Samowar - Leeway

News

Leeway

Zes jaar sleutelen, verfijnen en struikelen. Dat heeft Leen Diependaele met behulp van Stijn ‘Stan Lee’ Cole (en ook van Andrew “STUFF.” Claes) zichzelf gegund na de finaleplek in Humo’s Rock Rally 2014 en de daaropvolgende ep. Het resultaat: een fraai debuut waar niet enkel dansen (opnieuw) is toegestaan, maar ook complexe texturen of diepgaande zielenroerselen aan de orde zijn.

We willen Leen in elk geval niet beschuldigen van stilzitten, getuige tientallen performances bij andere bands en projecten. En we geven meteen ook mee dat ‘Leeway’ niet klinkt als een tussendoortje, getuige negen tracks die muzikaal stevig onderbouwd en in detail uitgewerkt zijn. Naar eigen zeggen grotendeels geschreven en afgewerkt op het Comacina-eiland in het Comomeer in Italië. We horen de golven alvast bij aanvang tegen het schijfje stukslaan.

Deze plaat gaat niet gewoon recht door zee, ondanks de soms voluit doorbonkende beats en snel in het hoofd kruipende synthesizertunes. Als je Leen Diependaele al eens tegenkwam bij de bands van Marcel Vanthilt of Tine Reymer, weet je dat de dame vocaal graag kronkelt en smeekt, ziel en emotie in de noten steekt en de enigszins hoge keelstem onderbouwt met loopstation om tot vaak experimentele resultaten te komen. Danspop is al lang niet meer een stemmetje en lentefrisse elektronica, getuige Alison Goldfrapp of Kylie Minogue, met wie ze zichzelf graag vergeleken ziet in de diverse media. En ja, ook wij pleiten hier schuldig.

Dus ja, je mag bij Samowar een stukje eigenwijsheid verwachten (avantgarde misschien?) en een stukje intieme kwetsbaarheid dat zich verschuilt onder een aardige dot imago. “I wanna go for it / I wanna push limits”, aldus opener en vooraf vrijgegeven single Splinter die eenieder oproept om voor zichzelf op te komen. Een song waarin de zangeres vocaal rond de vierkwartsbeat kronkelt als een paaldanseres. Of wat te denken van Present Train, waarbij je het de eerste dikke twee minuten moet stellen met snoeiharde minimal techno en die bonkt als een woeste olifant? Je merkt trouwens ook dat de nodige tijd werd uitgetrokken om ritmen op te bouwen rond samples en eigenzinnige tunes. Kwestie van de oren te verwennen met hoogtechnologisch geavanceerde klanken.

Klinkt allemaal lekker veelbelovend. Enig struikelblok is dat dit soort muziek het moet blijven hebben van die ene doorbraaksingle of radio-dj die compleet voor de bijl gaat om de nodige doorbraak te bezorgen. Want er zijn best wel wat vissen met gelijkaardige tropische kleurtjes in het koraalriff van female danspop. En daar gaan de oppeppende saxsolo’s van Andrew Claes – die op het podium natuurlijk het nodige extra vuurwerk geven (ook al zullen ze daar door Antoon Offeciers (Sukilove) worden gespeeld – helaas weinig aan veranderen. We gaan dan ook meer voor de bijl voor eerder sober aangeklede songs als Matches, waarin de broze, zacht strelende zang van Leen helemaal vooraan staat (wat een hoge noten!) en geprikkeld wordt door bubbelende elektronica. Of dat meer duister aanvangende Seastar waarin we doorheen de digitale confetti een leuke dubbas tegenkomen. Een beetje less is more, maar dat ligt misschien aan onze leeftijd?

13 september 2021
Johan Giglot