Serge Platel - Dat is een evolutie die niemand kan toejuichen

Dat is een evolutie die niemand kan toejuichen

De Vlaamse cultuursector staat opnieuw in de schijnwerpers, ditmaal vanwege de geplande btw-verhoging voor voorstellingen van pop- en rockmuziek. Terwijl klassieke muziek, circus, opera en (straat)theater gevrijwaard blijven van een stijging van zes naar twaalf procent, zouden commerciële pop- en rockconcerten harder worden belast. Volgens Serge Platel, voorzitter van de festivalfederatie, is dit een maatregel die de culturele diversiteit en het publiekstoegankelijke karakter van festivals en clubs in gevaar kan brengen. Platel gaat dieper in op de mogelijke gevolgen van deze regeling, de juridische vragen die het oproept en waarom hij vreest dat de Raad van State er een stokje voor zal steken.

De btw-verhoging op pop- en rockmuziek noemt u discriminerend. Wat maakt deze maatregel zo fundamenteel onrechtvaardig?

Het is op zich al eigenaardig dat een muziekgenre een fiscaal voordeel kan krijgen. Hoe wordt zoiets gevalideerd? Waarom zouden pop en rock anders behandeld moeten worden dan klassiek? Meteen rijst dan de vraag: wat is pop, wat is rock, wat is klassiek en wat is dans? Vandaag lopen die kunstvormen steeds meer door elkaar. Artiesten werken graag samen. Denk aan dj’s met symfonische orkesten of dansspektakels waarin live muziek een centrale rol speelt. Die grenzen zijn allesbehalve helder. Net daarom vinden wij deze maatregel discriminerend en moeilijk uitvoerbaar. Wat doe je bijvoorbeeld met Night of the Proms? Dat illustreert perfect het probleem.

De regering zegt dat klassiek en theater bijdragen aan de zogenaamde cohesie en uitstraling. Doen festivals dat volgens u minder?

Elk jaar trekken meer dan vijf miljoen mensen naar festivals. In België zijn er dat zo’n driehonderdvijftig, waarvan ongeveer negentig procent volledig wordt georganiseerd door vrijwilligers, die dit zonder enige inkomsten doen. Wanneer we aan festivals denken, denken we vaak meteen aan de grote namen en gelukkig zijn die er omdat ze zorgen voor uitstraling. Die uitstraling is bovendien de uitstraling van België zelf. Boom is bij jongeren wereldwijd beter bekend dan Brussel. Tegelijk hanteert men criteria om te valideren wat wel en niet in aanmerking komt, terwijl die net perfect toepasbaar zijn op festivals. Waarom wordt dat publiek dan uitgesloten? Dat is voor ons de kernvraag.

Waar ligt volgens u dan de grens tussen cultuur en commercie? Wie zou die grens mogen bepalen?

Zo’n onderscheid kan je niet maken. Dat is geen kritiek op de kunstvormen die nu gespaard blijven, integendeel, ik ben blij voor hen. Voor hen is het al moeilijk genoeg. Een gelijkaardige verhoging zou ongetwijfeld een nefaste impact hebben. In ons geval passeert het publiek drie keer langs de kassa: eerst door de hogere btw op de tickets, vervolgens door de verdubbeling van de btw op de camping en daarbovenop nog eens door de stijgende btw op frisdranken en take-away. Dat zijn drie momenten waarop het publiek dit zal voelen. De Standaard heeft daar een studie over gemaakt: als je vier dagen naar een festival gaat en op de camping blijft, betaal je door de btw-verhoging op tickets alleen al vierendertig tot achtendertig euro meer. Dat klopt toch niet. Waarom wordt een andere kunstvorm die in de praktijk identiek functioneert anders behandeld? Wat doe je met een zaal waar een orkest samenwerkt met een dj? Waarom is dat verschil er? Waarom moet dat anders gevalideerd worden? Het is een moeilijke oefening. Door één sector te willen sparen heeft men een systeem gecreëerd dat bijna niet meer te volgen is.

