Scientists), gitarist Steve Adams en drummer Merrill Hale ondersteunt nu duidelijk het thema van Prometheus, die het vuur van de Olympische Spelen stal en het aan de mensen gaf.
Dit is dus onversneden prog: mythologische verhaalstof wordt gekoppeld aan een hoge dosis bizarre, instrumentale kronkels waarbij Lisa LaRue opvalt als een eigengereid toetsenist die haar inspiratie heeft opgepikt bij de klassieke meesters, vooral dan Keith Emerson. Benijdenswaardig hoe ondanks de virtuoze uitspattingen (Ryo Okumoto van Spock’s Beard voegt extra toetsen toe) de rode draad hoorbaar blijft. Nooit heb je het gevoel dat men niet weet wat men aan het spelen is.
Met het akoestische Tryptich wordt teruggegrepen naar de intro van het album. Het drieluik etaleert de talenten van cellist Mike Alvarez, Steve Adams op klassieke gitaar en LaRue op piano. Erg mooi en zeker geen albumvuller.
Jam Jehan Nima laat opnieuw zeer symfonische rock horen met oosterse en folkmotieven, soms in de buurt van Iona. Vindingrijke arrangementen verraden een bijzondere aanleg voor originele invalshoeken. De band (aangevuld met sologitarist Mitch Perry) laat je hier trouwens zowat alle hoeken van het rockuniversum zien/horen zonder dat het verwarrend of vervelend wordt. Doe het maar eens na.
Zelf een Cherokee uit Oklahoma, wordt LaRue persoonlijk met Lament Of The Cherokee/Ruins Of Home. Aangezet door een cello groeit dit uit tot een dramatisch hoogtepunt, genre Kansas en Proto-Kaw. Het titelnummer vervolgt in dezelfde trant en mede dankzij de bij de lurven grijpende zang van John Payne (Asia) zit je een tijdje op een emotionele rollercoaster. Op Recurring Dream – nog zo’n geweldige ballad – vindt hij een tegenstem in Michael Sadler, waardoor het album in zijn slotakkoord onverwacht een “touch of Saga” meekrijgt.
1 reactie
Nieuwe reactie inzenden