The Van Jets Over Pikachu, luxehoeren en afhaalchinees

Over Pikachu, luxehoeren en afhaalchinees
The Van Jets
Na een omstreden Rock Rally-finale in 2004 hebben The Van Jets hun debuutalbum klaar. ‘Electric Soldiers’ werd aangekondigd als een rasechte rock-'n-roll plaat en is dat naar onze bescheiden mening ook geworden. Hoog tijd voor daMusic om zanger-gitarist Johannes Verschaeve even aan de tand te voelen hierover. All rised!
“Electric Soldier Porygon” was de achtendertigste episode uit de populaire tekenfilmreeks Pokémon die geband werd van de televisie omdat kinderen epileptische aanvallen konden krijgen van bepaalde “te flitsende” beelden. Een inspiratiebron voor The Van Jets?
Goed opgemerkt! Porygon, die zich in de onbestaande cyberspace bevindt, is een constructie van Pikachu’s geest, een aaneenschakeling van “0’s and 1’s”, die hem verdedigt tegen een soort virus en hierbij de verblindende lichtstralen afvuurt. The Van Jets doen dat in Electric Soldiers eigenlijk ook. Wij vuren wij onze pentatonische toonladder af op het gehoor. Drieënveertig aanvallen in plaats van tweeënzeventig in de Pokémon aflevering. Daarna stopt het weer zodat je even kan bekomen om dan met het laatste refrein weer opgeslokt te worden in de brainstorm.
Vandaar de clip van de gelijknamige single?
Inderdaad, die gaat over het verstrikt raken in het informatienetwerk van tv, reclame, e-mails, msn, sms, gsm, myspace en dergelijke. Kortom allemaal dingen waar we enerzijds aan verslaafd zijn, maar die ons anderzijds ook compleet gek maken! In de clip zitten zelfs enkele verwijzingen naar die omstreden achtendertigste episode. In de drieënveertig flitsen in de brug kan de aandachtige kijker één van de namen lezen van een Pokémon hoofdrolspeler. Na de aanval transformeren de robotjes in andere Electric Soldiers, The Van Jets. Verder is de clip niet echt specifiek Pokémon-minded, maar stelt het eerder voor dat wij eigenlijk getransformeerde robots zijn. De clip is trouwens een creatie van David Miroir, Bart Martens en mezelf, aan tien beelden per seconde. We hebben ons geamuseerd tijdens de opnames!
En de titel van de plaat?
De albumtitel kan je veel ruimer interpreteren. We spelen elektrische muziek en zoeken ook constant onze plaats in het informatie-universum. Wij zijn dus ook Electric Soldiers, een constructie die een eigen leven leidt in het hoofd van ons publiek.
Jullie werkten voor de nieuwe plaat samen met Aaron Prellwitz (ook al aan het werk voor Death Cab For Cutie en Neil Young). Hoe zijn jullie bij hem terecht gekomen?
Eigenlijk via Pascal Deweze, de producer van onze plaat. Pascale had al eerder met hem samengewerkt voor zijn eigen band Sukilove. Aaron heeft het album gemixt. Normaal werkt hij in de Tiny Telephone Studio van John Vanderslice in San Francisco. We hoefden niet noodzakelijk een Amerikaanse mixer, maar waren benieuwd wat het zou geven. We vinden dat onze muziek, in vergelijking met vele andere Belgische bands, eerder Amerikaans klinkt dan Europees. Het klikte zeer goed met deze stevige Amerikaan, die me ergens deed denken aan Jack Nicholson. Af en toe jaagde hij me de stuipen op het lijf met: “Here comes Johnny!”. Neen, we wilden een organische sound voor de plaat, waar niet alles “gepushed” wordt zoals in vele superproducties. De combinatie Aaron - Pascal was hiervoor perfect.
Eén van de songs op de nieuwe langspeler draagt de titel Johnny Winter. Fan van deze blueslegende?
Met dit nummer zet ik iedereen blijkbaar op het verkeerde been. Het gaat over een foto die op mijn kamer hangt. Die foto is overigens ook heel even te zien in de clip van Electric Soldiers.
Buiten enkele flarden muziek en wat biografische gegevens weet ik eigenlijk niets over deze bluescowboy. Zo zing ik niet over de echte Johnny Winter, maar over de Johnny Winter die het fotootje verlaat (“He’s coming out of pictures nailed up on the wall”) en in mijn hoofd gaat leven als een icoon of een idool. Zo is het met iedere bekende mens en alle foto’s eigenlijk. Iedereen heeft zijn mening over Bush, maar weet amper meer dan wat hij ergens vluchtig gezien of horen waaien heeft.
Winter bracht tot op vandaag al meer dan twintig albums uit. Een toekomstperspectief voor The Van Jets?
Of ik twintig albums wil maken weet ik niet. Ik leef hier en nu en zal in mijn muzikale reistocht hier en daar een plaat afwerpen. We leven dus eerder van plaat tot plaat. Laat ons elkaar opnieuw spreken binnen een jaar of dertig ofzo, dan kan ik je misschien uitsluitsel geven.
Is het tweeluik: OurLove=Strong en MyLove=Dead autobiografisch?
Elk nummer op de plaat is deels autobiografisch. Het ene al wat meer dan het andere. OurLove=Strong is een kleffig zoetemondje van een nummer, een verleidelijke blik. Het gaat over het fenomeen dat je iemand op café kan kennen, maar enkel van ziens. Je kijkt alleen naar elkaar, je verleidt elkaar met het spel der blikken, zonder meer te durven. Je vraagt je af: “Wie ben jij?”, “Wat is je naam? ”, “Wat is er tussen ons?”. Dat suggestieve mysterie is zó spannend! Als je dat doorbreekt dan vervalt alles en wordt surrealiteit realiteit.
OurLove=Dead is dan weer een soort van statement. Een hulpkreet van iemand die in cynisme verglijdt. Ik wil het leven, het genot en de pijn in mijn hele lichaam voelen. Elke druppel ervan. Doch de relativering, het schouder ophalen, het cynisme doodt die liefde in me. Wat rest is de pose, de grijns: “I got no words I got no heart I got no poems Just a pose”. Ik wil niet denken over wat ik doe. Er zelfs niet over praten, het niet analyseren. Ik wil het gewoon beleven! Dat is vaak fucking moeilijk, man.