Hoe moet de overheid omgaan met die hybride vormen zoals bij voorbeeld Night Of The Proms, waar artiesten en ensembles klassiek en pop combineren?

Het ideaal zou zijn dat men die btw-verhoging gewoon niet invoert in plaats van te bepalen wie wel en wie niet in aanmerking komt. Ik ben zeker niet voor een verhoging bij andere kunstvormen, maar evenmin voor de verhoging waarmee festivals nu geconfronteerd worden. Hetzelfde geldt voor concerten die net zo goed bijdragen aan sociale cohesie en internationale uitstraling. Mijn oproep is dan ook: denk goed na over de vraag of je deze btw überhaupt wil invoeren, want op deze manier kan je het niet correct doen. Ik blijf pleiten om samen rond de tafel te zitten en te zoeken naar een oplossing zodat festivals niet de grootste slachtoffers worden van de btw-verhoging. Veel mensen vrezen immers dat die verhoging onvermijdelijk zal leiden tot hogere ticketprijzen.

Is dat wel zo? Zijn er geen andere manieren om die ticketprijs te bevriezen door extra sponsoring?

Een festival organiseren is een zware onderneming. Ongeveer negentig procent van de festivals – lokale inbegrepen – wordt volledig gedragen door vrijwilligers. Ze proberen elk jaar in het beste geval break-even te draaien. Een lokaal feest, dat over tien dagen plaatsvindt, heeft misschien iets meer kans op goed weer, maar elk festival krijgt vroeg of laat te maken met een regeneditie. Zoiets slaat meteen een gat in de begroting. Die vrijwilligers offeren vrije tijd op om iets te realiseren waarvan het bijzonder moeilijk is om er een gezond financieel model van te maken. Het is telkens een echte krachtoefening om het festival kwalitatief en betaalbaar te houden. Tegelijk blijven de verplichtingen zich opstapelen: de invoering van herbruikbare bekers, strengere regelgeving rond vrijwilligerswerk, waardoor vaker met betaalde krachten moet worden gewerkt terwijl die niet altijd beschikbaar zijn, en discussies over mogelijke vennootschapsbelastingen voor vzw’s. Al die factoren zetten druk op organisatoren die proberen te overleven. Als daar dan nog eens een verdubbeling van de btw bovenop komt, dreigt die onvermijdelijk doorgerekend te moeten worden. Sponsoring wordt elk jaar actiever gezocht, maar ook daar zijn grenzen. Het leven is duurder geworden en festivals staan niet los van de maatschappij. Alles wordt duurder, helaas ook festivals. Het blijft altijd een evenwichtsoefening: hoeveel kan je je publiek nog vragen zonder mensen uit te sluiten? Met een nieuwe verhoging komt dat evenwicht opnieuw onder druk. Hopelijk hoeft het niet, maar het is niet uitgesloten dat de ticketprijzen opnieuw zullen stijgen.

Wie is dan de grote verliezer van dit beleid?

Als mensen afhaken omdat tickets te duur worden, voelen artiesten dat meteen. Organisatoren gaan dan noodgedwongen besparen, vaak eerst bij de kleinere artiesten. Men zegt dan: we kunnen de ticketprijs niet verder verhogen en dus schrappen we kleinere podia of programma’s waar veel festivals hun eigenheid uithalen. Op die manier wordt de beleving voor het publiek uitgehold, uiteindelijk is net datzelfde publiek daar de dupe van. Bovendien heeft dit een directe impact op het festivalgevoel zelf. Door zulke maatregelen verschraalt het aanbod en wordt een festivaldag minder rijk en divers. We zien vandaag al dat vooral kleine en middelgrote festivals het moeilijk hebben: sommigen zetten de werking tijdelijk stop, anderen verdwijnen gewoon volledig. Dat is een evolutie die niemand kan toejuichen.

