High Hi - Het is bijna een soort geloof voor ons geworden
Met vierde album ‘Noonday Demon’ duikt High Hi diep in emotie, verlies en zelfreflectie. Het resultaat is een introspectieve popplaat die experimentele klanken combineert met scherpe melodieën en eerlijke, observerende teksten. Met de plaat bewijzen ze dat hun populariteit niet van de lucht is. Na indrukwekkende optredens op Pukkelpop en als support voor Royel Otis bevestigt de band opnieuw hun unieke plek in de hedendaagse popscene: een sound die herkenbare hooks en opvallende vocals combineert met een mix van nostalgie en frisse energie.
‘Noonday Demon’ is een ietwat opmerkelijke titel voor een plaat. Hoe zijn jullie daarop gebotst?
Zoals altijd is die juiste titel vinden een zoektocht gebleken. Je gaat vaak op zoek naar het juiste nummer om als titel te gebruiken, maar geen enkele dekte helemaal de lading. Zo zijn we uiteindelijk bij 'Noonday Demon' uitgekomen. We lazen iets over de betekenis van die term. Het gaat over een soort depressie, die je kan besluipen op klaarlichte dag. In de minst heftige vorm is dat dat gevoel dat je in de namiddag plots even niets meer wilt of kunt doen, dat je niet productief bent en niet goed weet waar dat vandaan komt. Vroeger dachten mensen dat zoiets veroorzaakt werd door een duivel die je tegenhield om te werken. Dat vonden wij zo’n zot beeld, dat we dachten dat het wel ging over veel van onze nummers. We hadden vaak het gevoel dat we door één of andere duivel niet meer verder konden of dat we midden in ons werk werden stilgelegd. Dat vonden we een interessant idee om over na te denken.
Die "Demon" verwijst volgens de perstekst ook naar mentale gezondheid. Veel artiesten zingen daar over omdat het therapeutisch is. Geldt dat ook voor jullie?
Zeker. We zijn aan het album ongeveer drie jaar geleden begonnen. Dat was een jaar waarin we als band veel mensen zijn kwijtgeraakt. We verloren vrienden en familie, op korte tijd moesten we met zijn drieën naar enkele begrafenissen. Dat hakte er enorm in. Tegelijk zaten we allemaal in een periode waarin we depressief aan het worden waren. Dat was een intense en verwarrende tijd, een soort zoektocht naar onszelf en naar hoe we weer beter konden worden. Die periode zit echt diep verweven in de plaat. We hebben daar toen heel veel over nagedacht en alles wat we voelden is daarin geslopen. Nu gaat het gelukkig een stuk beter met ons, maar op het moment dat we die plaat schreven, was dat absoluut nog niet zo.
Er steekt in de muziek ook veel melancholie, misschien ook wat medelijden. Is dat een bewuste houding of gewoon hoe jullie in het leven staan?
Er zijn teksten waar ik nu op terugkijk en niet weet of ik er vandaag nog altijd volledig achter sta. Dat zijn heel duidelijke momentopnames, geschreven vanuit hoe het toen voelde. Dat is ook het vreemde aan zo’n cyclus. Wanneer je je goed voelt, begrijp je soms niet meer waarom je je ooit zo slecht voelde. Dat maakt het complex. Het kan misschien soms neigen naar zelfmedelijden, maar voor ons was het vooral een vorm van zelfheling. Veel van die nummers zijn gewoon recht uit het gevoel geschreven, zonder filter. Nu zijn we zelf nog aan het ontdekken wat we daar toen precies mee bedoelden. Dat is voor ons even veel zoeken als voor iedereen die naar die muziek luistert.
Jullie teksten lijken vaak te observeren. Wanneer voelt iets waar genoeg om er een nummer van te maken?
Ik denk dat je over alles een nummer kunt maken. Soms is iets heel banaal, maar heb je gewoon een sterke melodielijn. Dan gaan wij niet achteraf de tekst aanpassen om het intellectueler te laten klinken of er iets anders van te maken. We houden dat liever vast zoals het is, omdat net dat het nummer maakt tot wat het is. Dat voelt voor ons oké op die manier. De wereld in 2026 voelt sowieso luid en gefragmenteerd aan, een beetje verward ook. Misschien past die eerlijkheid daar net goed bij.
