Alex Carpani The Sanctuary

Ma.Ra.Cash Records
The Sanctuary

Italianen hebben een roemrijke geschiedenis om te koesteren. Ze hoeven doorgaans niet ver te stappen om hun materiële verleden te bewonderen. Het moet Alex Carpani zeker geïnspireerd hebben tot ‘The Sanctuary’. Maar het virtuele heiligdom dat hij op zijn tweede album optrekt, is ook een pantheon voor zijn Italiaanse en Engelse toetsenhelden.


In het heiligdom dat Carpani beschrijft, wemelt het van elfen, ridders en monniken. Of een combinatie van die laatste twee, de tempeliers. Dit is waar de zogenaamde RPI (Rock Progressivo Italiano) goed in is: verhalen vertellen. Toch is de helft van de tien tracks instrumentaal. Maar Carpani vertelt vooral op zijn bij voorkeur antieke toetsen - het Hammondorgel, de Mellotron en de Moog.
De cover werd getekend door Paul Whitehead (bekend van onder andere Genesis) en ademt een surrealistische sfeer uit. Het album begint net zo: de eerste akkoorden klinken als niet van deze wereld, maar al snel volgt een eerste duel tussen orgel en gitaar (Ettore Salati, ex-The Watch). Het pad wordt geëffend voor de talrijke instrumentale erupties die zullen komen. Een lavastroom van vintage toetsen doet de titel (Burning Braziers) alle eer aan.
Een wind (of beter: een Mellotronkoor) stuurt de Spirit of Decadence op je af. Orgel, gitaar en Moog gaan hier in contrapunt met elkaar. Het is de opmaat naar een eerste gezongen gedeelte. Dan doen gitaararpeggio’s hun plechtige intrede. Dat doet natuurlijk aan Genesis denken, maar het geheel heeft ook wat weg van de onderschatte Duitse band versus X, al is Carpani een beter zanger.
In The Dance of the Sacred Elves gaat het orgel helemaal gek. Hammond en Moog roepen herinneringen op aan de legendarische Keith Emerson. In dit nummer schurkt men inderdaad het dichtst aan bij ELP, met name de lp ‘Tarkus’. In Entering The Sanctuary overheerst een ander soort bewondering, die voor het heiligdom. Het ensemblespel is hier trouwens van een hemelse schoonheid. De hele band is hier in optima forma. Maar wanneer de kern van het heiligdom ontdekt wordt, kunnen enkel de menselijke stem en de Mellotron het onuitspreekbare uitdrukken.
Knights and Clergymen is een swingend virtuoos nummer op de toetsen. Dit is voer voor Emerson- en Wakemanfanaten. De Mellotronkoortjes dompelen je onder in een middeleeuwse sfeer. Een lekker pompend ritme is de stuwende kracht achter Templars Dream. Toetsen- en zangpartijen worden hier gestut door een heerlijke baslijn.
Wat een metamorfose: een verleidelijk pianootje leidt naar Memories of a Wedding. De ritmische veranderingen stellen bassist Fabiano Spiga en drummer Marco Fabri op de proef en houden de luisteraar scherp. Zang wordt afgewisseld met intens spel op de Moog. Mellotronkoortjes ronden de herinnering met gepaste eerbied af.
Master of Ceremonies is de signatuursound van Carpani. De maestro leidt de plechtigheid met feestelijk spel. Orkestrale toetsen maken het bruggetje naar een tweede uitwerking van het thema, waarin een onzelfzuchtige Carpani de gitaar meer ruimte geeft. De coda krijgt zelfs een flamencogitaar mee.
Een klassieke gitaar reageert hierop met open, heldere akkoorden; het is de aanzet tot Moonlight through the Ruins. Een verhalende stem schetst het nachtelijke tafereel, en dan: ta-dam!! Korte erupties van tutti doen de geheime stilte wijken voor vette Moog- en Hammondklanken. Maar het geheim blijft intact, als gitaararpeggio’s de gewijde rust finaal doen weerkeren. Leaving the Sanctuary klinkt door de variatie aan fraaie inkleuringen en tempi als een synthese van al het voorgaande. Het meest opvallend zijn de plechtstatig schallende Moog en het duet tussen toetsen en tribale drums. 

Het mag duidelijk wezen: het teruggrijpen naar antieke instrumenten en inspiratiebronnen hoeft geen sta-in-de-weg te zijn voor originaliteit. Of hoe Alex Carpani de geest van het verleden - in meer dan één betekenis - een plaats weet te geven in de hedendaagse muziek.


April 20, 2011
Christoph Lintermans