Rock Werchter 2008 Radiohead en Sigur Rós langgerekt hoogtepunt

05 Juli 2008 - Werchter Weide, Werchter
Rock Werchter 2008
Het aftakelingsproces is begonnen. De euforie waarmee Neil Young ons daags voordien de nacht instuurde maakt plaats voor een kater om “u’ tegen te zeggen. Plichtbewust kuieren we echter gedwee de weide op voor een dagje festivalgeschiedenis. Geschiedenis in de ruimste zin van het woord. Al was het maar omdat Editors het duizendste Werchter optreden spelen, Radiohead met de meest milieuvriendelijke en tegelijkertijd imposantste visuals ooit opdagen en Beth Ditto van The Gossip alle andere vrouwen die dag op het podium een poepje (zeg maar poep) laat ruiken.
Met Time to Pretend heeft MGMT alleszins één van de singles van het jaar te pakken maar Andrew Van Wyngarden en Ben Goldwasser, aangevuld met drie andere muzikanten, staan op die korte tijd ook al bekend om hun wisselvallige optredens. Ook in Werchter was dat niet anders. De New Yorkers, uitgedost als een bende hippies, deden wat van hen verwacht werd maar veel passie was er niet te bespeuren. The Youth en 4th Dimensional Transition klonken best aardig maar het waren pas de hits Time to Pretend en Electric Feel die de tent echt wisten wakker te schudden. Ook tijdens een belachelijke karaokeversie van Kids ging de tent volledig loos maar wij begrepen echt niet wat de groep hiermee wou bewijzen. Gelukkig hebben deze jongelingen nog veel tijd om zich te herpakken. Anti-helden hebben altijd een streepje voor op de daMusic redactie. Prototype van dit begrip is Beth Ditto. De lijvige frontvrouw van The Gossip beschreef zichzelf ooit als "I'm A Fat Ugly Bitch". Klopt ongetwijfeld, maar dan wel met een stem als een klok. Dit bewijst ze andermaal aan de hand van de a capella stukjes (waar Crazy van Gnarls Barkley met de nodige regelmaat de revue passeert) die ze uit haar mouw schudt tussen de nummers door. Funky ritmes, her en der een hippe beat, aangename interactie met het publiek en bovenal enkele straffe meebrullers leiden de set naar een hoogtepunt dat we kennen onder de noemer Standing In The Way Of Control. Meer van dat volgend jaar ergens bij zonsondergang in de Marquee graag. Editors hadden het voorrecht om het duizendste optreden ooit op Werchter te spelen en alsof ze het erom deden, zetten ze een knoert van een optreden neer. Wanneer Tom Smith, net als de andere bandleden in topvorm, met zijn diepe slepende stem vol overgave “I don’t think that it’s gonna rain again today” stond te zingen, zouden we het zo geloofd hebben, ook al kwam de regen toen nog steeds met bakken uit de lucht gevallen. Nog enger werd het tijdens The Racing Rats: “If a plane were to fall from the sky, how big a whole would it leave”. Stof tot nadenken wanneer er net een vliegtuig overvliegt. Zelden ging een uur sneller voorbij dan tijdens Editors. Hoogtepunten opsommen zou belachelijk zijn want Smith & co breidden het ene aan het andere. Maar als u het écht wil weten: het sublieme An End Has a Start, het nieuwe No Sound But the Wind, het haast hysterische Munich of het majestueuze Smokers Outside the Hospital Doors. Er kwam simpelweg geen einde aan. De glansrijke passage van een toen nog onbekende Donavon Frankenreiter twee jaren geleden herinnerden we ons nog alsof het gisteren was. De vleesgeworden definitie van zelfzekerheid, avontuur en feelgood heeft blijkbaar zijn gevolgen gekend bij de grootte van 's mans fanbase in ons land. Life, Love And Laughter, het openingsnummer uit Frankenreiters nieuwe telg, vat de hele set voor u samen: “I'm looking for life, love and laughter / Everything in between and what happens after...”. Een verrukkelijke rijstebrij van gitaren, trompet en orgel zorgen daarin maar vooral in Your Heart en Hit The Ground Running voor een roes vol gezonde levensvreugde. De kroon op het werk volgde met een Marquee die even hemel op aard werd tijdens Move By Yourself en It Don’t Matter. De stramme spieren na drie dagen Werchter waren plots verdwenen. Het mocht jammergenoeg maar dertig minuten duren. Kate Nash was oververmoeid en dat liet zich merken van bij opener Pumpkin Soup waarin het stemgeluid van het nochtans zo charmante meisje helemaal verdrinkt in de sound van de afgetrainde band. Het sprookje dat daarop volgde klonk als één van de laatste, oersaaie Disneyproducties. We gooiden haar een cadeaubon van onze favoriete touroperator toe en vluchtten richting het hoofdpodium waar Kings Of Leon z’n schitterende prestatie van de week voordien op Glastonburry evenaarde. Uitkijken dus naar een zaalshow en nieuw werk. Een sympathiek meisje op het grote podium van Werchter dat zonder verpinken haar loops instelt en van wal steekt met een dijk van een hit. Ook KT Tunstall maakte bij haar laatste passage in Werchter enorm veel indruk. Toch was ze blij ons in intiemere kring te ontmoeten deze keer en daarin kunnen we haar alleen maar bijtreden. Met Other Side Of The World en Another Place To Fall deed ze Kate Nash vergeten en kwam de feelgood die we ook over ons heen kregen tijdens Donavon Frankenreiter weer de kop opsteken. Black Horse genoot na het magische pedalenwerk een apotheose van jewelste en met afsluiter Suddenly I See ging een hele Marquee op z’n knieën voor haar muzikale liefdesverklaring.