Frederik Dejongh (Jerboa Mastering) - Ik beleef muziek anders als ik in mijn studio zit

Ik beleef muziek anders als ik in mijn studio zit

Dertig jaar na de release krijgen twee iconische rockplaten een nieuw leven. Met de jubileumedities van ‘Worst Case Scenario’ en ‘In A Bar, Under The Sea’ duikt een nieuwe generatie opnieuw in het vroege werk van dEUS, terwijl fans van het eerste uur de albums herontdekken. Achter zo’n heruitgave schuilt de vraag: hoe remaster je muziek waarvan de sound al decennia in het collectieve geheugen zit?
Voor die delicate opdracht werd een beroep gedaan op mastering engineer Frederik Dejongh van Jerboa Mastering. Zijn taak: de oorspronkelijke opnames respecteren, maar ze tegelijk laten klinken zoals ze vandaag mogen klinken. Geen eenvoudige oefening, zeker niet bij platen die zo’n sterke reputatie hebben opgebouwd binnen de Belgische rock.

Wat trok je aan in dit project? Wat maakte jou enthousiast om de eerste twee dEUS-albums te remasteren?

Frederik Dejongh: De vraag kwam in eerste instantie van het label zelf. Dat vond ik op zich al bijzonder. Ik viel eerlijk gezegd een beetje achterover toen ze me daarvoor vroegen, tegelijk vond ik het natuurlijk ontzettend tof. Toen die platen oorspronkelijk uitkwamen, was ik zelf nog vrij jong en eigenlijk een echte puber. Mijn oudere broer luisterde er ook veel naar, waardoor de albums thuis vaak opstonden. Ik kende ze dus eigenlijk door en door. Net daarom is het zo’n vreemd en tegelijk geweldig gevoel om die muziek plots zelf onder handen te mogen nemen. Platen waar ik als luisteraar mee ben opgegroeid, krijg ik ineens onder mijn vingers en daar mag ik dan ook nog mijn eigen interpretatie aan toevoegen. Dat maakt het vooral een grote eer.

Hoe klonken de originele opnames toen je ze voor het eerst hoorde? Zag je meteen uitdagingen?

Wat vooral opviel, is dat die platen veel scheller, agressiever en venijniger klonken dan veel muziek die vandaag wordt uitgebracht. Dat heeft ook technische redenen. Het was een periode waarin digitaal werken nog vrij nieuw was, en dan sluipen er sneller digitale artifacts in het geluid zoals harde randjes en vermoeiende overall sound. In combinatie met oversturing van instrumenten in de muziek zorgt dat soms voor een soort sonische overload. Tegelijk moet je daar ook voorzichtig mee omgaan. Die sound heeft namelijk al dertig jaar impact gemaakt. Mensen waarderen die platen precies zoals ze klinken. Je kan dus niet zomaar beslissen om alles minder scherp te maken of het geheel veel “smoother” te laten klinken. Als je dat doet, bestaat het risico dat fans zeggen: het origineel klonk eigenlijk beter. Dat mocht dus zeker niet gebeuren. Het was belangrijk dat de ziel en de energie van die platen intact bleven. Toch viel het op dat vooral de eerste plaat een beetje venijnig klonk. Dat zijn dingen die je wel opmerkt wanneer je er technisch naar luistert, maar waar je tegelijk respectvol mee moet omgaan.

Hoe begin je aan zo’n opdracht?

Ik had die platen al jaren niet meer beluisterd op het Kii-systeem waarop ik werk. Ze zaten eerder in mijn geheugen gegrift. Ik wist dus wel hoe ze klonken, welk gevoel ze opriepen en welk verhaal eraan vasthing, maar ik had geen idee hoe ze vandaag op mijn speakers zouden binnenkomen. Daardoor moet je het eigenlijk van twee kanten bekijken. Wanneer je een nieuwe plaat mastert die nog nooit is uitgebracht, heb je meer vrijheid. Je kan perfect beslissen om dingen weg te halen of te veranderen om het geheel bijvoorbeeld agressiever te laten klinken. Alles kan, want niemand weet hoe het “hoort” te klinken. Bij iconische dEUS-albums ligt dat helemaal anders. Mensen hebben daar een duidelijke referentie van. Toen ik ze voor het eerst op mijn speakers hoorde, was het even zoeken: wat zorgt er precies voor dat die platen zo binnenkomen en welke elementen moet ik absoluut behouden? Wat kan ik misschien iets meer in de verf zetten, iets naar boven halen zodat oude fans toch nog iets nieuws ontdekken, en nieuwe luisteraars er ook in meegezogen worden? Dat is een heel dunne grens. In alle eerlijkheid was het echt sleutelen om een goede balans te vinden die geloofwaardig blijft voor iedereen. In die zin is zo’n remaster een grotere uitdaging dan een volledig nieuwe plaat doen.

Welke specifieke technieken of tools gebruik je dan meestal bij het remasteren van oudere rockalbums?

