Schemerzone #7
Een blik op de muzikale schemerzone van december.
In 1992 vormde een groep vooral Duitse minimalistische componisten de Wandelweiser-groep. Vanuit hun gedeelde esthetische zin voor de volle resonantie van minimalistische klanken, en alle vormen van stilte daaromheen, inbegrepen de natuurlijke ruis van opnameruimten, werden een label en uitgeverij gestart die nog altijd een referentie vormen in het genre. Sinds 2020 vormt het Finse kvieto een aanvulling daarop met al even reductionistisch werk, niet zelden met leden uit of geestverwanten van die groep. Zo ook met ‘Listening within’, een samenwerking van Eva-Maria Houben en Jukka-Pekka Kervinen. In de titeltrack, aan piano, is een stilte van meer dan veertig seconden geen uitzondering. Luisteren is, zoals Houben ooit zei, een vorm van “ademen met de oren”. Kervinen tekende Klang, sieben uit voor cello, viool en altviool, met doorlopend veel plaats voor contactgeluiden tussen strijkstok en snaren. Houben rondt af met Monodie II, een kort stuk waarin pianoklanken -haar begrip van monodieën eigen- meditatief en radicaal eenvoudig worden gecombineerd, zodat de klanken, de ruimten tussenin en resonantie van de nagalm in volle verbinding komen met stilten voor en na. Een plaat met een heel eigen invulling van tijd daarom.
Noem CoH -Ivan Pavlov voor de KGB, tot hij naar Zweden vertrok- gerust een eigenzinnig muzikant. Ergo releases op ondermeer Staalplaat, Raster-Noton en Mego, en samenwerkingen als met Coil en Cosey Fanni Tutti. Kroop ‘CoH plays Cosey’ bijna letterlijk in haar huig, voor ‘Covers’ kruipt de man tussen Wladimir Schalls pianotoetsen. Schall is als Parijse dj en elektro-akoestisch experimentalist kind aan huis bij modeshows van Saint Laurent en hoedenhuis Maison Michel, en vertrouwd met zowel soundscaping als deconstructie van bekende klassieke composities. Leg hen partituren van Sakamoto en Satie voor, open als die in beginsel al waren voor interpretatie, en je krijgt een boeiende mix van Merry Christmas Mr Lawrence en Satie’s Gymnopédie n° 1 als intro. In slow-motion wordt ingezoomd op klanken, worden ze uiteengerafeld, gerokken, gestapeld, in zacht-atmosferische electricks geweven. Kohtakt is een vrije bewerking van Nino Rota’s muzikale leidmotief in Kontakt, een Russische cultanimatiefilm uit 1978, gevolgd door een donkerder elektroakoestische herinnering aan een Russische animatieserie, met Okolo Kolokola (‘rond de klokken’). Schall interpreteerde al eerder Saties Vexations op een endless loop-tape, hier isoleert hij vier noten uit Rachmaninov’s Vocalise Op. 34 No. 14 in traag serieel verband, met af en aan golvende, ijzige ruis.
CoH’s eigen doomy electrometal Soii Noir, op diens eerdere ‘IIron’, krijgt met Soii Blanc een naar Morton Feldman teruggrijpende pendant aan eerder dreigende, ruimtelijke toetsen, ingepakt met CoH’s digitale kraswerk. Snowflakes legt een laag zachte glitches en scrapes over een geheel nieuwe compositie met expansieve toetsen, die het vallen van sneeuw (willen) evoceren: meteen een hint voor de dubbele betekenis van de plaattitel.
Gnossienne à Ryuichi is een volgende knik richting Satie en Sakamoto, met (l)ijzige combi van trage toetsen en opgerekte elektronische emulaties. Het korte Starost Ne Radost tot slot (‘oud worden is geen pretje’) krijgt digitale artrose aan stoffige toetsen en een oude gitaar.
Er kwam de laatste jaren met componisten als Kali Malone, Sarah Davachi, Anna von Hausswolff en Claire M Singer een pak werken uit die het (al dan niet van pijpen voorziene) orgel weer centraal zetten. Tijd voor een volgende stap, dacht Zimoun, een multidisciplinair Zwitser die wel vaker raakvlakken tussen akoestiek en kinetiek opzoekt. Hij bestudeerde enkele jaren een uniek derde prototype van een dynamisch winddrukorgel in de kathedraal van Bern, waarvan de luchtdruk en het windvolume doorlopend per pijp kunnen worden geregeld. Dat leidt met ‘Wind Dynamic Organ, One and Two’ tot een extra rijk gemoduleerd geluid, waarbij klank en luchtruiskracht elkaar sterker aanvullen en de textuur nog voller en roeziger klinkt dan bij klassieke ontwerpen, in de tweede track meer nog dan in de eerste.
