Magic Pie - The Suffering Joy

Progress Records

Christoph Lintermans23 maart 2011

The Suffering Joy

En aan het progressieve front zet de Noorse opmars zich voort. ‘The Suffering Joy’ is het moeilijke, derde album van Magic Pie; moeilijk in de zin dat hiermee de definitieve bevestiging moet volgen. En die opdracht lijkt geslaagd. Tenminste, als u een kruising ziet zitten tussen The Flower Kings en Dream Theater.


Een epic van vierentwintig minuten (A Life’s Work) in vier delen, met een intro op de mellotron: dit is progrock die richting retro lijkt uit te gaan. Maar vergis je niet want de vintage sound is geüpdatet en fris van de lever. De intro is het startschot tot een filosofische overpeinzing: wat is het leven? Is God onze schepper? Misschien is het leven wel een ‘suffering joy’: "The fears and doubts in life create the demons we employ."

Vervolgens vindt een spontane zelfontbranding plaats in een felle ouverture, waarin de technische bravoure van een Dream Theater gekoppeld wordt aan een klassiek geluid (vooral in de toetsen). De platgetreden paden van de progmetal worden gelukkig vermeden. Een overgang naar de typische Flower Kings-sound, mede dankzij nieuwe leadzanger Eirikur Hauksson. In harmonisch opzicht bloeit er iets moois met de twee andere stemmen.
Maar al snel slaat het weer om in een zware depressie. Toch blijven melodie en meezingbaarheid op de voorgrond. Soms lijkt het wel AOR of Deep Purple (dat Hammondorgel!) in een progressief jasje. Kim Stenberg probeert bovendien een zekere originaliteit te leggen in zijn gitaarriffs en tilt zo het niveau van de compositie hoger. Na negen minuten volgen dan enkele lekkere keyboardsolo’s uit het Gulden Boek van de fusion. Zo blijft de spanningsboog overeind en wordt er gevarieerd, tot men terug is bij een herkenbaar motief of thema.
Helemaal in TFK-modus met vocal harmony en Stolt-achtige licks is Headlines, maar het nummer mist een eigen smoel. Alleen waar het wat speelser wordt (denk aan de Zweden van ACT), krijgt men ons op de punt van de stoel. Endless Ocean is een akoestisch niemendalletje, het kabbelt achteloos verder. Even lijkt een artistieke inzinking nabij.
Maar met de veelzeggende titel Slightly Mad keert de grootse vorm terug: na een exuberante inleiding worden we op even los zittende, instrumentale passages getrakteerd, waar elke middelmatige muzikant zijn nek over zou breken. Na vijf minuten duikt een fraai, oosters motief op, vervolgens een snufje al even halsbrekende fusion. Toch een atypische coda: melodisch en netjes geschilderd binnen het canvas.
Tromgeroffel: de tweede epic begint zwanger van verwachting. Dan neemt Tired een elegisch karakter aan, op midtempo. De maatschappijkritische invalshoek tegen corruptie, makke politici, enz. is natuurlijk stereotiep. Na acht minuten krijgen we dan eindelijk die langverwachte tempoverhoging die aanzet tot enkele instrumentale excursies, die de kiezen aangenaam bezighouden. Tenslotte volgt een herneming van het thema, een typisch neo-progressief keyboardloopje en het tamboeren, dat je ook al in het begin hoorde.
Afsluiter In Memoriam begint op een onheilspellend orgeltje want sluit thematisch aan bij A Life’s Work, maar dan gezien vanuit het perspectief van een oude man. De mooie samenzang tilt het groepsgeluid boven zich uit. Een climax zet een spanningsboog op zodat het album eindigt op een eh… orgelpunt. Een herneming van het eerste deel uit Life’s Work sluit de cirkel van het leven. Zo wordt ‘The Suffering Joy’ niet alleen in de uitvoering, maar ook door het concept en de cyclische structuur een interessante beluistering.
← Terug naar overzicht