Klaas - Het is voor mij echt een soort midlifeplaat geworden
Met een rijk muzikaal verleden als frontman van Yevgueni en een carrière, die al meer dan twintig jaar de Vlaamse muziekscene kleurt, kiest Klaas Delrue voor een andere weg. In 2026, het jaar waarin hij vijftig wordt, kiest hij voor een eerste Nederlandstalige soloalbum 'Tijd Voor Mij'. Een intiem werk waarin hij zich blootgeeft als singer-songwriter, een plaat waarin stem, gitaar en verhalen centraal staan. Het album is een reflectie op het leven, het vaderschap en de zoektocht naar tijd en ruimte voor jezelf en toont een artiest die zich bewust terugtrekt om te creëren vanuit eenvoud en eerlijkheid. Kernwaarden die ook in dit gesprek de basis vormen.
Je zit al meer dan twee decennia in de muziekwereld. Hoe beleef je het uitbrengen van een tweede soloplaat in dat geheel?
Klaas Delrue: Het idee kwam voort uit de drang om mezelf opnieuw uit te dagen en iets te doen wat ik nooit eerder had gedaan. Niet omdat alles wat we voordien deden saai begon te worden, integendeel. Maar het zijn natuurlijk wel dingen die je al eens hebt gedaan. Als band probeer je jezelf artistiek telkens opnieuw uit te dagen. De idee voor ‘Tijd Voor Mij’ vertrok sterk vanuit het live gegeven: nog eens teruggaan naar de essentie. Gewoon helemaal alleen, met mijn gitaar liedjes spelen die mensen live nog niet zo goed kennen, voor een beperkter publiek en in kleinere zalen. Daar lag het vertrekpunt. Het album is vanuit dat idee opgebouwd. In zekere zin is het de omgekeerde logica van de platenindustrie, maar tegelijk wel helemaal die van de pure singer-songwriter.
Je maakte twaalf jaar geleden al eens een soloplaat in het Frans. Wat is er nu anders dan toen?
Ik had in deze periode ook wel de nood een aantal dingen van me af te schrijven. Bij die Franse plaat merkte ik dat het proces toch anders was. Die was sterk vertrokken vanuit het idee dat, als ik iets solo zou doen, het volledig uit het vaarwater van Yevgueni moest blijven. Daarbij hielp het natuurlijk dat ik al lang de droom had eens iets in het Frans te maken. Tijdens dat proces werd ook duidelijk dat het een heel ander en eigenlijk minder persoonlijk traject was. Ik had hulp nodig bij het schrijven en kon veel minder recht uit mijn hoofd werken. Ik moest vaker puzzelen met zinnetjes en woordjes. Het voelde meer als collagewerk dan als recht uit je ziel schrijven. Bij deze plaat is dat anders. Het is voor mij echt een soort midlifeplaat geworden, waarbij ik opnieuw recht uit mijn ziel en in een bepaalde flow wou schrijven. Dat kon alleen maar in het Nederlands. De uitdaging lag deze keer dus niet in een andere taal, maar in het conceptueel helemaal solo houden van het project en op die manier uit het vaarwater van Yevgueni te blijven. Daarom heb ik veel rond mijn eigen persoon gewerkt, zowel op het album zelf als in de uitwerking ervan, met wel wat hulp van Willem Ardui, die natuurlijk ook veel heeft toegevoegd. Ik vind dat hij dat heel mooi heeft gedaan: het voelt nog altijd als een plaat die door één persoon is begonnen en gespeeld, maar dan met de verfijning van een producer.
Is het daarom ook dat je ‘Tijd Voor Mij’ een "klein plaatje" noemt?
Omdat ik voor die intieme aanpak kies, iets wat je ook al hoort op het openingsnummer Avond Zonder Woorden. Ik wil in de communicatie rond het album duidelijk maken dat het echt over iets persoonlijks gaat. Het is ook een beetje een knipoog naar Bart Peeters, die ooit een gelijkaardig idee had met 'Het Plaatje Van Bart Peeters'. Alleen zat zijn carrière toen in een andere fase: hij had op dat moment geen succesvolle popgroep achter zich? waardoor zijn plaat en zijn soloverhaal uiteindelijk een andere richting zijn uitgegaan. Bij mij wil ik er net streng op toezien dat het soloverhaal ook echt solo blijft en dat de band zijn eigen plek behoudt. Tegelijk had ik heel veel zin om nog eens iets nieuws te doen. Het viel ook een beetje samen met het moment waarop we met Yevgueni even moesten pauzeren.
