Sinds enkele jaren is Steven Wilson een household name in de muziekwereld: het brein achter Porcupine Tree, maar ook de bezieler van talloze andere projecten. Met ‘Insurgentes’ levert hij zijn eerste volwaardige soloplaat af, en naast zijn vertrouwde geluid legt hij daarbij ook weer nieuwe experimentele invloeden op de balans. Zoals in de alchemie kan zo’n nieuw mengsel in mislukking uiteenspatten, maar Wilsons formule creëert edelmetaal van de zuiverste soort.
Op ‘Insurgentes’ presenteert Wilson aan het grote publiek voor het eerst zijn liefde voor drones, noise en bevreemdende stream of consciousness-lyrics. In essentie zouden de meeste nummers niet misstaan op zijn toegankelijkere platen, maar de brutale wendingen komen aan als een harde, lederen voetbal bij vriesweer. Harmony Korine vertoont dan wel de gekende Porcupine Tree-sound, maar barst tegen het einde toch uit in een atypische wall of noise.
Ook
Abandoner wordt onverwacht beëindigd door een angstaanjagende drone die komaf maakt met de onderkoelde, licht pulserende sfeer.
Get All You Deserve gebruikt hetzelfde procedé, maar is door zijn onconventionele maatsoort toch weer helemaal anders.
In schril contrast daarmee staat het nummer Insurgentes, een zweverige pianosong waarin de koto (een Japans snaarinstrument) een hoofdrol vertolkt. Significant Other benadert dan weer het best de gewone popsong, al durft ook dat nummer te misleiden.
Een eerste hoogtepunt op ‘Insurgentes’ is het nummer
Salvaging. Geleidelijk aan ontvouwt zich een beukende gitaarrif waarvan het ritme na een filmisch orkestraal middendeel hernomen wordt, maar dan met het einde der tijden in het achterhoofd.
No Twilight is een tweede uitschieter, vooral door zijn sterke asymmetrische structuur. Improvisatie voert de boventoon zonder tegen de grondlaag af steken.
In essentie is dit het werk van één man, maar de talrijke gastmuzikanten maken het geheel pas echt af. Een speciale vermelding krijgt drummer Gavin Harrison, die zowel de taal van de metal als die van de jazz beheerst.
Wilson heeft duidelijk een bepaald geluid voor ogen. Eén voor één balanceren de nummers op de as tussen schoonheid en bruut geweld. De diversiteit op ‘Insurgentes’ lijkt bovendien een spiegel van Wilsons eigen smaak – sla zijn MySpace er maar eens op na! – en opvallend is de constant hoge kwaliteit van de plaat. ‘Insurgentes’ heeft alle kwaliteiten om niet onopgemerkt voorbij te gaan. Mogelijk verdient Wilson eindelijk zijn rechtmatige plaats in het pantheon der eclectische loners.