Ze startten als een duo gitaristen (Jan Evenepoel en Sim Van Thienen), maar ondertussen groeiden ze aan tot een kwartet met ook Lotte De Troyer (percussie) en Pieterjan Seaux (basgitaar en gitaar) in de rangen. Hun naam haalden ze uit Roman Song van Elliot Smith, hun sound uit een blik melancholie van de bovenste plank. Drie jaar na een tweede plaats op Rockvonk is er een ep met zeven eigen songs en met dé vlag om de lading te dekken: ‘Seven Song EP’.
Het is haast griezelig hoe de stem van Jan Evenepoel lijkt op die van Andy Cabic van Vetiver in de openingstrack Five Times. De song is als een truffel uit het midden van het bos: heel subtiel met een heel palet aan smaken. Wanneer Lotte mee mag zingen over haar zoete percussie en de klagende lapsteel, tilt ze deze track naar een nog hemelser niveau.
Af en toe gaat het er iets steviger aan toe zoals in Neon Light en Wide Lines, waarin de gitaren een grotere rol spelen. Maar verwacht niet dat je van je sokken wordt geblazen. Het blijft bij een herfstbriesje, dat de laatste bladeren van de bomen rukt.
In Old Road en Ukelele Song wordt er lieflijk getokkeld op respectievelijk gitaar, banjo en jawel, ukelele (verrassing!). Maar de hoofdprijs in dat laatste nummer gaat toch naar de warme trompet. De vreemde combinatie van ukelele en koper bewaart het herfstige karakter van de muziek.
In Red Eye wenen de bomen mee om een verloren liefde. Ook hier weer klinkt een zomers instrument als de banjo triest. Zelfs de zomer van Head Full Of Flames klinkt druilerig en triest, ondanks de handklapjes en de Spaanse gitaar in Summer.
Dit is louterende muziek, die je na een stressvolle dag op het werk weer helemaal rustig maakt. Even verkwikkend als een wandeling in de Ardennen, maar goedkoper dan de autorit daarnaartoe.