We zaten eigenlijk op een hoogtepunt na de jubileumtour die we hadden gedaan, maar net daardoor konden we moeilijk aankondigen dat we in maart alweer een nieuwe theatertour zouden starten. We hadden immers tot 22 december in de theaters gestaan. In die zin kwam het dus goed uit om dit project nu te doen. Bovendien is dit ook het jaar waarin ik vijftig word waardoor ik voelde: dit is het moment. Ik hoop ook dat dit, in tegenstelling tot Delrue, een blijvend nevenproject kan worden. Een beetje zoals Frank Vander Linden dat met De Mens doet. Ik denk dat hij ook goed aanvoelt, wanneer hij een nummer schrijft, of het iets is voor de band of eerder voor zichzelf is. Ik merk nu al dat het mij helpt: sommige ideeën schrijf ik met meer focus voor Yevgueni, terwijl andere duidelijk hun plaats vinden in mijn eigen werk.
Zouden de nummers die je schreef voor je soloplaat evengoed op die van Yevgueni kunnen komen?
Ik denk eerder dat mijn soloplaat stopt waar Yevgueni begint. Er zal voor sommige mensen dus zeker een soort overlap zijn. Het meest gearrangeerde nummer van 'Tijd Voor Mij' zou misschien nog op de plaat van de band kunnen passen en het meest uitgepuurde nummer van Yevgueni misschien ook wel op deze plaat. Net daarom kan het helpen om in twee projecten te denken en misschien ook in twee verschillende stijlen. Dit soloplaatje is namelijk ook een beetje een ode aan een bepaald genre en een specifieke manier van werken: durven verhalend schrijven en zingen in een tijd waarin dat niet zo vaak meer gebeurt. Of toch niet zo puur, met stem en gitaar, bijna alsof je een verhaal vertelt. In die zin is het ook een beetje een tijdsdocument. Ik merk wel dat er iets verandert naarmate je ouder wordt. Je blijft graag de frontman van een popgroep, omdat het je jong houdt. Tegelijk voel je dat er een andere kant van jezelf steeds meer begint te fluisteren, dat er ook andere manieren zijn om op een podium te staan.
Je nummers zijn introspectief en persoonlijk, misschien zelfs autobiografisch. Hoe therapeutisch was het schrijven van de plaat?
Al bij al ben ik nog steeds een gelukszak: er is niets ernstigs met mij aan de hand. Ik merk wel dat veel mensen, zeker in onze sector, een flinke klap hebben gekregen tijdens corona. Die nasleep hebben we pas goed gevoeld achteraf, omdat je tijdens die periode vooral bezig was met te doen alsof alles ok was, te overleven en te focussen op wat er moest gebeuren. Voor mij heeft dat een behoorlijke nasleep gehad. In het verleden had ik vaak een soort "writersblock" aan het begin van een project. Als je dat zes jaar lang hebt, gaat het niet meer alleen over een tijdelijke blokkade oplossen, dan ga je op zoek naar onderliggende oorzaken. Ik denk dat er gewoon te veel dingen in korte tijd in mijn leven zijn veranderd waar ik geen controle over had. Voor iemand die graag grip houdt, is dat best onaangenaam. Vanuit die zoektocht ben ik teruggekeerd naar de essentie. Dat betekent vaak ook letterlijk teruggaan in de tijd. Daarom dreigt dit album soms zo sterk naar het verleden te neigen. Het is een persoonlijke oefening, een zoektocht naar essentie, maar tegelijk een creatieve uitdaging die het project zijn energie geeft.
Je zou het ook kunnen zien als een zoektocht naar een balans tussen het artiestenleven en vader zijn. Liggen die in evenwicht?
