The Hundred in the Hands Over de drang naar structuur, de zin van geschiedenis en de angst voor karaoke

Over de drang naar structuur, de zin van geschiedenis en de angst voor karaoke
The Hundred in the Hands

Eleanore Everdell en Jason Friedman leren elkaar kennen op tournee, als leden van eenzelfde band. Tijdens de ellenlange busritten ontdekken ze dat hun muzieksmaak op elkaar afgestemd lijkt te zijn, waarop ze besluiten om samen een groep te beginnen en de studio in te duiken. Tot zover de ontstaansgeschiedenis van The Hundred in the Hands. Groepshelft Jason Friedman (gitaar, baas, beats) zit er een beetje beteuterd bij. De man is nogal geïnteresseerd in geschiedenis en vindt het doodzonde dat hij slechts enkele uren op Belgische bodem verblijft. Een bezoek aan het Koninklijk museum voor Midden-Afrika in Tervuren prijkt bovenaan zijn to do-lijstje, want hij wil maar al te graag meer te weten komen over ons koloniale verleden in 'the heart of darkness'. Maar in plaats daarvan mag hij komen vertellen over hun binnenkort te verschijnen titelloze debuut, ook niet oninteressant als je het ons vraagt.

Je bent enorm geïnteresseerd in geschiedenis. Jullie groepsnaam heeft zelf ook een historisch tintje (The Hundred in the Hands verwijst naar een bloederige Amerikaanse veldslag waarbij enkele indianen een bende cowboys de pan in hakten, nvdr). Daarnaast komen er nog enkele historische feiten naar boven in jullie songs. Eigenlijk ben je een verdoken historicus?
Friedman: Dat nog net niet, maar de interesse is er wel. Dressed in Dresden heeft een link met WO II, Last City verwijst dan weer naar de allereerste atoomtesten en The Beach is gelinkt aan Mei '68. Maar het is ook het idee van herinneringen en verhalen dat belangrijk is in onze songs. Onze muziek speelt met historische verwijzingen, maar wil ook gewoon een link zijn met het nu en het einde van een generatie. We gebruiken ideeën zoals wereldoorlogen, atoombommen en apocalyptische dingen die je ook wel eens in films ziet, maar we proberen er op tijd afstand van te nemen. Het is iets waar je als artiest mee kan spelen. Het hoeft niet allemaal realiteit te zijn.

Iets wat opvalt in andere interviews is dat je vaak zegt dat jullie gewone popmuziek spelen. Maar wanneer je het album beluistert, hoor je zoveel meer. In jullie muziek weerklinkt een bonte mix van rock, electro, dance en zelfs eighties. Gewone popmuziek maakt er slechts een heel klein deel van uit.
Friedman: Oh, help! Als ik je zo alles hoor opsommen, klinkt het alsof we een soort ongebreidelde mix brengen van alle soorten muziek, zonder dat er enige structuur in zit. Alsof we precies niet kunnen kiezen. Maar wij horen die mix misschien niet meer omdat we er zo mee bezig zijn. Zelf luisteren we inderdaad naar veel muziekstijlen, dus die zullen ook wel hun stempel op ons geluid drukken. Er zitten ook heel wat invloeden uit de filmwereld in onze muziek. Sommige songs zijn opgebouwd aan de hand van filmbeelden, stills of scènes en uiteindelijk vormen die samen een mooi geheel en soms zelfs een verhaal. Als ik teksten schrijf, heb ik op voorhand vaak al een duidelijk beeld van hoe het allemaal moet klinken.

Hoe komt het dat jullie voor de zomermaanden van New York naar Londen verhuisden?
Friedman: New York is onuitstaanbaar heet tijdens de zomermaanden.(lacht) Maar daarnaast kwam het goed uit omdat we een paar Europese festivaloptredens hadden. Wat wel een beetje vreemd was, omdat niemand ons hier kende. De cd was nog niet uit, we hadden hier nog bijna niet getourd. De vorige Europese tour viel een beetje in het water door de uitbarsting van die IJslandse vulkaan. Daardoor zijn we bijvoorbeeld nooit in België geraakt. Maar eigenlijk was die verhuis gewoon uit gemakzucht, om niet steeds de grote oversteek naar Europa te moeten maken. En de zomer in Amerika is eigenlijk helemaal niet zo boeiend als hier. De scholen zijn dicht, het is er doods dus je hebt ook geen gelegenheden om op te treden. Hier heb je elk weekend om de drie dorpen een festival.

