Raketkanon - RKTKN#2
KKK Records
Lowie Coolsaet — 4 maart 2015
Toen Raketkanon in 2012 debuutalbum ‘RKTKN#1’ op de wereld los lieten, kreeg het Belgisch muzieklandschap een kopstoot van jewelste. De Gentse supergroep rond Pieter-Paul Devos (Kapitan Korsakov) bracht een energieke en experimentele mix van noiserock en sludge die ook live enorm in de smaak viel in heel Europa. De verwachtingen voor die tweede plaat, toepasselijk ‘RKTKN#2’ genoemd, waren dan ook erg hoog.
Voor de opnames van die plaat wist de groep een beroep te doen op de legendarische producer Steve Albini, bekend van Nirvana’s ‘In Utero’ en Pixies’ ‘Surfer Rosa’ en nu dus ook van Raketkanons tweede. Albini probeert de band naturel en zo live mogelijk te laten klinken en dat geeft de plaat een organische feel. Raketkanon is en blijft vooral een band die zorgt voor een hyperkinetische concertervaring.
De plaat begint met Florent, de eerste single van het album. Een wat typische single in het toch wel onconventionele universum van de groep, die het gevoel van het debuutalbum uitstraalt. Pieter-Paul Devos schreeuwt onverstaanbaar de longen uit zijn tengere lijf en de saturerende hi-gainriffs van gitarist Jef Verbeeck doen denken aan de hoogdagen van de Amerikaanse noisepunkband The Melvins.
Ook Nico Van Der Eken en Ibrahim passen mooi in dat rijtje. Die laatste track gaat live al een tijdje mee en die live-essentie heeft de band mooi kunnen vertalen naar de albumversie.
Door het vele optreden is de band trouwens naar een zekere volwassenheid gegroeid. De songs duren langer (acht songs in achtendertig minuten) en er is meer ruimte voor bezinning en rust. Waar je op het debuutalbum snakte naar een rustmoment wordt in ‘RKTKN#2’ vaker ruimte gelaten om op adem te komen. Om er dan weer extra hard in te duiken natuurlijk. Zoals in Elisa, dat iets heeft van het wonderschone Anna van de vorige plaat, maar ook op andere pareltjes zoals Suzanne en Mathilde.
Er is ook meer ruimte en aandacht besteed aan de dronebassynth van Lode Vlaeminck. Het zorgt voor een zekere frisse wind in het experimentele gedrag van de Gentse groep.
De plaat eindigt met Hanz, een negen minuten durende track die een vierde van het volledige album beslaat. De song begint met een koperblazer om dan op te bouwen met tribale drums en daarna slowcoregewijs los te barsten.
Het verrassingseffect van de kopstoot, die dat debuutalbum was, is wat verloren gegaan maar Raketkanon heeft met ‘RKTKN#2’ bewezen geen eendagsvlieg te zijn en zorgde voor acht songs die de drang naar vernieling alleen maar aangewakkerd hebben.
