Steve Hackett Rails

Wolfwork Records
Steve Hackett
Als we één conclusie kunnen trekken uit ‘Rails’ – een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre sinds 1971 – dan is het dat Steve Hackett, van alle Genesis-alumni, muzikaal de meest consistente is geweest. Gewapend met zijn symfonische gitaarmuur bleef hij trouwens het dichtst bij de artistieke erfenis van Genesis, tenminste als we de cesuur mogen trekken na ‘Wind And Wuthering’ (1977), het laatste klassieke album van het Engelse instituut.
De post-Hackett-lp's tot en met ‘Duke’ (’80) haalden nog het oude niveau, maar daarna ging men resoluut de poprichting uit, onder invloed van Phil Collins’ bloeiende solocarrière en (vooral!) liedjesschrijver Tony Banks. Die laatste bracht met de regelmaat van een stipte NMBS-trein instrumentaal werk van ongelijk niveau uit. Van het middle-of-the-road vehikel van Mike Rutherford (Mike and the Mechanics) viel al helemaal niks spannends te verwachten. Alleen Peter Gabriel bleek een echt vernieuwende artiest, al lijkt ook hier het beste al een tijd achter de rug.
Maar Hackett blijft verbazen, vorig jaar nog met het uitstekende ‘Out Of The Tunnel’s Mouth’. Goed idee om hiermee op tournee te gaan. ‘Rails’ is het verslag van zijn Train On The Road Tour die hem en zijn superieure begeleidingsband langs de stations van Parijs, Londen en New York bracht.  Als de laatste vooraf opgenomen noten van Last Train To Instanbul uitgestorven zijn, slaat meteen de vlam in de pijp met publiekslieveling Every Day. Hacketts swingende gitaarsolo’s en de ronkende bas van Nick Beggs (Kajagoogoo) brengen de zaal op temperatuur.
Wordt vervolgd met een selectie uit het jongste studioalbum. Fire On The Moon steunt op de tegenstelling tussen engelachtig gepingel en hymnische bombast. Zoals de titel aangeeft valt Emerald And Ash uiteen in twee delen. Emotie krijgt eerst de overhand terwijl de instrumentale klasse vooral spreekt uit het subtiele arrangement. De orkestrale epiloog is een opstapje naar Ghost In The Glass, dat het beste van beide werelden samenbrengt.
Een sleuteltrack uit Hacketts repertoire is ongetwijfeld Ace Of Wands, met zijn exemplarische ensemblespel verplicht studievoer voor elke (prog)muzikant in wording. Ook The Steppes is een winnaar in deze idiomatische uitvoering: stuwend drumspel van Gary O’Toole, de krolse bas en de arctische melodieën van gitaar en mellotron. Slogans en Tubehead zijn al even naadloos afgelijnde parels van compositie waarin Hackett en Beggs verschroeiend uithalen. Het tegenwicht komt van Serpentine met bijzonder fraaie samenzang en sax- en fluitspel om door een ringetje te halen.
Op de tweede schijf wordt een feestje gebouwd: een uur meeslepende, symfonische gitaarmuziek uit de indrukwekkende back catalogue van de man solo en zijn oude broodheer. Met een lovenswaardige combinatie van discipline en pyrotechnisch spelplezier volgen ze elkaar op: Spectral Mornings, Blood On The Rooftops (met een opvallende interpretatie van Collins’ originele zanglijn), The Lamb Lies Down On Broadway. De instrumentale krachttoer in Los Endos en Clocks bereikt zijn climax in een massieve drumsolo.
Weinig artiesten weten het evenwicht tussen emotie en virtuositeit op dit topniveau te handhaven. Zei men van Peter Gabriels vertrek eertijds dat Genesis zijn brein verloor, dan ging met Hacketts ontslag in ’77 het hart van de band teloor. Deze live-dubbelaar legt hiervan nog eens krachtig getuigenis af.

09 Februari 2011
Christoph Lintermans

Meer over deze artiest


Aanraders