Het fenomeen festival is in Amerika nog niet ingeburgerd?
Friedman: In Amerika heb je gewoon geen festivals. Je hebt SXSW, maar dat is niet echt een festival, dat is gewoon een verzameling showcases in een stad. SXSW is eigenlijk een beetje de hel, alles gaat er behoorlijk slordig aan toe. Coachella is het enige festival dat de naam waardig is. De Amerikanen proberen wel festivals uit de grond te stampen hoor, maar de doorzetting is er nog niet. Als het regent komt er bijvoorbeeld al geen kat opdagen, terwijl hier in Europa de weien nog bomvol staan al staat het publiek bij wijze van spreken te verzuipen.

Dus het was een goede zet om even de plas over te steken?
Friedman: We zien het als een kennismaking. Zo belangrijk zijn die festivals ook niet en het is een behoorlijk hectische manier van optreden. Je wordt bijna het podium op gesmeten, moet in 1-2-3 soundchecken om dan te spelen voor een hoop mensen die net op tijd hun tent uit geraakt zijn. Festivals zijn soms wel schrikwekkend.(lacht) Maar tot zover is het eigenlijk allemaal goed meegevallen, enkel spijtig dat we niet in Brussel spelen. Maar misschien komen we eind november wel terug naar hier, na onze Amerikaanse tour.

Nu je een tijdje in Londen geleefd hebt moet je toch een beeld hebben van de Britse muziekindustrie. Hoe zit dat met het verschil tussen de veelbesproken Londense en New Yorkse muziekscenes?
Friedman: Dit is nu al onze vierde trip naar Londen en we merken toch wel dat er echt grote verschillen zijn tussen de twee steden. Het grootste verschil is er denk ik gekomen door iets wat vroeger gebeurd is. Tijdens de postpunkperiode ontstond er duidelijk een splitsing tussen Engeland en de VS. In Engeland bestormden undergroundbands plots de hitlijsten en dat creëerde een totaal ander idee van wat een band eigenlijk kon bereiken. Plots werden labels als Rough Trade groot, terwijl in Amerika bands zich nog tegen die 'industrie' bleven verzetten en er op die manier een nog grotere undergroundscene ontstond. DIY bleef een levensmotto en dat is nu nog steeds zo. Ik vind dat Amerikaanse bands nog steeds iets vuils en noisy behouden. En in Groot-Brittannië klinkt alles toch iets gladder, zelfs als bands nogal - hoe moet ik het zeggen - linksgezind zijn. Eigenlijk hebben ze in Groot-Brittannië door dat ze er ook echt geld mee kunnen verdienen.(lacht)

Jullie hebben soms een vreemde manier van werken. Zo namen jullie de ep op hetzelfde moment op als het album.
Friedman: Dat is omdat we bij Warp gewoon zoveel tijd kregen om een album te maken dat ook echt als een album moest klinken. Daardoor konden we veel proberen en hadden we op den duur echt meer dan twintig goede nummers. Het eerste idee was om de rest, die niet op het album paste, als B-sides uit te brengen. Maar uiteindelijk besloten we om ze gewoon uit te brengen op een aparte ep, zodat die ep ook een eigen identiteit had.

De songs op het album maken ook duidelijk deel uit van een geheel.
Friedman: En dat is veel minder het geval voor de nummers op de ep.

Dus zo moeilijk was het niet om de songs te kiezen die op het album moesten belanden?
Friedman: We wisten zelfs al in welke volgorde ze op het album moesten komen. Ja, soms hebben we echt wel al héél duidelijke ideeën vanbij het begin.

Het album is een goede pre-uitgaansplaat. Of denk jij daar anders over?
Friedman: Ik snap het wel, maar zou niet weten voor welk deel van de nacht onze plaat representatief is. Ik hoorde iemand anders zeggen dat de plaat een hele nacht beschreef. Ze schetst eerst de voorbereidingen van een avondje stappen, dan een nacht volledig loos gaan en dan keihard op je bek gaan met een loodzware kater. Voor de rest denk ik dat het wat afhangt van hoe luid je het volume zet. Hoe luider, hoe wilder de avond.

