
Het wordt stilaan een rage. The Cure deed het een tijdje geleden met ‘Pornography’, Lou Reed doet het binnenkort met ‘Berlin’ en Slint met ‘Spiderland’. En
Roger Waters, voormalig bassist/zanger van het legendarische Pink Floyd en al een hele tijd solo aan het werk, doet het dus met ‘Dark Side Of The Moon’. Het legendarische album uit 1973 wordt van begin tot einde integraal gespeeld. Eén op veertien westerlingen zou het album in één of andere vorm in de platenkast hebben staan. Of dat al dan niet terecht is, doet weinig terzake. Feit is dat het Sportpaleis goed gevuld is.
Roger Waters is altijd al iemand geweest die houdt van het grote gebaar, van een ook visueel opvallende show. En dat is niet anders bij dit groots opgezette spektakel. Wanneer je de zaal binnenkomt, is op een reuzengroot scherm al een eindje van de rode draad te zien die door het hele optreden zal lopen: een oude radio met daarvoor een glas, een fles whisky van een niet nader genoemd (maar daarom niet minder duidelijk) merk en een goed gevulde asbak.
Op dat scherm worden voortdurend passende beelden tevoorschijn getoverd, die de muziek een meerwaarde moeten geven. Soms is dat leuk, maar even vaak is het banaal en ‘over the top’. Echt duidelijk wordt dat bij het enige nieuwe nummer dat wordt gespeeld.
Leaving Beirut moet ons bewust maken van het feit dat verdraagzaamheid ons verder kan brengen dan haat. Aan de hand van weliswaar prachtig getekende beelden wordt die boodschap overgebracht. Waters’ tekst verschijnt op het scherm, zodat je ook daar nog eens met je neus in de feiten wordt gewreven. Maar echt boeiend is het nummer niet, muzikaal noch tekstueel.
In het eerste deel van de show wordt geput uit het rijke verleden van Pink Floyd met nummers als
In The Flesh,
Sheep (dat fungeert als afsluiter van het eerste gedeelte) en
Wish You Were Here. Daarbij wordt geen kans onbenut gelaten om het hippie-gedachtengoed nieuw leven in te blazen en G.W. Bush en consoorten af te schilderen als baarlijke duivels. Gebeurt dat niet via de beelden op het scherm, dan staan er wel veelzeggende subtiele leuzes als ‘Cheney is an asshole’ op het reuzengrote varken dat door de zaal zweeft tijdens
Sheep.
Dat varken is trouwens niet het enige attribuut dat wordt gebruikt of wat dacht u. Er zijn rondvliegende ruimtereizigers, confetti, zeepbellen en pyrotechnics voorhanden. Dan hebben we het nog niet gehad over de quadrifonie, waardoor je van alle kanten wordt bestookt met geluiden. Maar het zijn oudere nummers als
Set The Controls For The Heart Of The Sun, waarbij de onlangs overleden Syd Barrett en de originele bezetting van Pink Floyd op het scherm figureren, die ons vooral kunnen bekoren in tegenstelling tot de eerder flauwe versies van nummers als
Shine On You Crazy Diamond.
Na de pauze wordt het kernproject dan in gang geschopt. Op één of andere manier weet dit meer te raken dan wat voorafging. Maar misschien is dat wel omdat dat album ons na aan het hart ligt. Surrogaatzangers Dave Kilminster (die een poging doet om David Gilmour naar de kroon te steken) en Jon Carin kwijten zich behoorlijk van hun taak, zonder echt te schitteren. Maar als geheel blijft de plaat overduidelijk een monument. Zangeres Carol Kenyon weet met
The Great Gig In The Sky wel te imponeren.
Nadat de enorme prisma (inclusief bijhorende lichtstralen) die boven de zaal zweeft zijn werk heeft gedaan tijdens
Eclipse, worden nog enkele bissen gespeeld, waaronder
Another Brick In The Wall Pt II en het nog steeds prachtige
Comfortably Numb als absoluut einde.
De nummers worden op een eerder steriele manier gebracht. De passie die bij een popconcert kan aanwezig zijn, ontbreekt. Het publiek mag dan enthousiast zijn, waarschijnlijk was het dat al bij voorbaat. Vaak weet een duo meer te imponeren zonder alle technische hoogstandjes, gewoon op basis van muziek. Misschien moet Roger Waters dat eens proberen een volgende keer.