Tim Darcy Saturday Night

Jagjaguwar
Saturday Night

Postpunksensatie Ought wordt terecht tot de spannendste, nieuwe, Canadese bands gerekend. Wat tot voor kort onbekend is gebleven, is dat zanger-gitarist Tim Darcy tijdens het registreren en presenteren van laatste worp 'Sun Coming Down' simultaan bezig was aan een ander project. Op zijn eerste solo-album ontpopt hij zich als een minder excentrieke frontman dan we gewend zijn; 'Saturday Night' is vooral een openhartig en introspectief document over het accepteren van je lot en het volgen van je intuïtie.

Had Darcy niet het aanbod gekregen om met vrienden in een verlaten warenhuis gratis op te nemen, dan lagen deze (soms al vrij oude) liedjes nu namelijk nog op de plank. Hij ging de uitdaging aan, ondanks de drukte met Ought, en sloeg met zijn vrienden Charlotte Cornfield, Amy Ford, en Ross Gillan in Toronto aan het experimenteren op de spaarzame zaterdagavonden dat zijn band niet optrad. Niet dat Ought ooit als een muzikaal keurslijf klonk, maar de gitarist tracht zich hier hoorbaar te ontwikkelen tot een wat jovialer, spontaner en minder bedachtzaam songwriter.

Vooruitgeschoven single Tall Glass Of Water is een ideale, zij het ook wat misleidende albumopener. In vormtechnisch en tekstueel opzicht zet het de toon; “If at the end of the river / there is more river / would you dare to swim again?” Darcy pauzeert kort en geeft dan blijk van het retorische karakter van die vraag: “Yes, surely I will stay / and I am not afraid / I went under once / I'll go under once again.” Het idee dat niet geschoten altijd mis is, zal vaker terugkeren. De prettig jakkerende Telecaster op een basale vierkwartsmaat doet onmiddelijk de oren spitsen en de voeten tikken, totdat het nummer na anderhalve minuut plots afremt en verwordt tot een soort gospelsong inclusief koor. Ook dit verschieten van kleur en textuur is een constante op de plaat.

Er volgen een aantal rechttoe rechtaan gitaarnummers, en na het tamelijk conventionele liefdesliedje Still Waking Up slaat het halverwege om. Op kant B probeert Darcy wat nieuwe dingen uit; donkerder zangtimbres, meer leunen op drones dan melodie, spelen met een strijkstok. De arcatonummers Saturday Nights en Beyond Me, beide volledig instrumentaal, doen denken aan het vroege improvisatiewerk van John Cale. De verstilling zet door tot aan het slot, wanneer Jeanne d'Arc voor een tweede maal fungeert als muze.

'Saturday Night' is niet direct wat je op een doorsnee zaterdagavond draait om in een feestelijke stemming te komen; eerder het laatste voor een grieperig slapengaan onder warme dekens. Het valt te prijzen dat Tim Darcy zich, als laatste van alle Ought-leden, nu waagt aan een solo-album. Het levert tot nu toe steeds stuk voor stuk boeiende uitgaves op, juist omdat die zo verschillen van het moederschip. Dat maakt de plaat ook interessant voor de groep die Darcy's voornaamste band wat al te grillig vindt klinken.

 


19 maart
Max Majorana