Mijn vrouw en ik hebben heel lang op het ouderschap gewacht. Toen het dan eindelijk zover was, was dat een gigantische verandering, eentje waar je intens naar uitkijkt, maar die ook ineens veel nieuwe dingen in je leven brengt waar je geen controle over hebt. Ondertussen heb je vijfentwintig jaar gebouwd aan een carrière als schrijver of muzikant. De performer was altijd honderd procent aanwezig, maar het was vooral de schrijver die het moeilijk had: nachten tot drie uur werken, terwijl je de volgende ochtend vroeg op moest en overdag soms maar een klein moment voor jezelf had. Daar komt ook de titel 'Tijd Voor Mij' vandaan. Het gaat over het terugvinden van die vrijheid: hoe kan ik weer schrijven op mijn eigen momenten, gepland of ongepland, met dezelfde passie en plezier als vroeger? Vroeger werkte ik bijna omgekeerd: overdag lummelen om ’s avonds laat inspiratie te vinden en dingen in gang te zetten. Nu moet dat passen in een meer nine-to-five-ritme, rekening houdend met schooluren en dagelijkse verplichtingen. Op een manier was dat ook een positieve kant van het vaderschap. Het heeft de schrijver in mij uitgedaagd op een manier die ik onderschatte en die ik nu toch heb gevonden.
Je stond steeds met anderen op het podium. Hoe is het om die vertrouwde omgeving te moeten achterlaten en alleen je ding te doen tijdens concerten?
Als je zo’n straffe band om je heen hebt, met een crew die op het hoogste niveau kan werken en zalen en podia die perfect zijn ingericht, zit je in een zetel. Het is makkelijk om je te laten dragen. Ik denk dat daar ook juist de uitdaging ligt: het nu eens helemaal solo doen. Zes maanden geleden heb ik mezelf dan de ambitie opgelegd om beter te leren spelen in die context. Het hoort allemaal bij het verhaal: een soort driehonderdzestig-graden-uitdaging. Ik merk nu dat alles zich precies ontwikkelt zoals ik zowel had gehoopt als een beetje gevreesd. Op het podium kun je niets meer verbergen. Als frontman kun je nog wel eens een akkoord missen, maar in dit geval sta ik er helemaal alleen. Die spanning om het podium op te gaan is nu totaal anders.
Ben je zenuwachtiger dan als er mensen rondom jou staan?
Nee, ik ben nu absoluut terug nerveus, maar dat hoort erbij. Het komt deels doordat het nieuwe nummers zijn, niet alleen voor mij, maar ook voor het publiek. Het comfort van een band zit niet alleen in het feit dat er straffe muzikanten rond je staan, maar ook in de zekerheid dat de zaal vol zit met mensen die voor het repertoire komen dat ze al kennen. Als je dan een aantal nieuwe nummers in een set gooit, weet je dat het publiek meestal wel mee zal zijn. Omdat de albumvoorstelling al vier dagen na de cd-release plaatsvindt, zal het bij de eerste shows echt een volledig nieuw gevoel zijn. Ik hoop stiekem dat mensen komen uit nieuwsgierigheid, terwijl ze de nummers nog niet of nauwelijks kennen. Op die manier kunnen ze op het moment zelf het effect van een lied voelen. Daar kijk ik enorm naar uit. De keerzijde is wel dat er meer zenuwen bij komen kijken dan bij een theatertour met de band, waar je uiteindelijk veertig keer dezelfde show speelt. Dat is precies wat ik wilde en zocht met dit project.
Als pure singer-songwriter kan je je als verteller ook helemaal laten gaan in je bindteksten. Ook dat is een voordeel?