Alles wordt in zo’n proces eigenlijk opnieuw gebalanceerd naar de weergavemogelijkheden van vandaag: de dynamiek, het frequentiespectrum en de algemene drive en diepte van de muziek. Je werkt als het ware ook aan de ruimtelijkheid, de 3D van het geluid, zodat alles beter in verhouding staat. Tegelijk probeer je de klank naar vandaag te vertalen. Vandaag wordt muziek immers vooral via streaming beluisterd, via platforms zoals Spotify of Qobuz, daar werd vroeger geen rekening mee gehouden. In de tijd dat die platen oorspronkelijk werden uitgebracht, was de focus vooral: zo luid mogelijk op cd krijgen. Zeker bij zo’n rockplaat werd alles hard gecomprimeerd, zodat het maximumvolume op cd werd gehaald. Als je de nieuwe versie nu op streaming hoort en vergelijkt met de oude, merk je dat er net iets meer detail aanwezig is en wat meer microdynamiek. Het klinkt ook warmer en voller. Tegelijk blijft dat venijnige karakter wel overeind, het was belangrijk om dat te behouden. Hopelijk hoor je ook meer ruimte binnen het geheel. Soms duiken er kleine details op die vroeger wat verstopt zaten, omdat alles zo plat gedrukt was. Het zijn bijna kleine snoepjes in de muziek die nu wat meer leven krijgen en beter naar voren komen. Zo krijgt de plaat in zekere zin een nieuw tijdsgevoel, zonder haar oorspronkelijke karakter te verliezen.

Had dEUS zelf inspraak tijdens het remasterproces? Had je contact met Tom Barman of andere mensen?

Ik ken wel Alan Gevaert of Stephane Misseghers, en andere bandleden, omdat ik veel side projects voor hen mag masteren.  Ik denk dan aan de albums van Trixie Whitley, het nichtje van Alan, de soloplaat van Mauro Pawlowski, of de Scorpio Twins-releases, een project van Stephane. Maar eigenlijk is er geen contact met hen geweest tijdens de remastering van de dEUS-albums. Dat kwam omdat het soms juist te ver zou afleiden van het proces. Het gebeurde volledig via [PIAS], het label. Zo bleef het voor mij echt een eigen interpretatie van dEUS. Ik vermoed dat de band er helemaal content mee is, want anders zou de release niet doorgegaan zijn.

Het ging om een groot aantal nummers, dus best veel werk?

Absoluut! Vijfenvijftig songs, dat betekende een aantal dagen van grote focus, en zo min mogelijk afleiding om de overview van het geheel te bewaken, om zo de verschillende oude masters, mixes en demo’s naar een professioneel gelijkwaardig niveau te tillen, terwijl de originele intentie behouden bleef. Als ik het resultaat vergelijk met de oorspronkelijke platen, ben ik echt trots. Je hoort details die je eerder niet hoorde, maar de energie van de originele opnames blijft toch overeind. Ik was er niet op uit om zware ingrepen te doen of stukken door effecten te halen. Het gaat om het respect voor het verhaal en de band. Uiteindelijk hoop je dat je als mastering engineer een bijdrage levert die zowel oude als nieuwe fans aanspreekt. De reacties zijn enthousiast, dat is voor mij een bevestiging dat het gelukt is. Het is een intens proces, maar tegelijk is het ook erg bevredigend om te zien dat je iets hebt toegevoegd zonder de ziel van de platen aan te tasten.

De modale luisteraar merkt het misschien niet, maar hoe kunnen de echte liefhebbers horen dat er iets veranderd is bij de remasterde platen?

Voor veel mensen zal het verschil niet eens opvallen, en dat is een goed teken: de missie is geslaagd, want de essentie van de platen is intact gebleven. Als je de remasters op een goed systeem of met headphones beluistert, merk je meteen dat het dynamischer klinkt, warmer, breder en opener. Daardoor kun je veel meer horen van de afzonderlijke instrumenten, en dat zijn er bij dEUS behoorlijk wat. Zeker bij drukke passages krijg je ineens ruimte en wordt alles beter traceerbaar. Het voelt alsof er een beslagen raam wordt afgestreken: alles wordt helderder, details komen beter naar voren, passages zijn makkelijker te volgen en je kunt de schoonheid van de arrangementen beter in je opnemen. Vooral violen en subtiele details krijgen zo meer lucht. Het geheel klinkt iets aangenamer en minder gecomprimeerd, omdat er rekening  is gehouden met moderne luisteromstandigheden. Het resultaat is een sound die trouw blijft aan het origineel, maar wel comfortabeler en transparanter klinkt in zijn geheel.

Luister jij door je job anders naar muziek dan de gewone muziekliefhebber?

Ik beleef muziek anders als ik in mijn studio zit: daar luister ik heel kritisch, gericht op elk detail. Buiten de studio gaat het veel meer om het gevoel. Ik doe dit werk nu ongeveer vijfentwintig jaar, waarvan de laatste vijftien jaar fulltime. In het begin was ik extreem kritisch en eerder analytisch. Dat kwam deels door mijn basis als muzikant, producer, recording en mixing engineer: ik lette altijd op hoe radiocompressie en digitalisering het geluid tussen Radio 1 en Studio Brussel veranderden, hoe het verschilde, hoe nummers zijn opgenomen, wat de verschillen en de crossovers zijn tussen verschillende genres. Overal waar ik werkte, luisterde ik kritisch naar bands en analyseerde ik alles wat ik hoorde. Tegenwoordig luister ik vooral vanuit gevoel. Ik laat me meenemen door het verhaal van de muzikant alsof ik zelf fan ben. Daardoor sta ik open voor alle genres en hoor ik vaak verrassingen, zelfs in nieuwe muziek. Die strenge, kritische blik is grotendeels verdwenen. In de masteringstudio blijft het natuurlijk een ander verhaal: daar draait alles om de emotionele connectie, maar ook om perfectie en de technische keuzes. Ik stel mezelf veel in vraag, zoek naar directe bewijsvoering in het geluid, en denk constant na over hoe alles kan worden verplaatst of verbeterd. Gelukkig kan ik me daar een hele dag op focussen, zodat het resultaat zowel technisch klopt als emotioneel blijft spreken. Ik blijf in de eerste plaats een echte muziekliefhebber.

19 maart 2026
Steven Verhamme