Aure - Printemps

Mayway Records

Printemps

Je hebt artiesten die je voor het eerst ziet en daarna nooit meer vergeet. In 2023 mocht de ons toen onbekende Aure een korte set spelen op het mini-duysterfestival tijdens Leffingeleuren. Ze propte toen zeven liedjes in twintig minuten en het voelde als een muzikale speeddate die onstuimig naar meer deed verlangen. Op het fel gesmaakt ep’tje 'A Few Notes' na – alweer meer dan twee jaar geleden – was het wachten tot de lente van 2026 vooraleer de echte debuutplaat het levenslicht zag. De plaat kwam uit op de eerste dag van die lente en heet erg toepasselijk en eenvoudig 'Printemps'.

Het album begint enigmatisch met het parlando gebrachte Los Pájaros, enkel begeleid door een aftastende klassieke gitaar. Pájaros is Spaans voor vogels en aan het eind van de korte introsong horen we dan ook vogels. We blijven verweesd achter als ondergingen we net tweeënzeventig seconden David Lynch, maar gelukkig reikt Two Hands meteen… twee uitnodigende handen. Net als de wenkende vinger in de clip van Aha’s Take On Me laten we ons graag verleiden in de verhalen van Aure. Treffend worden we daarna meegelokt in L’orage : “Follow me, the storm is over”, zingt de Française, waarna ze naadloos switcht naar haar moedertaal. We zijn amper drie minuten en vijf songs ver en we werden al in drie talen opgeslorpt in het universum van Aure.

Je vermoedt nu misschien een aaneenschakeling van bokkensprongetjes, maar eigenlijk is 'Printemps' vooral een plaat waar weinig in gebeurt. Maar net dat is een verademing in de drukke tijden die te veel mensen rondom ons lijken te versmachten. Zo voelt L’orage als een song waarbij je alleen of met een geliefde op het strand of in een veld urenlang naar de hemel staart en de rest van de wereld vergeet. “Maar zo’n song duurt toch maar drie minuten?” horen we je factcheckend en luidop denken. Welnu, dat is dus net het punt. De amper vijfendertig minuten, die “Printemps” duurt, maken tijd en ruimte heel even heerlijk onmeetbaar.

Wars van weerhaakjes zijn de songs misschien soms te vrijblijvend voortkabbelend om te beklijven, maar ergens schuilt net daarin de rustgevende charme. Volledig ontsnappen wordt het nooit, want de nu eens vastberaden, dan weer zacht verleidende sirenenstem van Aure houdt je vast op een imaginaire muzikale massagetafel.

Aure woonde een aantal jaar in Mexico en die invloed voel je doorheen het album, dat laveert tussen een ingetogen Europese reflex en een frivoler Latijns-Amerikaans, onverbloemd bloemetjesbehang. Die tegenstelling, aangewakkerd door een vervaarlijk ongemerkt schakelen tussen Frans en Spaans (en Engels), draagt bij aan het subtiele spanningsveld van het album. Zo doet het oorwurmpje Mi Corazón je in de winter wegdromen naar de zomer, in de zomer verlangen naar een knus winters dekentje en op een herfstdag met blauwe hemel even denken dat het de eerste-lentedag-in-T-shirt is. Tenminste totdat de song abrupt eindigt. Heel even maar kun je verwonderd en verdwaasd de wenkbrauwen fronsen, want daar weerklinken nauwaansluitend al de troostende pianotoetsen van La Nuit.

Aan het einde van de rit lijkt Aure ons te willen wakker schudden uit een mooie muzikale droom. Le Jour Se Lève doet ons met een gelouterde ziel en gereinigd gemoed een nieuwe dag tegemoet gaan. “Le jour se lève / je n’ai plus peur”, fluisters Aure beslist, alsof ze ons wil overtuigen dat we na het beluisteren van 'Printemps' in een nieuwe, gemoedelijke wereld wakker worden. We geloven het maar al te graag.

'Printemps' vlecht geluidjes uit allerlei windstreken en moet het zonder exuberante escapades vooral hebben van een soort je-ne-sais-quoi-gevoel dat loodrecht op de met burn-outs vechtende eenentwintigste eeuw tracht te staan. We zijn medisch noch psychiatrisch onderlegd, maar desalniettemin schrijven we je graag een dosis 'love, peace and understanding" voor, eenmalig in te nemen op maandag 13 april in Amor in Antwerpen.

1 april 2026
Christophe Demunter