Elanor Moss - The Knife, The Needle
Merge Records
Marc Alenus — 26 augustus 2026

Drie jaar. Zo lang heeft ze geschreven aan de debuutplaat. Dat zijn drie liedjes per jaar. Het duidt op een hang naar perfectie, op een doorwrochte, langzame, maar geconcentreerde manier van werken. En zo klinkt de plaat ook.
Dat de plaat zo’n lange ontstaansgeschiedenis heeft, komt ook omdat Elanor Moss, toen de plaat eigenlijk al af was, het idee had om vriend en saxofonist Matthew Herd te vragen om arrangementen te schrijven en die bevielen zo, dat ze helemaal opnieuw begon. En zo moesten we dus vier jaar wachten op een eerste volwaardig album na de ep's ‘Citrus’ en 'Cosmic'.
Misschien had er een kloosterleven ingezeten, mocht Moss in begin twintigste, in plaats van begin eenentwintigste eeuw geboren zijn. Ze groeide alleszins op in een zeer creatief, diep gelovig katholiek gezin met een Amerikaanse moeder en een Engelse vader en begon met muziek maken tijdens kerkelijke evenementen.
Ze kreeg thuisonderwijs in haar vroege jeugd, waarbij haar ouders veel nadruk legden op natuur, lezen en muziek. Ze groeide dus niet op zoals een doorsnee kind, maar toen ze ging studeren in York en daar haar eerste liedjes schreef als Rosalind, ontdekte ze de buitenwereld. Ze leerde kort na het afstuderen ook de Britse producer Oli Deakin kennen, die gestationeerd is in New York en met hem nam ze de debuut-ep op.
En nu is er dus een volwaardig album, een productie van Peter Miles, die eerder al werkte voor Nina Nesbitt, Dodie, Dry The River en Rachel Sermanni. Het werd een plaat waarop ze afstand neemt van de Amerikaanse folkvoorbeelden en meer naar de Britse traditie blikt, de wereld van Anne Briggs, Sandy Denny, Laura Marling en Nick Drake, al is Judee Sill ook een referentie.
Ook Paul Buchanan van The Blue Nile was een invloed. Moss luisterde vaak naar diens enige soloplaat ‘Mid Air’ en dat hoor je in de frasering en de ruimte tussen de noten. Opener Fixer zet meteen de toon. Warme blazers (bugel en tenorhoorn) waaien je in het gezicht en krijgen subtiel gezelschap van een tokkelende gitaar, strijkers en uiteindelijk de aarzelende stem van Moss die zingt over groeiend vertrouwen tussen twee geliefden.
Hoe lieflijk ze ook klinkt, toch steekt ze soms wel degelijk een ponjaard in je ribben. Neem nu Sarah Waiting In The Car, de eerste single die uit de plaat werd geplukt. Die klinkt even teder als de rest, maar halfweg volgt plots de zin: “Then you take me by the kitchen sink fist around my neck/ Housemates home and еverything / but no-one's noticed yеt.” Wie dacht dat dit een plaat voor boomknuffelende sandalendragers was, is er meteen aan voor de moeite.
Toch krijgen ook zij hun deel. In de wondermooie afsluiter The Way That It Feels is subtiel vogelgezang te horen, waarover Moss in twee coupletten een heel universum vangt en tot de conclusie komt dat zelfs twee geliefden elkaar nooit helemaal zullen kennen.
Wij hebben ook nog niet het gevoel dat we Elanor Moss kennen na deze negen nummers. Door de afstand die ze schept tussen de personages en de medogenloze manier waarop ze tegenstrijdigheden blootlegt, blijft ze zelf ook ongrijpbaar, hoe dicht ze ook in ons oor zingt. Intrigerend album!
