Roosbeef Ik begin pas!

Ik begin pas!

Roosbeef verscheen na het winnen van de Grote Prijs van Nederland op de radar van muziekminnend Nederland, toen 17 jaar oud. Een kleine tien jaar en twee platen later spraken we haar op een zonnige wintermiddag in het gezellige Huis 23 (boven het AB café) naar aanleiding van de nakende derde: 'Kalf'.



Hoe voel je je nu het album bijna op de wereld wordt losgelaten?
Roosbeef: Ik ben vooral blij dat we bijna aan de tour gaan beginnen. Het grootste gedeelte van de opnames was vorige zomer al gebeurd, tegen november was het album gemixt en gemastered. Deze periode is er dus vooral een van ongeduld. 

Is het voor jou helemaal “af”?
Het heeft geen zin om achteraf nog dingen te blijven veranderen, al denk je natuurlijk altijd dingen als “dat hadden we misschien toch beter zó gedaan”. Je maakt iets zo goed mogelijk op het moment zelf, en dan  moet je door naar het volgende. Ik ben er tevreden mee.

In 'Ze Willen Je Hond Wel Aaien Maar Niet Met Je Praten' (2008) hoorden veel mensen een meisje dat volgroeid maar nog niet volwassen was. Toen 'Omdat Ik Dat Wil' (2011) uitkwam keerde in de besprekingen vaak terug dat Roosbeef volwassen geworden was. Toen kon je je daar niet erg in vinden.
Dat je tweede plaat volwassener klinkt dan de eerste is niet meer dan normaal. Tussen onze eerste en tweede zat meer dan drie jaar tijd dus ik zou zeggen: gelukkig klinken we niet meer hetzelfde. Ik vond het wat een dooddoener.

Nu luidt het in het persbericht voor 'Kalf': “Roosbeef is volwassen geworden!”
(lacht) Het lijkt me inderdaad wel te achtervolgen. Mijn nummers evolueren gewoon mee met mezelf. Ik hoop dus dat ik met Roos Rebergen nog niet snel klaar ben. Van een keerpunt is met andere woorden geen sprake, maar het is sowieso fijn om te kunnen terugkijken op drie volwaardige Roosbeef-albums. Niet dat ik luister naar mijn eigen muziek. Onlangs heb ik nog eens naar 'Omdat Ik Dat Wil' geluisterd omdat we daar nummers van gaan spelen op de tour, ik vond het grappig hoe schreeuwerig ik toen nog was.

Op de coverfoto, door je vader gemaakt, zien we achter je een boerderij en een koe. Dezelfde boerderij van de nummers Boerderij en Boerderij 2 op je eerste plaat, de boerderij van je jeugd?
Neen, die bestaat niet meer. Mijn ouders wonen nu op een andere boerderij, die van op de foto is een wildvreemde (lacht). Oorspronkelijk wilde ik juist geen landelijk beeld, zodat ik het kalf kon zijn. Maar toen ging het uit met mijn toenmalige vriend, die het artwork ging maken.  Ik had snel iets nodig en toen zei mijn vader, die trouwens geen fotograaf is, “Nu gaan we foto’s maken”. De koe die toevallig op het beeld staat maakte het af. 

De plaat lijkt vaak over de polen stad en platteland te gaan. Beïnvloeden die ook sterk je persoonlijke leven?
Ja. Ik woon nu in Antwerpen maar heb in mijn leven vaak op een boerderij gewoond, en het buitenleven trekt mij weer heel sterk aan. Na een tijdje in de stad gaat het leven op een boerderij  het echte leven lijken, in de stilte buiten leer je jezelf pas echt kennen. 

Je voelt je bedrogen door de stad?
Niet bedrogen, maar het is wel zo dat je in de stad altijd een excuus hebt, alles is er bij de hand. Aan de andere kant zou ik ook niet zonder haar kunnen. Ik zal waarschijnlijk heel mijn leven heen en weer geslingerd worden (lacht).