Beide grofkorrelige dronestukken vormen tegelijk basis voor met Taylor Deupree gedeelde bewerkingen, op het zesdelige ‘Wind Dynamic Organ, Deviations’. Daarbij wordt ademruimte toegevoegd, al is een mondmasker geen luxe: bij aanvang lijkt het alsof GAS-opnamen vertraagd rondjes draaien in een dik pak stof. Regelmatig verbreden (al dan niet droney) synths en elektronische piano verder het koloriet, worden taperuis en krassen toegevoegd, tonen verbogen of in cyclische patronen gebracht, en gaat dense elektro-akoestiek zo het beeld bepalen.
Het Amerikaanse ambienttrio Purelink, dat in ’21 doorbrak met kwikzilveren breakbeats in ambientsetting, groeide op in de Midwest, in termen van elektronische muziek zelfs twintig jaar geleden nog nagenoeg een niemandsland. Alternatieve rockconcerten verbonden hen, tot een plaat van Pan American hen de ogen en oren opende in een elektronische richting, breder dan wat ze met EDM en Skrillex als eerste (voor hen ook irritante) indrukken daarin hadden opgepikt. De doorgaans vrij organische ambient van Pan American bleek inderdaad een mooie brug, terwijl Brian Leeds, aka Huerco S., hen verder inleidde in de techno en experimentele elektronica.
‘Live’ bundelt in twee takes, ook uitgebracht op cassette, hun intussen vertrouwde mix van zachtaardige ambient, dubelementen en IDM, gebrouwen in een eenvoudige, rond Ableton gebouwde studiosetting, met enkele (bas)gitaren, een basic piano, of occasionele blazer als randanimatie. Met hun verhuis van de wat meer besloten indiekringen in Chicago naar Brooklyn en Queens, kregen ze meer weerklank, gingen ze samenwerkingen aan met Angelina Nonaj en Loraine James (Whatever The Weather), en werden ze het voorprogramma bij acts als Tirzah en Astrid Sonne. In het voorjaar staan ze op het Haagse Rewire-festival. Met ‘Live’, als mixtape samengesteld uit tours doorheen de VS in ’24, kan je je dus alvast voorbereiden op die set, en verder kennis maken met hun pad dubbing binnen een gemoedelijke, vrij aardse visie op ambient. Het eerste ruim halve uur krijg je bewerkingen van materiaal uit ‘Signs’ zowel als van tracks van bevriende muzikanten en eigen muzikale helden. Helaas raakt het trio hier weleens verstrikt in nodeloos gefröbel met cerebrale ritmes via Utility, wat ze goedmaken met de afrondende, ruime sampling uit After The Flood, het meest intense dat Talk Talk ooit op plaat vastlegde. In het tweede, qua samenhang een stuk sterkere deel volgen bewerkingen van niet eerder verschenen, deels multi-instrumentaal studiowerk.
Met de naam Voices From The Lake gaven ze het deels al aan: verwijzend naar het meer van Sabaudia waar ze hun eerste parties organiseerden, zijn Donato Dozzy en Neel (Giuseppe Tiellici) allebei vatbaar voor mystiek, voor aan de onderwaterwereld gebonden mythologie, en voor science-fiction. Met die voorliefden kom je, zeker in de ambient techno, al snel bij Tangerine Dream uit voor je inspiratie, ook in de door subtiele ritmiek en wolkerige synths gedragen opener van ‘II’. Water Lotus drijft op digitale tablas als in een vochtige jungle, Bespin zendt nevelige beelden door van die verzonnen Star Wars-planeet, begeleid met vloeibare percussie. Met die trage opbouw trekken ze meteen de conceptuele lijn door van hun geroemde debuut uit 2012, om geleidelijk meer gevarieerde ritmiek in te bouwen vanaf Aquateo. Behalve van de sferische Eventide-modules maakt het duo duidelijk mee gebruik van retrosynths, en met de Lexicon PCM 70 Digital Reverb ook van een eighties effect-unit, alsof je meermaals in een vochtige grot wordt getrokken. Helaas is er dan geen tussenweg: je bent voor of tegen die koel-glazige reverb bij gesimuleerde vallende druppels en percussie halfweg de plaat. Het tekent ook Manuark, meteen een groet aan Manuel Fogliata, de vorig jaar gestorven Nuel die in 2020 ‘Fantasia’ uitbracht bij Apollo. Vanaf Mono No Koto -het duoproject werd geboren op het Japanse Labyrinth-festival- stijgt de temperatuur gelukkig, met wat drogere toms en vollere synthpulsen, voordat Asterios een sterrendans doet bij Japanse drums en kosmisch getinte synths. Niet gek trouwens om een paar keer doorheen de plaat te denken aan Robert Leiners werk. Blue Noa danst op een koelere vloer bij wat donkerder elektrowave. Afsluiten doet deze niet alleen in studiotechnisch opzicht maar ook qua sfeer wat hybride plaat met de meest melodieuze track: Ian, dat een speelse Rhodes-loop in dromerige chords vat.
