Robert Plant - Saving Grace
Nonesuch Records
‘Saving Grace’, de nieuwe soloplaat van Robert Plant? Laat u vooral niks wijsmaken. Hoewel de hoes op het eerste gezicht anders doet vermoeden, is dit niks minder dan een echte groepsplaat.
Net zoals ‘Saving Grace’ niet alleen de titel is van deze plaat, maar meer nog de naam van een echte groep. En met “echt” bedoelen we: opgericht door een paar muziekfanaten die met elkaar aan de praat geraken, vaststellen dat ze ongeveer dezelfde smaak hebben en afspreken om "ooit eens iets samen te doen”. Maar ook: een echte groep waarin ieder lid gelijkwaardig is en zich in de kijker mag spelen en waar ego’s vriendelijk worden verzocht buiten te wachten.
Dat laatste is al jaren geen probleem meer voor Robert Plant. In de jaren zeventig was hij met zijn krachtige stem en angelieke voorkomen nog het uithangbord van Led Zeppelin, maar aan dat verhaal kwam in 1980 abrupt een einde, na de dood van drummer van John Bonham. Plant begon een succesvolle solocarrière, maar besefte al snel dat hij moeilijk tot aan zijn pensioen in ontblote bast zware gitaren kon blijven overschreeuwen zonder zichzelf onsterfelijk belachelijk te maken.
Om niet langer de Robert Plant van Led Zeppelin te moeten zijn, vond hij zichzelf de afgelopen decennia dus een paar keer opnieuw uit als artiest. Daarbij probeerde hij altijd de meest relevant (en ook wel de meest elegant) mogelijke versie te zijn van zichzelf - op dat moment in zijn leven en in zijn carrière. Het werd ook letterlijk herbronnen en een terugkeer naar de roots. Steeds vaker greep hij terug naar de muziek waar hij al van hield, nog voor hij een eerste stap op een podium zette: Amerikaanse rootsmuziek, Britse folk, psychedelica en zelfs wereldmuziek.
Dat leverde een aantal verrassende, gevarieerde en vooral sterke albums op, maar ook geslaagde samenwerkingen, zoals die met Buddy Miller, Darrell Scott en Patty Griffin op ‘Band Of Joy’. Die met bluegrass- en countryzangeres Alison Krauss is ongetwijfeld de succesvolste (en voor Plant als zanger misschien wel de leerrijkste), deze met Saving Grace de recentste. Bij al die projecten draait het ook almaar minder om Robert Plant zelf of om de mensen met wie hij samenwerkt, maar steeds meer om de songs. Saving Grace is daar het ultieme bewijs van.
De groep werd opgericht in 2019, na – zo wil de mythe het toch - een avondje tooghangen met gitarist en banjospeler Matt Worley, die net als Plant in de Cotswolds woont, niet ver van de grens met Wales. De eerste, die ze weten te strikken voor de band, is folkgitarist Tony Kelsey (ooit heel even lid van The Move). Vervolgens overtuigen ze ook zangeres en multi-instrumentaliste Suzi Dian om mee te doen, die op haar beurt echtgenoot, drummer en percussionist Oli Jefferson, meebrengt. Cellist Barney Morse-Brown tot slot vervolledigt de groep.
Van bij het begin is duidelijk dat dit niet de nieuwe begeleidingsband zal worden van Robert Plant. Hij heeft wel een hand in de selectie van de songs die ze spelen, maar hij is niet de enige leadzanger van Saving Grace. De leadvocalen deelt hij met Suzi Dian. In mooie harmoniezang, maar even vaak neemt zij in haar eentje de honneurs waar, terwijl Plant de mondharmonica bovenhaalt. Eén keer neemt zelfs Matt Worley de leadzang voor zijn rekening op dit album.
Samen gaan ze op zoek naar wat volgens hen de essentie is van rootsmuziek. Eerst in de beslotenheid van het repetitiehok, vervolgens op de podia van kleine zalen, pubs en folkfestivals. Ze delen een liefde voor blues, gospel en country, maar weten ook dat die als “typisch Amerikaans” beschouwde stijlen schatplichtig zijn aan de Britse folktraditie en ook heel wat elementen bevatten van Afrikaanse muziek. De tracklist van ‘Saving Grace’ ziet er bijgevolg uit als een bont geschakeerd lappendeken, maar qua sfeer en geluid vormen de tien nummers, die ze uitkozen, wel een erg samenhangend geheel.
Je kan deze tien songs ook bezwaarlijk “gewoon covers” noemen. Het zijn eerder interpretaties. Ze halen uit de gekozen nummers net die elementen die passen in wat naar hun aanvoelen rootsmuziek is en maken daar, met behoud van de geest, de kern en meestal ook de structuur van het origineel, een heel “eigen” song mee. Dat doen ze zo met recenter werk als Ticket Taker van The Low Anthem, Everybody’s Song van Low, Higher Rock van Martha Scanlan en Too Far From You (geschreven door Sarah Siskind voor de Amerikaanse tv-reeks ‘Nashville’), maar ook met It's A Beautiful Day Today van Moby Grape, één van Plants favoriete bands uit de jaren zestig.
Nog mooier wordt het wanneer ze zich baseren op heel oude blues-, folk- en gospelsongs en die, naar aloude rootstraditie, helemaal herwerken en adapteren aan onze tijd en aan de eigen groepssound. Dat gebeurt in Soul Of A Man, een gospelbluessong die Blind Willie Johnson schreef ten tijde van de Depressie in de jaren dertig (hier gezongen door Matt Worley), I Never Will Marry (in diezelfde periode opgenomen door The Carter Family, maar ook ooit bewerkt door Johnny Cash) en Gospel Plough, dat is gebaseerd op een meer dan honderd jaar oude Afro-Amerikaanse spiritual.
Opener Chevrolet bevat elementen van Can I Do It For You (bijna een eeuw geleden opgenomen door Memphis Minnie en Kansas Joe McCoy), van de “fife-and-drum”-versie die Ed en Lonnie Young daarvan maakten (zij doopten het nummer ook om tot Chevrolet) en van Hey Gyp (Dig the Slowness), zoals het nog later bij Donovan heette. As I Roved Out ten slotte begon een paar eeuwen geleden als Ierse folksong, reisde een paar keer de Grote Plas over en weer om enkele jaren geleden terecht te komen bij de Amerikaanse folkzanger Sam Amidon. Zijn versie wordt hier door Saving Grace gebruikt als basis voor een nieuwe uitvoering.
Op het eerste gehoor – en zeker bij een oppervlakkige beluistering – klinkt deze plaat als eenvormige, voornamelijk Britse folk. De nuances, de elementen waardoor deze songs zich onderscheiden van elkaar, zitten echter onder dat buitenste laagje. De plaat lijkt uit te nodigen tot afspelen op een zacht volume, maar hoe verder u de volumeknop naar rechts draait, hoe sneller duidelijk wordt hoe subtiel, gelaagd, uitgekiend, verschillend en vooral hoe intrigerend, verslavend en straf deze tien interpretaties zijn.
Voor wie het niet altijd "hap, slik, weg!" moet zijn, maar liever langer kauwt op nieuwe muziek om alle smaken ten volle tot hun recht te laten komen, is deze erg mooie, sterke plaat zeker een aanrader.