Je vader organiseerde festivalletjes op jullie boerderij.
Klopt! Er gebeurde een boel hoor. Ik heb een behoorlijk vrije opvoeding gehad, maar wel binnen de “veilige” boerderij en dus moest ik zelf maar zien wat ik ging doen. Zo is Roosbeef  dan ook begonnen: muziek maken in de koeienstal, uit verveling.

Als artieste die vaak in Nederland en Vlaanderen optreedt: wat zijn de grote verschillen in het publiek, als die er zijn?
Globaal gezien zijn de mensen in België wat respectvoller, hebben ze meer aandacht. In Nederlandse steden kan het publiek soms zo luid zijn dat ik me tegenover de artiesten schaam in hun plaats. Langs de andere kant is het enthousiasme in Nederland soms wel heel leuk, daar durven mensen nog echt uit hun bol gaan. Het hangt natuurlijk vooral af van waar je speelt, in een CC of een festival. Ik zou in elk geval nooit het hele jaar door in CC’s kunnen spelen (lacht).

Hoop je veel festivals te mogen spelen deze zomer?
Onze plaat is niet echt een festivalplaat, maar ik denk dat we festivals zeker zouden aankunnen, in tegenstelling tot wat de meeste festivalprogrammatoren lijken te denken (lacht). Onze live-set gaat ook steeds meer die richting uit.

Je zou grofweg kunnen zeggen dat Radio 1-muziek de cultuurcentra mogen afschuimen, terwijl je als je op Studio Brussel gespeeld wordt vaker op festivals staat. 
Het is best jammer dat op Studio Brussel niet veel Nederlandstalige muziek wordt gedraaid, terwijl ze wel veel bands spelen met teksten die een heel stuk slechter zijn. In het Engels gaan dingen sneller interessant klinken. Het Nederlands is voor mij een evidentie, maar je stelt je er kwetsbaarder mee op en je wordt al snel in het hokje ‘Nederlandstalig’ geduwd. Kom je dan nog eens uit Nederland word je direct vergeleken met Spinvis (lacht). Terwijl Spinvis iets compleet anders doet dan wij.

Nog niet zo lang geleden kreeg je op Radio 1 heel wat airplay met hun nummer Lied Voor Een Hart in samenwerking met Styrofoam en schrijver Elvis Peeters voor het project Schrijver zoekt zanger(es). Hoe ben je daar precies ingerold?
Radio 1 heeft Roosbeef wel altijd al gesteund, nu ook met Kalf, wat heel fijn is. Zij hadden mij gewoon gevraagd. Elvis Peeters kende ik enkel van naam. Het plezier van lezen heb ik nog niet zo lang geleden pas ontdekt. Ik heb het wel geprobeerd vroeger, dacht dat dat wel moest, als liedjesschrijver, maar ik had er het geduld niet voor. Nu weet ik dat je moet lezen voor het plezier en niet omdat het moet om interessant te zijn.

Naast de stad en het platteland bestaat op de plaat een opvallend contrast tussen de muziek en de teksten. Tekstueel is 'Kalf' je donkerste plaat tot nu toe, terwijl de muziek heel zalvend en troostend klinkt.
Ik wilde alles heel open en wijd laten klinken, zo puur mogelijk. Geen al te bedrukkende overdubs, of overheersende synths.

Controleer Mij klinkt bijna als een kinderliedje.
Dat nummer gaat over een benauwende relatie.  "Mijn wereld alsmaar groter" zing ik. Hoe ouder ik word, hoe meer ik gedaan heb, hoe meer mensen ik ken, hoe meer vrienden ik heb, hoe meer ik zelf een beeld krijg van hoe mijn leven er moet uitzien. En soms past iemand daar niet helemaal meer in, ongeacht wat de andere mensen verwachten.