[pagebreak] Optredens van Ben Harper & The Innocent Criminals kunnen niet slecht zijn. Harper zelf is al een waar genot om bezig te zien en geruggensteund door zo’n stel rasmuzikanten, waarin een glansrol weggelegd is voor de wel erg volumineuze bassist Juan Nelson, kan het onmogelijk mislopen. Bovendien werd er tijdens dit weekend zelden met meer plezier gespeeld. Tijdens hun zesde concert op Werchter bewees de groep meer dan ooit thuis te zijn in alle mogelijke genres. Opener Dressed In Black was een woeste rocker maar verder in de set kregen ook country, funk, blues en reaggae een plaats. Die afwisseling was dan ook broodnodig want met ellenlange solo’s als in Whipping Boy weet je niet steeds iedereens harten te winnen. Dat lukte dan weer wél voortreffelijk met het slotnummer: het nieuwe nummer I Faithfully Remain (?) dat Harper solo bracht. Zo wist hij uiteindelijk de laatste zielen voor zich te winnen. Faut le faire. We hielden vooraf ons hart vast: Sigur Rós op de Main Stage was wel een héél gewaagde zet. Daarbij komt nog eens dat dit een groep is die ons nauw aan het hart ligt en met dit optreden zouden we hen definitief uit handen moeten geven aan tienduizenden anderen. De eerste tonen van Svefn-G-Englar deden enkelen nog raar opkijken maar al gauw leek de hele wei meegezogen te worden naar het universum van deze Ijslanders. Versterkt door een uitgebreide blazerssectie en de strijkers van Amiina loodste Jónsi Birgisson, de meest atypische frontman ooit, ons doorheen een ijzingwekkend mooie set die één langgerekt hoogtepunt vormde. In vergelijking met twee jaar geleden was er veel veranderd en ook weer niet. Het enorme scherm waarachter de groep toen speelde was verdwenen en van visuals was er al helemaal geen sprake. In de plaats waren er sfeervolle lichtgevende ballonnen en een confettikanon dat voor de apotheose zorgde tijdens het sowieso al uitbundige Gobbledigook. Muzikaal gezien was er dan weer niet veel veranderd: de groep bezorgde je het ene kippenvelmoment na het andere en slaagde er nog steeds in om ons tranen in de ogen te doen krijgen. Zeker Sæglópur, Hafsól en de machtige afsluiter Popplagið slaagden daarin terwijl de nieuwe nummers Vid Spilum Endalaust en Inní Mér Syngur Vitleysingur voor iets feestelijkere momenten zorgden. Al blijft dat bij Sigur Rós uiteraard steeds een relatief begrip. De echtheid die van dit optreden uitging, was uniek en vinden we vandaag enkel en alleen bij Sigur Rós terug. U heeft dit jaar nog tweemaal de kans om ze aan het werk te zien en we kunnen u verzekeren dat het opnieuw levensveranderende ervaringen zullen worden. Waar Sigur Rós voor het muzikale hoogtepunt van Rock Werchter 2008 zorgde, deed Radiohead dat op visueel vlak. De lichtshow die het Oxfordse vijftal had meegebracht moet zowat de mooiste geweest zijn die wij in onze uitgebreide concertcarrière al gezien hebben. Een gigantisch LED-scherm (dat amper energie verbruikt!) en enkele andere schermen waarop de bandleden vanuit alle mogelijke hoeken werden getoond zorgden voor een onvergetelijke visuele sensatie. Je moet het gezien hebben om het te geloven. Ook hierin blonk Radiohead uit als de meest originele, experimentele, creatieve en invloedrijke groep van dit tijdperk. Hetzelfde kan uiteraard gezegd worden over hun muziek. Hierin blonk de groep voornamelijk uit in hun eigenzinnigheid. De doorsnee festivalganger die niet het hele Radiohead-ouevre van voor naar achter kent, werd niet bepaald op zijn wenken bediend met enkele meekweelbare hits. Zo goed als heel ‘In Rainbows’ werd namelijk gespeeld afgewisseld met enkele onbekendere nummers en bescheiden hits. Opener Weird Fishes/Arpeggi zette de toon voor bijna twee uur oorverdovende schoonheid. Opvallend veel hoogtepunten kwamen trouwens uit ‘In Rainbows’: het neurotische 15 Step, het verstilde Nude, het akoestisch door Thom Yorke en Jonny Greenwood gebrachte Faust Arp of de hysterische afsluiter Bodysnatchers. Ook het eerste bisnummer Videotape was adembenemend mooi. Verder was er in de set weinig plaats voor rocknummers, enkel Just sprong eruit. Experimentelere songs als The National Anthem, The Gloaming en Idioteque kregen stuk voor stuk een originele en dikwijls dansbare uitvoering mee. Waar we na de overweldigende hoofdset al niet meer wisten waar we het hadden, diende Radiohead ons met vijf legendarische bisnummers finaal de mokerslag toe. You and Whose Army? (met close-up op Yorke’s beroemde luie oog), een springerig 2+2=5 en een fabuleus Paranoid Android waren ondermeer de schuldigen. Met Everything In Its Right Place kwam er een einde aan een Werchteravond die ongetwijfeld de geschiedenisboeken ingaat als de mooiste ooit.

12 Juli 2008
Tom Weyn - Foto Rob Walbers/Ulrike Van Pottelbergh

Aanraders