Bij Yevgueni zijn die verhaaltjes tussen de nummers ook een extra dimensie geworden. Iets waarin ik in het begin heel slecht was, maar ondertussen is dat volgens sommigen een sterkte geworden: aandacht besteden aan wat je zegt op het podium, dat het zinvol is en goed voorbereid. Als je solo speelt, kun je daarin nog verder gaan. Dat ben ik nu ook gaandeweg aan het uitzoeken. Het plaatje mag dan misschien therapeutisch klinken, de optredens zelf mogen niet te therapeutisch aanvoelen. Het moet vooral een leuke, gezellige avond blijven. Het dilemma is een beetje: laat je de nummers voor zich spreken of leg je ze helemaal uit? Ik ben nu aan het zoeken naar een middenweg. Het leukste is een verhaal vertellen dat niet alles inleidt, maar ook niets weglaat. Daar probeer ik nu de balans in te vinden. De dingen, die niet in het lied zelf zitten, kun je in de toelichting leggen en dan vertelt het lied de rest van het verhaal. Als je te veel herhaalt wat er in het lied komt, valt het een beetje plat. Daar merk je dat dit ook een stuk van het vak is dat je in de eerste jaren van je carrière onderschat hebt. Bij mijn solo-optreden ga ik daar zeker werk van maken en proberen daarin verder te groeien.
Op de albumhoes kijkt de zeventienjarige Klaas ons indringend aan. Wat betekent die blik voor jou als je daarna kijkt?
Het is een mooie samenloop tussen de foto en één zinnetje uit één van de twee liedjes die ik al af had, toen ik de foto na jaren terug in handen kreeg. In Waar Ben Je? zing ik: “Die jongen waar je ooit op leek”. Dat is voor mij één van de oernummers van de plaat. Ik wist dat de foto bestond, maar had hem nooit eerder in handen gekregen. Ik wist meteen dat dit de perfecte versie was voor de albumhoes: de foto was genomen rond het moment dat ik gitaar leerde spelen, terwijl ik zanger werd in een bandje. Voor mij was het dus echt de ideale keuze. Er zit een kleine knipoog naar de vintage albumhoezen uit de jaren zeventig, de periode waarin ik geboren ben. Op veel vlakken was het dus een vanzelfsprekende beslissing om voor die foto te kiezen.
Je wordt vijftig dit jaar. Is dat een bijzondere verjaardag voor jou?
Ik lig niet wakker van het getal op zich. Ik voel wel dat de dagen steeds sneller voorbijgaan en in combinatie met andere grote veranderingen, merk ik wel dat er een soort midlifegevoel ontstaat. Je begint op bepaalde vlakken te denken: niet te lang meer wachten met dit of met dat. Je wordt steeds meer geconfronteerd met mensen die er niet meer zijn, de oudere generaties, maar ook leeftijdgenoten die je dierbaar zijn. De keerzijde van ouder worden is dat je dingen altijd maar voor je uit schuift tot het op een gegeven moment ineens dichtbij komt. Ik denk dat dat precies de essentie van midlife is. Dat gevoel zit dus ook in dit project.
Als je je zeventienjarige zelve zou ontmoeten, wat zou je hem dan zeggen over het leven?
Ik zou hem zeker zeggen dat alles altijd goed komt. Sommige dingen heb ik heel bewust nagestreefd en er ontzettend hard voor gewerkt. Ik zou dus zeker niet zeggen dat mijn keuze om muzikant te worden of het succes dat daarop volgde, puur toeval is geweest. Er zijn keuzes gemaakt en daarna deed ik er veel moeite voor. Tegelijkertijd heb ik ook veel geluk gehad. Dat kan je soms op een moment treffen dat je even tussen twee rollen in je leven hangt of dat je onder invloed van inspiratie jezelf begint in vraag te stellen. Dat is volgens mij het grootste gevaar dat je als artiest kunt meemaken. In mijn geval is dat gelukkig niet gebeurd. Ik denk dat ik net op tijd het juiste “plannetje” heb gesmeed. Ik geloof dat die zeventienjarige kerel diep van binnen al wist wat het zou worden. Ik zou nu tegen hem kunnen zeggen: je grootste droom gaat uitkomen zolang je lang genoeg wacht en hard genoeg werkt.
Klaas Delrue stelt zijn soloplaat voor op 1 april in AB-Club Brussel, op 9 april in Minard Gent, op 14 april in Het Depot Leuven en op 22 april 2026 in Amor Antwerpen.
Foto: Maura Meulemans
