The Streets - Computers and Blues

Warner

Niel Van Herck17 maart 2011

Computers and Blues

Vele jaren terug zat ik in een kleine, rokerige pub in Londen toen de patserige barman een bandje aankondigde. Een mager mannetje, zo uit een voetbalstadion geplukt, nam de microfoon ter hande en begon vervolgens een stevig potje te rappen. Nummers als Don’t Mug Yourself, Weak Become Heroes en Let’s Push Things Forward vielen meteen op. Elke aanwezige werd gek van enthousiasme. De eerste bladzijden van het verhaal van The Streets werden geschreven.


'Original Pirate Material', het debuutalbum werd meteen een schot in de roos. Zijn rauwe verhalen over het straatleven, kebabs en Rizzla-blaadjes, gesteund door ruwe beats sloegen aan. Ook vervolgalbum 'A Grand Don’t Come For Free' was een topper, maar bij de twee volgende telgen was het vet van de soep. Mike Skinner, frontman van The Streets, zat door zijn inspiratie, vond geen vreugde meer in muziek maken, maar had een loodzwaar contract met zijn platenfirma afgesloten. Vijf albums op tien jaar of kop eraf.

De release van het laatste album in de serie beloofde dus niet veel goeds. Maar 'Computers and Blues' is beter geworden dan verwacht. Het is alsof de Brit eindelijk die lang opgekropte scheet kon laten en dus met een onbezonnen gevoel muziek neerschreef.
Al van bij opener Outside Inside wordt duidelijk dat dit album een stap terugzet richting de gouden tijden van 'Original Pirate Material'. Geen overgepolijste ensembles, maar goedkoop lijkende samples op donkere beats. Het lijkt wel alsof Skinner al zijn duur materiaal de deur heeft uitgegooid om weer met een aftandse computer en een oud Yamaha-keyboard aan de slag te gaan. Sommige stukken zijn zo uit Garageband geplukt, andere dan weer uit duistere Bollywoodfilms.
Inhoudelijk maakt Skinner ook een ommezwaai. Geen gezaag meer over het lastige leven van een superster, maar onderwerpen zo uit het leven gegrepen. Blip On A Screen gaat over de twijfel tussen paniek en ontroering bij het zien van de eerste echogram en Trust Me is de notoire kritische blik op de maatschappij. In Lock the Locks sluit hij symbolisch zijn kantoor en het album af. Het is genoeg geweest. Misschien tijd voor een ander project?
Ook al is de man nog steeds heer en meester in het taaluniversum, het einde is meer dan welkom. Na twee muzikale verkrachtingen is ‘Computers and Blues’ opnieuw een verademing, waarbij The Streets eindelijk weer wat van dat oude niveau haalt. Maar de eerste twee albums worden nergens meer geëvenaard. Daarvoor is deze schijf nog net iets te slap. Geen betere afsluiter dan één van de mans bekendste fraseringen: “But you’ve got to walk away now, it’s over.”
← Terug naar overzicht