De plaat is muzikaal erg in balans: de nummers zijn nog steeds door en door singer-songwriter maar lijken zorgvuldig uitgewerkt en gearrangeerd voor en door de hele band.
'Kalf' hebben we dan ook als band geproduced, terwijl de vorige door Tom Pintens alleen is gedaan. Tom, Tijs en Tim zijn stuk voor stuk fantastische muzikanten, alles leek te kloppen. In een nummer als Amerika zou ik niet dezelfde sfeer kunnen opwekken in mijn eentje. De muziek en tekst hebben elkaar nodig en versterken elkaar.

Op Raak Mij Aan komt er zelf een strijkerskwartet en koor aan te pas. Heb je die arrangementen zelf geschreven?
Dat heeft Tim Van Den Berg gedaan, de leider van het strijkerskwartet. Ik had al eens met hem opgetreden. Het nummer was oorspronkelijk geschreven voor een WOII-herdenking in Nederland, waarvoor men mij gevraagd had en dus hebben we het sober gehouden. Het koor, dat zijn vrienden, zelfs mijn moeder zong mee.

Is de rest van de plaat langzaam tot stand gekomen in de lange periode tussen de ep 'Warüm' (2012) en de opnames?
Neen, ik heb een lange periode gehad waarin ik  niets meer kon schrijven. Ik deed andere dingen, maar schreef geen nummers meer. Dat heb ik wel al eens eerder gehad. Hoe dan ook, op een gegeven moment leek het alsof de ideeën zich binnen in mij hadden opgehoopt, en plots kwamen ze er uit. Er is dus een behoorlijk intensieve schrijfperiode aan te pas gekomen.

De bezetting van je groep is na de ep ook veranderd.
Klopt, Tom is nu een vast lid van de band en speelt vanalles, Tijs (Delbeke) heeft Wannes (Capelle) vervangen omdat die laatste het te druk had en onze gitarist tenslotte, is er vorige zomer mee gestopt, ook door tijdsgebrek. Tim (van Oosten) is er altijd al geweest. Minder muzikanten betekent gelukkig ook meer ruimte en een grotere rol voor elke muzikant. Ik heb in elk geval het gevoel dat Roosbeef met Tim-Tom-Tijs een bijzonder goed werkende combinatie is.

Je hebt over de jaren heen al heel wat covers gebracht, leert YouTube. Bob Dylan, Lucinda Williams, David Bowie, et cetera. Is dat voor de lol, of als eerbetoon?
Nou, meestal werd ik gewoon gevraagd voor zo van die eerbetoon-avonden. En het klinkt plat, maar dergelijke tv-optredens zijn natuurlijk een welkome bijverdienste, ik moet ook ergens van leven (lacht). Een nummer brengen dat ik zelf niet goed vind zou ik wel nooit doen, voor alle duidelijkheid.

Op 'Warüm' stond een cover van Daniël Johnston. Is hij een invloed geweest op je directe en eerlijke manier van songschrijven?
Zijn muziek sprak me meteen aan toen ik hem voor het eerst hoorde. Daarnaast is het een interessant figuur, met een moeilijk verhaal. En mijn muzikale voorkeur gaat sowieso al uit naar rustige, droevige muziek.

Und Man Liebt So Viel is een buitenbeentje op de plaat, want het enige rocknummer en in het Duits. Zit daar een verhaal achter?
Eigenlijk is dat nummer eerder een soort grap. Het liedje was een nogal slap rocknummer geworden, dus wilden we  de tekst om het nog flauwer te maken in het Duits zingen. Hij is geschreven door Bindervoet en Henkes. Ikzelf kan helemaal geen Duits, wat ook wel te horen is.

Had je na de ep, 'De Tweede Speeldoos' (met Torre Florim van De Staat), filmmuziek, kinderliedjes en nog een heleboel andere kleinere projecten het gevoel dat het hoogdringend tijd werd voor een nieuw volwaardig Roosbeef-album?
Zeker. Het idee van een nieuw album na 'Omdat Ik Dat Wil' heeft lang aangesleept. Ik wil in de toekomst eigenlijk nog een stuk productiever zijn, anders en meer gaan schrijven.  Artistiek gezien heb het gevoel dat het nu pas gaat beginnen.


February 19, 2015
Kasper Cornelus