Jah Wobble and Jon Klein - Automated Paradise

Dimple Discs

Automated Paradise

Door Jah Wobble te introduceren als een van de boegbeelden van de punkscène - omdat Sid Vicious (Sex Pistols) zijn artiestennaam verzon - of als stichter van PiL (samen met dat andere Pistool, John Lydon), doen we de Britse bassist al jaren geen eer meer aan. Net zoals het ook al lang achterhaald is om hem alleen maar te zien als de motor van de Invaders Of The Heart, met wie hij ooit een lange speurtocht in de wereldmuziek en de ambient ondernam. De man doet immers al enkele decennia geheel zijn eigen ding op zijn 30 Herz-label; onder eigen naam, of in samenwerking met grootheden uit pakweg de nu jazz-scene (Bill Laswell) of de krautrock (Jack Liebezeit van Can), of met interassante acts zoals het Chinese Dub Orchestra en het Nippon Dub Ensemble.

Voor deze nieuwe release heeft Wobble gitarist Jon Klein opgepikt. Die speelde ooit nog bij Siouxie And The Banshees en later bij glamgothact Specimen, maar zat ook al vaak aan de knoppen bij Jah Wobbles laatste, meer door dubreggae geïnspireerde releases. Samen brouwden ze een achttal futuristische, digitale postpunk- en postpopcreaties.

Wie het werk van Jah Wobble wat kent, weet dat de man niet kiest voor suikerzoete of hapklare melodieën, en ook niet echt hoog oploopt met klassieke strofe/refrein-structuren. In dit wat futuristische, cyborgachtige ‘Automated Paradise’ krijg je dan ook nogal wat songs die enigszins bevreemdend, neurotisch of overdonderend overkomen. Van de heimelijk sluipende opener Fading Away tot de erg rommelige, rammelige en luidruchtige postpunker Terminal Terminal The End (met expliciet gelach en “f**k off” op het einde) of de wat filmische, latenight countryblues in de instrumentale titeltrack: keuze genoeg. Samenhang is er misschien wat minder, op de vele lyrische parlando teksten na dan.

Maar dan komt de uitdaging: luister door de soms rommelige songs van dit tweetal eens naar het fabuleuze snaarspel dat ze inkleuren. Van loeiende noise tot hakkende basrammels, van scherpe solo’s tot pure sfeeraccenten. En die werden dan nadien in de studio natuurlijk nog vakkundig verknipt of verwerkt tot… fragmenten, flarden of extra luidruchtigheid. Misschien spant het chaotische, spokenwordmoment Who Wins wat dit betreft nog wel de kroon. Demonisch opklimmend en vol gierende en overstuurde effecten.

Feit is dat dit een indrukwekkende, maar niet gemakkelijke plaat is waarmee Jah Wobble en Jon Klein de grenzen van postpunk wat meer verleggen. Of ja, na de nodige “madness” krijg je op het einde nog een sfeervol stukje lounge jazz met Tielemans-achtige mondharmonica en gesamplede straatgeluiden. Omdat het kan, denken we dan.

12 maart 2026
Johan Giglot