De eerste single en titeltrack Electric Soldiers uit jullie nieuwe album geniet heel wat airplay, wat ongetwijfeld veel media-aandacht met zich meebrengt. Valt dit nog te combineren met jullie andere activiteiten, of is de band een full-time job geworden?
Ikzelf en mijn broer studeren nog, al is dat niet op volle toeren. Fré vordert in toga auteursrechten en Wolf is fulltime muzikant-dopper. Tot nog toe kunnen we allen The Van Jets zonder veel problemen combineren met onze andere activiteiten. In België fulltime met muziek bezig zijn, financieel dan, lijkt me erg moeilijk. De grote heisa moet nu wel nog beginnen, dus dat wordt afwachten. Maar we zijn er klaar voor.
Over Wolfgang (Vanwymeersch, zie ook Waldorf,red.) gesproken: Hij speelt al een tijdje live mee en heeft nu ook meegewerkt aan de nieuwe plaat. Een grote aanpassing voor de band?
Ik zag Wolf eens spelen en dacht: “jij bent goed”. Het klikte meteen met de rest van de band, maar pas na enkele maanden was er sprake van een echte symbiose. Dit met een beter samenspel en sound tot gevolg. Bij Waldorf had hij al heel wat ervaring opgedaan, zowel live als songsmid maar ook als mixer. Bij de opnames van ‘Electric Soldiers’ deed hij af en toe suggesties om iets op een bepaalde manier op te nemen of te proberen. Dat was wel cool. Zelf zijn wij leken als het daar op aankomt.