Dressed in Dresden was jullie eerste single, maar werd uitgebracht toen jullie nog niet bij een platenfirma zaten. Die release heeft plots wel deuren geopend.
Friedman: Er zou waarschijnlijk niets gebeurd zijn moesten we die single niet uitgebracht hebben. Die release was alleszins een goede zet. We brachten Dressed in Dresden online uit en die werd opeens opgemerkt door een Londense platenzaak die hem op 7" wou uitbrengen. Sindsdien ging de bal aan het rollen. Eigenlijk was alles 'part of a masterplan'. (lacht) Het was plezant dat we plots succes hadden en dat we gevraagd werden door labels waar we van droomden. Voor Warp werken is geweldig. Ze laten je begaan, er is geen haast bij. Alles mag en kan op je eigen ritme.

Jullie zijn niet de eerste muzikanten bij Warp die dat zeggen.
Friedman: Warp is een speeltuin. We mogen blijven puzzelen en daardoor blijf je ook groeien. In het begin stelde The Hundred in the Hands niets voor. Het waren Eleanore en ik met onze gitaren en een metronoom.

Jullie missen wel nog een drummer, niet waar?

Friedman: We proberen dat mankement met een drumcomputer op te lossen. En ik probeer ook steeds aan drummers uit te leggen hoe ik het wil en hoe het in elkaar moet zitten, want je moet toch echt wel een drum hebben om een beetje energie in een song te krijgen. Vooral live willen we graag nog een drummer meekrijgen, maar tot nu toe doen we het nog met ons tweetjes en een bakje.

Drummers zijn vaak geweldig om live bezig te zien.

Friedman: Dat is dan ook de reden waarom we er graag een mee willen tijdens onze concerten. We proberen nu wel om een speciaal live-aspect toe te voegen. We zien onszelf als een eigen soundsystem en we programmeren de beats steeds achter ons op het podium. We moeten er gewoon voor opletten dat we live niet in zo'n soort karaokesysteem vervallen. Maar die drummer zal er dus ooit wel eens van komen.

Zijn er dingen die jullie live totaal anders aanpakken?
Friedman: Sommige rustigere nummers zoals Young aren't Young, laten we live toch wat heviger klinken. Laat ons zeggen dat het al eens mag ontploffen en tijdens optredens smijten we de tempo's en ritmes van onze songs ook graag eens overhoop. Er zijn ook dingen die je live niet kan die in de studio wél konden. Nog iets, een album blijft iets vast, maar als band kan je beter worden en dat moet je live ook horen.

Je deed een heleboel festivals, vaak ook de uitgelezen kans om een pak andere bands te bekijken. Word je nooit jaloers op andere bands als je ze live bezigziet?
Friedman: Eerlijk gezegd hou ik er meer van om naar platen te luisteren dan bands live te zien spelen. Ik verveel me vaak tijdens concerten. Als toeschouwer ga ik graag achteraan staan en hou ik vooral het publiek in de gaten. Nuja, er zijn echt wel geweldige livebands en dan hang ik soms wel aan de bar met de gedachte, verdomme zo goed wil ik live ook wel zijn. Met m'n vorige band tourde ik een tijdje met The Rapture en dat is echt zo'n band waar ik live wél van sta te kijken. Bij hen klopt alles én ze krijgen het publiek steeds op hun hand. Bands als Liars en Yeah Yeah Yeahs slagen er ook goed in om tijdens optredens de energie die zij op dat moment in hun concert steken door te geven aan het publiek, en zo hoort het. Maar eigenlijk heb ik nooit zo'n dromen gehad; muziek maken en de wereld al spelend veroveren, want toen we in NY in kleine zalen speelden was er nauwelijks een verschil tussen het podium en het publiek, wat uiteindelijk wel heel charmant was. Maar hoe het ons nu voor de wind gaat, daar kunnen we alleen maar blij mee zijn, de grotere zalen nemen we er graag bij.

The Hundred In The Hands speelt op 16 november in de Charlatan in het kader van Democrazy's 'Big Next'.


12 September 2010
Sanne De Troyer

Meer over deze artiest


Aanraders