Net zoals de openingsavond, lieten we ook deze tweede en laatste festivaldag in de Belse Bossen op gang trekken door Belgische artiesten. De reggaeversie van Flip Kowlier lieten we graag aan onze oren voorbijgaan, maar daarna tekenden we wel present voor het optreden van Pura Vida op de Mainstage. Onder leiding van Puraman staat deze beloftevolle rootsreggaeband met elf man op het podium, en ondanks de problemen met het geluid konden ze hier bewijzen dat ze rijp zijn voor een Jamaicaanse tegenstander. Hier mogen we dan ook best wel trots op zijn.
Diezelfde Puraman ging zijn Jamaicaanse tegenstander, The Congos met name, eerder dit jaar trouwens effectief opzoeken. We zagen deze reggae-opa’s deze zomer al aan het werk in Dour en hun frontman Cedric Mython dook nu op achter één van de trommels van de Inna De Yard Allstars, die overigens ook al op Dour stonden. In de slotminuten van hun show veerde hij recht om Fisherman ten berde te brengen, terwijl de wolken steeds donkerder kleurden. Ons kippenvel kwam evenwel door de muziek en niet door de frisse temperatuur. Dat staat buiten kijf.
Daarna was het de beurt aan Lutan Fyah, de Boboshanti die hier de jonge garde kwam vertegenwoordigen. Hij zorgde voor een duidelijke ommekeer tussen het easy skanking namiddagprogramma en het stevigere werk van het avondprogramma. Met zijn rauwe stem, de tempowisselingen en krachtige tussenstukken probeerde hij de regen te verjagen. Tevergeefs. De militante vuisten werden ingeruild voor paraplu’s, maar dat kon de pret niet bederven. Integendeel, wat verderop zagen we hoe een groot zeil onderdak bood aan iedereen die eronder wou komen staan, wat uitliep in een intens regendansje. Mooi, die unity. De artiest zelf stelde echter wat teleur, vooral als entertainer dan.
Nog meer unity voor Toots & The Maytals, waarvoor opmerkelijk veel vijftigplussers een plekje voor de PA probeerden te bemachtigen. De kleine frontman Frederick ‘Toots’ Hibbert is dan ook een oude rot in het vak en nummers als Pressure Drop, Monkey Man of Funky Kingston zullen we ongetwijfeld nog aantreffen in de platencollectie van zij die een aantal decennia geleden de ska- en punkgloriejaren bewust hebben meegemaakt. De man die het reggaegenre een naam gaf met het nummer Do The Reggay was vastberaden ons hier een lesje muziekgeschiedenis te geven. Rootsreggae, bluesreggae, ska… Onze teacher kon duidelijk uit vele vaatjes tappen. Het publiek bedankte hem door in het langgerekte slotnummer 54-46 Was My Number tot ‘twelve times’ door te gaan, waar de intermezzo normaliter al ophoudt bij ‘four times’.
Terug naar jonger talent dan. Bob Marley staat bekend als the king van de reggae, Dennis Brown als the crownprince en Tarrus Riley werd hier aangekondigd als the new prince. Een titel die hij, wat ons betreft, dubbel en dik verdient. Is het niet omwille van zijn ijzersterke livereputatie, dan wel vanwege zijn nederige persoonlijkheid en de songteksten waarin hij een verheerlijking van het vrouwelijk geslacht nooit uit de weg gaat, maar insinuaties in de richting van homohaat nooit aan bod laten komen. Een uitstekende ambassadeur van het genre dus, waar een artiest als Mavado - die hier de avond voordien nog zwaar uit de bocht ging - heel wat van kan opsteken.
De hitsingles Love’s Contagious, She’s Royal en Good Girl Gone Bad volgden elkaar in sneltempo op, en ook de Michael Jackson cover Human Nature en het onderonsje met de gevierde saxophonist Dean Fraser zaten weer in deze show verwerkt. Die verschilde dan ook niet zoveel van de zaalshow die hij in februari in de Gentse Vooruit bracht, maar daar willen we niet eens moeilijk over doen.
Reggae Geel 2010 werd afgesloten met enkele legendes. Wie iets wil schrijven over Israel Vibration, moet het sowieso over de poliokliniek hebben waar Cecil ‘Skelly’ Spence, Lacelle ‘Wiss’ Bulgin en Albert ‘Apple’ Craig elkaar ontmoetten. De drie verbleven er gelijktijdig om van hun besmetting te genezen en begonnen er samen muziek te maken, met hits als The Same Song tot gevolg. In 1983 ging Apple solo, maar Skelly en Wiss staan nog steeds samen op het podium, met krukken weliswaar. Dat leverde eigenaardige taferelen op, maar het was ons natuurlijk vooral om de muziek te doen, en die kon ons niet genoeg boeien om langer dan een half uur te blijven staan. Op dit uur van de dag was dit te brave reggae, die te weinig buiten de lijntjes kleurde.
Zo’n gevoel hadden we overigens wel vaker en dus verplaatsten we ons ook op deze tweede dag af en toe nog eens naar de Bounce Dancehall. Door de grote vertraging in het programma op de Mainstage zagen we hier niet alles wat we op voorhand gepland hadden, maar we konden wel een stukje van de optredens van Vi.be-winnaars Johnny den Artiest en Collieman meepikken. Die konden meteen doorgaan voor de ontdekkingen van deze editie, waardoor we kunnen stellen dat die wedstrijd zijn doel zeker niet gemist heeft.
De eerste moest evenwel niet veel moeite doen om de tent voor zich te winnen. Selector J kon zijn enthousiasme immers met sprekend gemak overbrengen naar het publiek, dat duidelijk grotendeels uit Antwerpse vrienden bestond. Een thuismatch dus, maar dat neemt niet weg dat King Johnny behoorlijk origineel uit de hoek kwam met zijn sappige, Nederlandstalige songteksten.
De tweede deed het wel volledig op talent, geruggesteund door selector Bramma en met Sister Kim aan zijn zij. Hierboven noteerden we al dat Pura Vida onze full support verdient, maar ook dit soloproject van één van de backing vocals van die band is zeker een aanrader. Zo’n zoetgevooisde stem hebben wij immers nog maar zelden gehoord.
Drievoudig grammywinnaar Bunny Wailer moest tenslotte voor de apotheose op de Mainstage zorgen. Een show van negentig minuten is voor deze oude rasta een makkie, want hij kan hiervoor zowel puren uit zijn legendarische soloplaten als uit het materiaal dat hij destijds als één van de originele Wailers met Bob Marley en Peter Tosh maakte. Hij deed het allebei en bracht singles als Blackheart Man, Three Little Birds en Legalize It, om enkel de grootste te noemen.
Hier bracht hij een veel betere show dan op Cactus vorig jaar, maar als headliner vonden wij hem evenwel nog wat tekort schieten. Tarrus Riley had deze klus minstens even goed geklaard, maar we zullen wellicht nog even moeten wachten tot die helemaal bovenaan de affiche staat te prijken. We kunnen Reggae Geel 2010 echter zonder meer als "geslaagd" kwoteren en kijken nu al uit naar de drieëndertigste editie!
1 reactie
Nieuwe reactie inzenden