Phideaux Snowtorch

Bloodfish
Snowtorch

Phideaux Xavier, verhalenverteller van de progressieve rock par excellence, heeft met 'Snowtorch' zijn negende album beet - als je tenminste zijn officieuze debuut uit 1992 meerekent. Laat je dat weg, dan zit de man aan acht werken in evenveel jaren. Wie vreest dat deze veelschrijver zijn niveau niet zou blijven handhaven, mag op beide oren slapen: 'Snowtorch' bewijst opnieuw zijn grote talent.



Men kan gemakkelijk een parallel trekken tussen de aanpak van Phideaux en die van Matthew Parmenter, frontman van het nu al legendarische Discipline. Zo zijn er de zang- en toetsenpartijen, waarbij een theatrale benadering niet geschuwd wordt.

Vooral aan de zang ontleent het album zijn sense of urgency. De tegenstelling tussen het ietwat lijzige maar niettemin hypnotiserende timbre van Phideaux en de zoetgevooisde sopraanstemmen blijkt echt wel te werken.

En er zijn de doorwrochte instrumentale stukken, ambitieus door het gebruik van contrapunt. De klassieke (laat-romantische) invloed blijkt verder uit de grote intervallen die dynamische accenten in de muziek leggen. Er is in beide gevallen de invloed van Van Der Graaf Generator van Peter Hammill. En de baspartijen worden - toeval of niet - ingespeeld door Discipline-lid Mathew Kennedy.

Maar wat is het echte geheim van Phideaux' artistieke succes? Zijn onberispelijke neus voor melodie en arrangement? Of misschien is het de kunst om vanuit één enkel pianomotief een hele wereld op te bouwen? Die motieven duiken her en der als herkenningspunten op, zodat er sprake is van een organisch groeiende eenheid. Bovendien helpen zij om de spanningsboog over de intervallen heen te tillen.

'Snowtorch' bewijst opnieuw dat Phideaux naast multi-instrumentalist ook een begenadigd melodieus singer-songwriter is. Zijn gevoel voor timing is feilloos. Met het sprookjesthema grijpt hij terug naar de populaire onderwerpen van de seventiesprog. Maar ook muzikaal zorgt de Amerikaan voor een verfrissende update van de rijke erfenis van Genesis, VDGG en ELP.


June 29, 2011
Christoph Lintermans