Hoe filter je de geluiden, die jullie opvangen, in de wereld in de muziek van High Hi?
Wij wonen in deze wereld. Dus zitten we er middenin. We nemen dat mee en draaien het om in wat we maken. We verwerken het sowieso. Er gebeuren soms wel vreemde dingen bij de releases. De dag dat we 'Firepool' uitbrachten in 2020 was de eerste dag van de lockdown. Toen we 'Return To Dust' uitbrachten, met de eerste single All Cool All Fine, viel Rusland de dag erna Oekraïne binnen. Je kunt zeggen dat we altijd net iets uitbrengen als de wereld op de rand van chaos staat. Hopelijk gebeurt dat deze keer niet, want het lijkt wel alsof we een soort magnetische timing hebben. Natuurlijk is het gewoon toeval, maar het voelt soms alsof de wereld explodeert rond onze releases. Hoe meer albums we maken, hoe meer dat gevoel lijkt toe te nemen.
Veel mensen vervallen dan in cynisme. Is muziek voor jullie dan de ideale manier om toch niet in die val te trappen?
Terwijl ik ouder en cynisch word, merk ik dat dat niet altijd hand in hand gaat met hoe ik wil zijn. Het is iets waar we alle drie bewust tegen proberen te vechten. Als we merken dat iemand van ons cynisch is, proberen we dat aan te kaarten bij elkaar. Het geeft gewoon zo’n onproductief gevoel, dus dat willen we vermijden. Zeker nu we de dertig zijn gepasseerd voel je dat soort dingen sterker: je moet er actief op letten om niet in die cynische spiraal te belanden.
'Noonday Demon' werd deels opgenomen in Antwerpen, deels in Girona. Wat doet een plaats van opname met een plaat?
Spaanse invloeden zijn er niet echt (lacht). We zaten niet in het centrum van Girona, maar in zo’n soort banlieue-achtig dorpje waar eigenlijk maar één café was, waar we wel wat tijd hebben doorgebracht. Verder hebben we daar niet echt de cultuur kunnen opsnuiven. We zijn wel naar het huis van Dalí geweest. Dat was vlak in de buurt. Dat heeft wel echt indruk op ons gemaakt. De nummers zijn wel deels in Girona opgenomen, maar het grootste deel is gewoon in Antwerpen geschreven. Die locaties hadden geen enkele invloed op het eindresultaat.
In nummers als The Running en The Show zit veel beweging, maar ook ergens een beetje vastzitten in jezelf, in wie je bent, in de wereld. Het lijkt mij iets van jullie generatie.
Zeker en vast. We merken dat ook in ons persoonlijke leven: veel van onze vrienden krijgen nu kinderen, ook binnen de band. Koen krijgt in mei zijn eerste kind. Dat zorgt wel voor verwarring, want je merkt dat er een soort onbezonnen periode stopt bij veel mensen, terwijl jij daar zelf nog middenin zit. Dan denk je: oké en wij dan? Het leven gaat ondertussen gewoon door, ongeacht alles. Dat is iets waar je je op je vijfentwintigste nog niet echt bewust van bent, dat het leven zo snel doorraast. Als dertigers met al een mooie geschiedenis achter ons, beseffen we dat veel meer.
Wat is er veranderd in vergelijking met het begin van de band?
Ik denk dat wij een band zijn die altijd heel dicht bij elkaar is gebleven, met z’n drieën. Dat is nooit veranderd. Tegelijkertijd hebben we wel veel dogma’s overboord gegooid. We luisteren steeds meer naar wat we zelf willen maken en houden ons minder en minder aan regels of verwachtingen. Soms denk je: “Ah, maar dat mag niet, dat kan niet,” maar eigenlijk is dat gevoel steeds minder aanwezig. De kern van wie we zijn, zit er nog altijd in. Op persoonlijk vlak zijn we eigenlijk niet echt veranderd: we zijn nog steeds dezelfde mensen. Alleen is er ondertussen wel meer bagage bijgekomen, meer levenservaring die we meenemen in wat we maken en hoe we ons muziek zien.