Nog even terug naar de pré-‘Electric Soldiers’ periode. De Rock Rally was ongetwijfeld overdonderend voor jullie. Aan de overwinning was een vette cheque gekoppeld. Wat hebben The Van Jets met dat geld gedaan?
Het geld hebben we, buiten die luxehoeren en afhaalchinees, allemaal opgedaan aan degelijk en fancy materiaal. Enkel de Jaguar gitaar waar ik op speel is niet met dat geld gekocht. De gewonnen opnamedagen in de Tootsstudio in de VRT gebouwen hebben we gebruikt voor de opnames van onze EP. Geen cent verspild dus.
Ondertussen hebben jullie zowat overal in België gespeeld. Welk optreden blijft jullie tot hier toe het meeste bij?
Er zijn er verschillende, elk om een andere reden.
Wij zijn benieuwd …
De dag na de Rock Rally-overwinning speelden we met de nodige katers in de Krawietel, in Gent. Zonder PA, gewoon simpel en echt. Een klein café dat vol zat en waar evenveel mensen buiten bleven staan juichen en luisteren naar het optreden dan binnen. Dat was de max!
Een ander moment was de zomer die erop volgde, toen we een eerste thuismatch op de Paulusfeesten speelden. Heel het grote Vissersplein stond vol, maar dan ook echt vol en ze waren allemaal gekomen voor ons. We speelden goed en de respons was ongelooflijk. Alsof heel Oostende eens wilde zien wie die gastjes dan wel waren. Lekker!
We speelden ook eens in Toronto, Canada, in muziektempel The Kathedral, in het kader van de Canadian Music Week. Zeer coole bars en undergroundketen ontdekt daar overigens. Maar soit, waar wij moesten spelen was het verlaten en koud. Het trok eigenlijk wat op een kapel met een zeer laag plafond. We moesten ons omkleden in een kille kelder die half onder water stond en speelden voor enkele toevallige passanten en een paar journalisten. Dat was er dus ook eentje om nooit meer te vergeten.

In het kader van “Vadermoord” (27 maart, ’t Stuk in Leuven,red.) spelen jullie binnenkort een groot deel van David Bowies repertoire. Een artiest die we niet direct linken aan The Van Jets. Vanwaar deze keuze?
We zijn allemaal wel fan van Bowie, vooral in zijn periode rond The Spiders. Mick Ronson die de ene na de andere riff uit zijn mouw tovert, terwijl Bowie als androgyne alien zijn eigen “rise and fall” verkondigt. Er zit zowel veel rock-\'n-roll in als pathos, dubbelzinnigheid en “spielerei”, iets wat mij erg aanspreekt. En ja, Bowie behoort als songwriter voor mij tot de top. Je kan vast en zeker wat invloeden ervan terugvinden op onze plaat.

Kwamen er nog andere artiesten in aanmerking?
Jazeker, nog mogelijkheden waren misschien T-Rex, maar dan moet je al die vrouwenstemmen ook doen, The Stooges, Nirvana, Kiss en Thin Lizzy. Je kan er maar één kiezen hé.
Deze zomer wordt er ongetwijfeld één van vele festivals voor The Van Jets. Stel dat je carte blanche krijgt voor de programmatie van een eigen festival. Welke nationale en internationale act speelt er dan respectievelijk voor en na jullie?
Voor ons speelt Revenge 88, de legende uit Oostende. Tegen het einde van de set heeft Johnny Thunders’ (New York Dolls, The Heartbreakers,red.) dubbelganger, zanger Frank Dubbe, heel zijn garderobe uitgespeeld en heeft bassist Glenn vast één van de wijven op de voorste rij versierd met een valse blik.Na ons spelen The Yeah Yeah Yeahs. Drie individuen op een podium die een ongelooflijke sound en vision creëren. Karen O als verklede poema op de trashy en dikke gitaarsound van Nick Zinner. Kunst en punk tegelijkertijd!
Wij kijken er al naar uit, bedankt!

26 Januari 2007
Kevin Vergauwen

Meer over deze artiest


Aanraders