Joe Mullen Newton Road

De Grote Post
Newton Road

De Grote Post wil startende bands en muzikanten een duwtje in de rug geven. Eerst en vooral door concerten te organiseren, maar ook met de "muziekstudio onder de zeespiegel" die de Cave Recording Studio gedoopt werd. Bovendien zorgen ze voor begeleiding en ondersteuning. Aan het roer staan Serge Feys (Arno) en Sam Serruys, een Oostendse componist-gitarist. Zij hielpen de Ierse singer-songwriter en instrumentenbouwer Joe Mullen bij de release van zijn debuut. Meteen ook de eerste op het huislabel.

En het eindresultaat loont de moeite. Joe Mullens wieg stond in Cork, de stad waar ook Rory Gallagher thuis was. Na een relatiebreuk trok hij de plas over om in Brugge te belanden. Uiteindelijk ruilt hij Brugge in voor Oostende, begint muziekinstrumenten te maken en ontdekt muzikaal talent bij zichzelf. Op zijn debuut brengt Mullen hedendaagse, Ierse muziek. Deels traditionals, maar ook songs van Ewan McColl en Jimmy McCarthy. En eigen materiaal, zoals de titeltrack en opener van dit fijne album.

Op dit debuut hoor je intieme, zacht fluisterende pracht. Twaalf pareltjes van songs die de luisteraar probleemloos kunnen overtuigen van Mullens talent. Niet zelden roept hij de spirit van een vakmuzikant als Luka Bloom op, die van Antwerpen (en dan meer specifiek De Roma) een tweede thuis maakte.

Net als in de in orgel en gitaarwerk gedrenkte titeltrack waarin de ene dag naar de andere leidt, is ook Mullen "a balladeer of sore / who likes to sing the blues". En met een paar spaarzame gitaartokkels weet hij in het van Jimmy McCarthy geleende Ride On de juiste snaar te raken. Aan het eind duikt ook nog een hemels backingvocalkoortje op.

En dan gaat het over in een uptempo, aan Dylan verwant The Cuckoo, een traditional waar ook Roland Van Campenhout zich meermaals aan waagde. Het ritmische, gedreven Nuttamun Town  - mooi arrangement overigens - blijft eveneens dicht bij vroege Dylan. Het is een song die gaandeweg aan dreiging wint en die de favorietenrol op dit album meer dan waar maakt.

Wat volgt zijn zachte, sierlijke, folky ballades als Fear An Bhata. En ook Ebbing Tide kabbelt heerlijk weg ten voordele van het verhalende aspect. Twee Mullen-originals, waarmee die zijn vakmanschap in de verf zet. Op de juiste momenten krijgt hij de ondersteuning van geweldige muzikanten als gitarist Peter Vanslambrouck, bassiste Christel Pillu en drummer-bassist Jeff Claeys. Ook Serge Feys deed met keyboards en programming een duit in het zakje, onder meer tijdens het door dub en reggae beïnvloede Follow Me Up To Carlyle.

Maar in hoofdzaak is dit ambachtelijke songwriting. "I met a man along the road", zingt Mullen op Sandwood Down To Kyle maar niet veel later is hij alweer onderweg (The Moving On Song). En dan is het tijd om afscheid te nemen (het weemoedige The Mad Lady And Me). Als kers op de taart is er nog het pakkende, prachtig gezonegen Taimse Im Chodladh.

Een aanrader!


18 maart
Philippe De Cleen