Gevoelens van onzekerheid, angst en onveiligheid zijn voor de Taiwanese, in Londen gevestigde Jin Synth drijvende krachten. Wat gek misschien, in de wereld van zich doorgaans niet zo kwetsbaar opstellende techno-artiesten, maar herhaling van wat al bestaat interesseert haar niet, ze zoekt liever nieuwe ruimten bezijden de stijldictaten, liefst nog geholpen door analoge synths en al dan niet gesamplede bredere percussie. Dat krijg je met masters in geluidskunst - bovendien een eigen studio leidend voor visuele designing. Voor de Projection ep kreeg ze gehoor bij het Spaanse Semantica, bijna 20 jaar actief in kwalitatieve hypnotische techno, van ondermeer Marco Shuttle en Donato Dozzy. Voegen flarden duistere ambient en vreemdsoortige found sounds textuur toe aan de aanvankelijk nog cleane 128 bpm (Precision), worden de ritmes met Mapping complexer, de pulsen dieper in de onderkoelde setting van Step Forward, tot het titelnummer met ritmisch rijk gemoduleerde techno een hoogtepunt bereikt. Jin Synth -ze verdient echt een betere artiestennaam- trekt je brein en voeten liever subtiel in een diepere ruimte dan je met harde hand op een vlakke main floor te houden.
Kassem Mosse (Gunnar Wendel) en Lowtec (Jens Kuhn) bouwden allebei op hun manier een naam op rond minimal dub, tech-house en ritmische abstractie. Na al eerdere samenwerkingen op Laid en Mikrodisko verzamelden ze weer de krachten als Kolorit, met ‘Lose Ideen’ op Workshop -waarvan Lowtec mede-eigenaar is. Happy Plate vertrekt met sferische elektrobleeps, aangevuld met ietwat speels-experimentele percussie: geen wonder, want Mosse houdt als dj wel van een streep Rick Wilwhite of Senalese mbalax. Lose Idee is clicky groovetech met Aril Brikha in gedachten, Metall Im Bild culmineert met deep space dubtechno. Wat volgt zijn een paar opgewonden standjes in een virtuele nineties studio, tot Dieter Needs To Follow uitpakt met Rephlex op z’n Duits. Humor met de tanden op elkaar.
Tresor vormt als club en label al vijfendertig jaar een Europese wieg voor techno, vanouds een link houdend met Detroit. De strijd met Berghain (met het recent herstarte huislabel Ostgut Ton) was een tijd hard, met Berghains eis dat gast-dj’s langere tijd voor en na hun draaibeurt niet zouden spelen bij de concurrentie, maar is intussen licht ontdooid. Zeker de oudere Detroitgarde blijft echter loyaal aan Tresor: ook het dertig jaar bestaande Dopplereffekt tekende er recent voor hun eerste labelrelease, die toch wel verrast. Opgericht door Gerald Donald als aanvankelijk vrij rauwe elektro-act rond thema’s als robotica en eugenetica, zou de Viëtnamese To-Nhan Le-Thi de band vervoegen in 1999, daarmee geleidelijk de zeden verzachtend, waarbij de act vanaf ‘Linear Accelerator’ rond kwantum- en kosmische fysica zou gaan draaien, muzikale dystopie mixend met wat meer poëtische elektroromantiek. De conceptuele blik verder verruimend, zette ‘Neurotelepathy’ beginselen uit de neurowetenschap voorop, met een verrassende cameo van Christina Vantzou. ‘Metasymmetry’ voegt weer nieuwe thematische invalshoeken toe, ondermeer plukkend uit sci-fi met Time Modulation-Gravitation Pulse in stevig stuwend elektroformaat. Dat past natuurlijk bij het wel vaker potig uitpakkende Tresor, hoewel mystieke synths balans houden. Multiverse Wavefunction is een stuk ontwapenender, bijwijlen poëtisch zelfs, ondersteund door kristalsuikeren chords en de mooi daarop aansluitende vocalen van Beatrice Ottmann, naar verluidt pseudoniem voor Le-Thi zelf, Donalds vrouw. Knappe vertolking van het idee dat een multiversele golffunctie vele parallelle universa zou verbinden. Het gemillimeterde Collapse of Simultaneity is er voor bunkertrouwe rauwdouwers, Olbers Paradox -met als centrale vraag waarom het ’s nachts donker is met zoveel sterren rondom- pakt uit met een volgende emotieve trip, een capsule zwevend in een onderkoelde atmosfeer, onder een witte zon, alsof Lisa Gerrard kosmische melancholie bezingt.
