Gush - Everybody's God
Cinq7
Mattias Devriendt — 23 april 2010

“It’s name is Gush, a real geyser of kaleidoscopic pop”, lezen we in de bijsluiter van dit debuut. We moeten bijna braken bij het horen van alweer een nieuw subgenre. De schijf snel in de stereo plooien, dat lijkt de enige manier om alsnog onze krampen te bedwingen.
Gush is een Franse familieband bestaande uit twee broers, Xavier en Vincent, en twee neven, Mathieu en Yan. Met deze debuutplaat komen ze een eerste keer de neus aan het venster steken.
Bij “kaleidoscopische pop” stellen wij ons een bont allegaartje van verschillende soorten pop voor, en zo klinkt de plaat ook op het eerste gehoor. Je hoort immers niet écht één coherente sound: de nummers springen van pure pop over dansbare swing en vleugjes indie naar ritmisch-experimentele rock.
Zo is The Big Wheel een vreemde opener met een experimenteel ritmisch arrangement en wat dreigende gitaren, terwijl Let’s Burn Again, dat vlak erna komt en begint met een zomers deuntje en wat cocktailpartymelodieën, ons doet denken aan The Scissor Sisters, Beach Boys of Bee Gees.
Het album glijdt vervolgens verder de zomerse, energieke en dansbare richting uit met seventies-kopstemmetjes tijdens Dance On, het erg poppy Back Home of de ge(s)laagde zanglijnen van No Way.
Vocale harmonieën typeren het album, maar anderzijds zijn het vooral de verrassende arrangementen die verhinderen dat de nummers plat en cliché klinken. Prima voorbeeld is You Really Got Style, dat zich qua zang helemaal binnen de surfmuziek beweegt, maar door de combinatie van een swingritme, een gedistortieerde gitaarsolo en een wat dreigend elektronisch basgeluid uitmondt in een vrij eigenzinnig popnummer.
En Gush weet van geen ophouden, want waar Remedy en het erg geslaagde In The Sun ons aan de Beatles doen denken, gaan Killing My Mind, My Favourite Song en Vondelpark veeleer Kings of Leon achterna. Mooie referenties dus, al wil dat niet zeggen dat alle nummers het niveau van hun soortgenoten evenaren.
Gush weet best het hele poplandschap om te ploegen en behaalt zelden een onvoldoende voor een song, maar hun album mist een duidelijk profiel. Tenzij één specifiek nummer opgepikt wordt, zal de plaat als geheel te fris en te dansbaar uitvallen voor een alternatief publiek, en te veel sixties en seventies spuwen om het hedendaagse poppubliek helemaal warm te laten worden.
Kaleidoscopische pop, we voelen er ons niet langer onwel bij, maar écht geestesverruimend is het toch ook weer niet.
