#REIntroducing - Killing Joke - 'Extremities – A Compilation Of Rarities'
Een gimmick? De godfathers van industrial en apocalyptische postpunk brengen een aantal oude opnames uit onder de noemer “Extremities”. Alsof Killing Joke ooit niet-extreme muziek uitbracht ... Net zoals vele artiesten (Prince, The Beatles, Wu Tang Clan) blijkt de band ook een soort van Black Album (“black cassette”) te bezitten. Het betreft jamsessies ofte demo's, opgenomen in de befaamde studio van producer Steve Albini waarbij die laatste de overstuurde bassen, oscillators en zelf toegevoegde digitale drumlijnen probeert te kanaliseren door voortdurend van de control room naar de studio over en weer te hollen (of van de kelder naar de zolder, zo u wenst).
We spreken eind 1988, de tijd toen de band en vooral gitarist Geordie Walker en interim-drummer Martin Atkins (PiL) de frustraties kwijt moesten over de voortdurende ego-botsingen met oppergod Jaz Coleman, die later voor langer dan tien jaar naar Nieuw-Zeeland zou verhuizen. Post-datum weten we nu dat net die conflicten, waardoor ten tijde van deze opnamen ook founding members Paul Raven (bas) en Paul Ferguson (drum) tijdelijk opstapten, tot de sterkste momenten van Killing Joke zouden leiden. Lees: het expliciete album ‘Extremities, Dirt and Various Repressed Emotions’ (1990), dat voor velen het begin van het industrial-muziekgenre betekende (en waarop Paul Raven met bas later gelukkig weer kwam meedoen).
En die wilde, experimentele opnamen, die lang even obscuur als onbereikbaar bleven, worden nu dus eindelijk publiek gemaakt in de vorm van vier tracks. De overige vier op deze verzamelaar zijn zeldzame live opnamen van Martin Atkins' allereerste show met de band (20/12/1988) in Burberries, Birmingham, een kleine, broeierige club vol spiegels, donkere hoekjes en groezelige figuren. De vier songs, die je op de B-kant van deze ‘Extremities’ krijgt, werden er voor de allereerste keer live gespeeld. Je voelt dan ook de energie, de spanning bij de band (via Colemans theatrale gelach en tussentijdse commentaren) en de intensiteit aan de vooravond van een nieuw avontuur.
De "Black Cassette sessies" of demo's klinken alvast heerlijk kaal en rauw. Een droge Yamaha-drumcomputerbeat en waanzinnig diep ronkende en dreigende gitaarlijnen vormen een bijna machinale ritmesectie – ruw opbouwende gitaarnoise die alvast het kader van Money Is Not Our God of North Of The Border schetsen. Maar tegelijkertijd ook niet veel meer dan dat, zo zonder zang of ruimte voor nuances. Respectievelijk dus goed voor zes en vier minuten stevig in het rood ronkende distortion en stampende beats. Je krijgt trouwens ook een titelloze demosessie mee, waarin Walker serieus aan de snaren gaat plukken en dankzij verhalende melodieën wel een instrumentaal op zichzelf staand stukje krautrock weet neer te zetten. En een bewerking van Money waaraan Albini heel wat samples en wegdraaiende, dubby effecten toevoegde en waarmee je echt in de industrial wereld belandt. Fraaie en energieke madness.
Waar deze sessies vooral een hebbeding en tijdsdocument voor de fans zijn, zijn wij dan weer meer gecharmeerd door die obscure live opnamen. Achtereenvolgend enkele 'Extremities'-fragmenten en songs The Fanatic, Intravenous en Beautiful Dead loeiden dus voor een eerste keer over het publiek heen. De opnamekwaliteit, waarin je dit kan herbeleven, is al een tijdsdocument op zich, maar het is vooral ook het moordende tempo, de demonisch galmende stem van Coleman en het strakke, pure noisekader van deze live sessies die echt wel pure punk en explosieve energie zijn, fluitende micro’s en opsmorende versterkers inbegrepen.
Bijna hadden we deze release bestempeld als iets te freaky en enkel bestemd voor Killing Joke-addicts, maar wat zijn die vage, ruwe live opnamen heerlijk overstelpend. Zelfs als je de band nooit mocht zien of – erger – nog niet kende, word je hierdoor genadeloos verpletterd. En daar kan je als liefhebber van het zwaardere muziekgenre weinig bezwaar tegen hebben.
