Black Lips - Seasons Of The Peach
Fire Records
Laten we niet over internationale politiek beginnen. Dat ligt helemaal niet in het straatje van de funny DIY garagecountryrock van Black Lips. Al vrezen we voor een tijd waar importtaksen en economische handelsoorlogen het extra moeilijk gaan maken voor dit soort Amerikaanse bands om nog voldoende vaste voet aan grond te krijgen buiten het eigen continent. Wat natuurlijk doodzonde zou zijn.
Als we goed geteld hebben, zitten de zogenaamde “flowerpunkers” met het fijn getitelde ‘Season Of The Peach’ net aan een dozijn studioplaten. En ook nu weer is een veertiental liedjes lang een heerlijke rommeligheid de constante naast enkele rauwe, maar toch gezapige country-accenten. En daar trekt het vijftal weer heel de schuif voor open.
Black Lips voelt immers een beetje als thuiskomen in de saloon: gemoedelijk, rommelig en met een zekere samenhorigheid. Iets met “folk”, maar dan letterlijk als “volks”. En dat is dus niet enkel met traditionele rockinstrumenten, maar ook met bijvoorbeeld doedelzak en vedel (Sx Sx Sx Men), met baritonsax, piano en Wurlitzer (The Illusionist Part Two) of vibrafoon en jingle bells (Happy Place). Of gewoon vocaal in pure (rommelige) gospelstijl in het korte intermezzo Until We Meet Again, nu al goed voor dé afsluiter van de volgende reeks concerten.
Maar meestal gaat de band natuurlijk voor een meer klassiek instrumentarium, al durven die zowel heerlijk country klagen of psychedelische ballades inkleuren als luidruchtige, uitgerafelde rocknummers als een stevig So Far One te produceren. Om maar te zeggen dat de Black Lips-straat weer stevig geplaveid is. En dan hebben we het nog niet over de storytelling teksten, de zelfspot of het sarcasme, die Cole Alexander en kompanen zo typeren. Het is niet voor niets dat The Illusion Part One de plaat afsluit en Part Two de openingstrack is. En ja, ook nu hoort daar natuurlijk een dikke sneer richting politieke zakkenvullers en de beschamende sociaalmaatschappelijke situatie van de VS bij. Je zou voor minder.
En toch houdt de band vast aan de eigen typische sound, die enorm dicht bij een live gevoel ligt, dat dankzij een eigen, ver van alle werelddrukte verwijderde studio, analoge recorders en meerdere over elkaar gedrapeerde sporen. En dat betekent dat de band al eens licht schuurt tegen de valse kant en in pakweg Happy Place of het ietwat beschonken Hatman nog maar net binnen de randjes blijft. Maar de Lips weten als geen ander hoe je een melodieus sterke, meeneuriebare song moet schrijven, waardoor niet één keer met los kruit wordt geschoten.
Dit is dus alweer een erg rijk gevulde Black Lips-plaat die je ongemerkt ontzettend verwent. Eentje die trouwens ook de ambitie heeft nieuwe fans te verwennen. Geef hem dus zeker de kans daartoe.