Is dit een tijdelijke correctie of is dat eerder een structurele crisis op lange termijn?

De vraag is hoelang de kruik nog te water gaat voor ze barst. Wanneer komt het moment dat organisatoren zeggen: "Tot hier en niet verder"? Al die mensen moeten ook de goesting en energie hebben om het mogelijk te blijven maken. Net dat is het mooie aan festivals: het is een wisselwerking tussen een publiek dat wil komen en organisatoren die het willen organiseren. Elk jaar stoppen er een paar, elk jaar komen er ook nieuwe bij, dat is net wat het landschap levendig houdt. Hoe meer en hoe zwaarder de maatregelen worden, hoe sneller die dynamiek stilvalt omdat mensen gewoon geen initiatief meer durven of willen nemen. Daar raken we aan een bredere vraag: de regelgeving. Die wordt almaar strenger.

Welke regel weegt het zwaarst? Is dat veiligheid? Fiscaliteit? Zijn dat de milieu-eisen?

Het is helaas een en-en-verhaal. Vandaag moet je eigenlijk al een beetje gek zijn om nog een festival te organiseren. De lasten en verplichtingen zijn enorm. Veiligheid is uiteraard belangrijk en daar is niemand tegen, maar veel festivals zijn ontstaan vanuit vzw’s, chirobewegingen of lokale verenigingen. Die krijgen nu te maken met een vennootschapsbelasting die zelfs tot drie jaar terug in de tijd kan worden toegepast, terwijl die vzw’s net proberen een buffer op te bouwen om een regeneditie op te vangen. Vandaag is de grootste sponsor van een festival de vrijwilliger. Als je die wegneemt of beperkt, wordt het onmogelijk om nog een festival te organiseren. Zoiets op poten zetten is allesbehalve evident geworden. Dan rijst de vraag of er sprake is van een ongelijk speelveld tussen gesubsidieerde cultuur enerzijds en het pop- en festivalcircuit anderzijds.

Is er een verschil met Wallonië?

In Wallonië worden festivals vaker ondersteund. Het merendeel van de Vlaamse festivals krijgt geen subsidies. Die zijn altijd een kwestie van beleidskeuzes: wat wil men ondersteunen en op welke manier? Een festival is vaak een eenmalig project. Daar wordt niet altijd op ingezet. Als ondersteuning er komt, is dat uiteraard positief, omdat het festivals toelaat democratischer te blijven naar het publiek toe. Dat ongelijke speelveld is niets nieuws. Het is bijna een traditie. Wie dat thema echt van dichtbij ervaart, is eerder het clubcircuit, omdat zij die druk nog sterker voelen dan festivals. Wat wel vaststaat, is dat België een ongelofelijk sterke reputatie heeft op vlak van festivals, ook internationaal. Net daarom is het belangrijk om dat systeem niet onder druk te zetten.

Hoe groot is het risico dat België toch een beetje van zijn pluimen verliest door deze maatregelen?

Een festivalorganisator is van nature creatief en een echte doorzetter. Ze zullen altijd manieren vinden om hun festival te laten stralen, innovatief en met flair. Dat hebben we ondertussen al gezien: de vrijwilligers, de werknemers en het feit dat de ticketprijzen voor kleine festivals betaalbaar blijven. We mogen daar echt fier op zijn. Festivals zijn fantastisch voor de samenleving: ze maken de zomer lichter, de sfeer beter en zorgen dat mensen even kunnen ontsnappen. Iedereen wil zich aan de wetten houden, maar het moet mogelijk zijn om die unieke evenementen te blijven organiseren. Festivals zijn geen gewone bedrijven. Het zijn bijzondere ontmoetingsplekken. Als je als overheid trots bent op wat ze doen, zorg er dan voor dat die festivals kunnen blijven bestaan en bloeien.

15 februari 2026
Steven Verhamme