Staan jullie anno 2026 waar jullie hoopten te staan?
Ik denk dat wij altijd heel grote dromen hebben gehad. Sindsdien is die drive nooit gestopt. We hebben altijd een enorme motivatie gehad om door te blijven gaan en zo ver mogelijk te komen. Dat stopt echt niet. We blijven kijken naar het buitenland, naar waar we naartoe kunnen met onze muziek. We willen gewoon de wereld zien met wat we maken. Dat is altijd iets geweest dat we heel graag willen doen. Dat zal ook nooit stoppen.
Als je jong bent, heb je de grote droom om een plaat te maken, hetgeen magisch is. Was die magie er ook bij deze plaat?
Heel zeker. Het begint al met het feit dat geen van ons drieën van dit werk kan leven, zelfs niet een beetje. Het is dus sowieso een puur passieproject. Alles wat we doen en op het podium brengen, levert ons financieel niets op. We doen alles wat we doen volledig in het teken van de muziek. Het is bijna een soort geloof voor ons geworden. Het is iets waar we waarschijnlijk mee zullen sterven, een levensstijl die we nooit helemaal van ons af kunnen schudden. Ik denk dat David Lynch dat ooit ook zei: bij een film moet je altijd geld verdienen, maar dat is niet waar het uiteindelijk om gaat. Voor ons draait het om je kunst verheffen tot wat jij wilt en als je daarna een baan nodig hebt om die kunst mogelijk te maken binnen commerciële kaders, dan doe je dat gewoon. Ook al zou het natuurlijk mooi zijn om volledig van de muziek te kunnen leven. Het blijft een romantisch idee.
Jullie balanceren al jaren tussen popmuziek en experimentele muziek. Is er ooit discussie geweest binnen de groep over die toegankelijkheid versus eigenzinnigheid?
Eigenlijk niet. Misschien in het begin, nog voor onze eerste plaat. Toen hadden we echt zo’n afkeer van alles wat populair was, veel elektronische muziek van The XX en dat soort bands. Wij wilden juist meer de kant van punk op, vooral wat betreft instrumentatie en arrangementen. Daar zijn we al snel van afgestapt, omdat we merkten dat er geen echte reden achter zat behalve ons afzetten tegen iets. Toen zijn we gaan nadenken: wat willen we echt maken? Dat is nog steeds het enige dat telt. We zijn nooit bezig geweest met of iets op de radio moet kunnen of iets dergelijks. Natuurlijk is het leuk als een nummer aanslaat en veel gedraaid wordt, want dat brengt ons soms ook nieuwe plekken, maar het is nooit iets waar we bewust op aan sturen.
Wat zijn de dromen en de ambities met ‘Noonday Demon’?
Ik denk dat het bijzonder voelt dat we een AB hebben uitverkocht. Dat was al lang een grote droom. We hebben het gevoel dat we echt iets bereikt hebben. Nu we ons vierde album uitbrengen, merken we dat we nog altijd plaatsen kunnen veroveren. Die kleine overwinningen zijn enorm waardevol geworden. Daar hechten we nu veel meer belang aan dan vroeger. Toen leek het allemaal vanzelfsprekend, maar dat is het helemaal niet. Ik wil gewoon door kunnen gaan. Die waanzin gewoon blijven ervaren en zien waar het ons brengt.
Is High Hi toch vooral een live band of geniet je minstens evenveel van het componeren of opnemen in de studio?
Het live spelen blijft voor ons het summum. Ik denk dat dat voor veel groepen geldt. Ook als ik zelf naar bands ga die ik heel goed vind, wordt het pas echt bijzonder wanneer ze het live ook helemaal waar maken. Voor ons is dat hetzelfde; de liveshow is ontzettend belangrijk en we willen die zo goed mogelijk neerzetten. Mensen verplaatsen zich tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk. Het is veel lastiger geworden om publiek naar een optreden te krijgen dan vroeger. Daarom moet je echt iets neerzetten waar mensen wat aan hebben, iets dat hen raakt. Ook voor onszelf is het belangrijk: we willen het gevoel hebben dat we alles hebben kunnen geven.
Alles over High Hi op hun website.
Foto: Eva Vlonk
