W. Pike - Ik heb de job van de platenmaatschappij, die mij wil binnenhalen, al gedaan
Het debuutalbum 'Who's Gonna Fix It?' van W. Pike aka Guillaume Brochet laat zich niet zomaar vangen. Zeven tracks, eenenveertig minuten, volledig door één man gemaakt van compositie en zang tot productie, artwork en promotie en toch rijk aan gelaagdheid en subtiliteit.
De eigenzinnige artiest, die eerder onze aandacht trok met zijn singles, opereert volledig volgens eigen kompas: geen trends, geen externe invloeden, enkel zijn eigen visie. Het resultaat is een album dat nergens mee te vergelijken valt. Het neemt je mee op een sonische reis, die zowel dromerig als kritisch is, waarin persoonlijke verhalen, politieke observaties en dromerige escapades elkaar afwisselen. Een interview kon niet uitblijven.
Je hebt alles zelf gedaan van compositie tot promotie. Wat betekent die totale creatieve controle voor jou persoonlijk?
W. Pike: Die ultieme controle is voor mij essentieel. Doorheen mijn ganse muzikale leven heb ik compromissen gemaakt en dat wou ik nu eens echt niet meer doen. Ik had de kans om links of rechts op een aanbod tot samenwerking aan te gaan, maar die boot heb ik heel bewust afgehouden. Voor mijn eerste soloalbum wilde ik echt alles volledig zelf doen. Dat heb ik me ooit in mijn hoofd gehaald en daar ben ik niet meer van willen afwijken, ondanks het feit dat vrienden en kennissen me geregeld hebben geadviseerd om er collega-muzikanten bij te betrekken.
Omdat ik alles zelf wou doen, heeft het uiteindelijk ruim twee jaar geduurd voordat 'Who's Gonna Fix It?' volledig afgewerkt was. Bovendien heb ik een fulltime job, ik heb niet zomaar alle tijd beschikbaar. Als je alles zelf in handen neemt, is het moeilijk om afstand te nemen, waardoor je jezelf in de kleinste details verliest. Waarschijnlijk ben ik daardoor wel een beetje te perfectionistisch tewerkgegaan, maar de positieve reacties tonen aan dat het de moeite waard was om voldoende tijd te nemen en hardnekkig mijn eigen koers te varen. Ik heb mezelf bovendien beloofd om me door niets of niemand nog deadlines te laten opleggen: het is klaar wanneer het klaar is en geen minuut eerder.
Wat ik flink heb onderschat, is het niet-muzikale dat erbij komt kijken om een vinyl album tot in de winkelrekken te krijgen. Tot op vandaag ben ik nog altijd bezig met kleine lettertjes te lezen en documenten uit te pluizen om met alles in orde te zijn, van ISRC-codes tot Sabam over btw-nummer en barcodes. Wat een eindeloze en oersaaie materie is me dat. En het kost allemaal centen. Zonder mijn vast inkomen had ik me dit niet kunnen veroorloven. Voor de meeste artiesten doet het label of de platenmaatschappij die administratieve kant van het verhaal, maar ik moest zo hoognodig alles koppig zelf doen. Ik ga er wel vanuit dat dit deel van het proces nu ook voor mijn komende projecten op punt staat, de administratieve basis zou gelegd moeten zijn. Dus de platenmaatschappij, die me alsnog wil binnenhalen, zal met een verdomd goed voorstel moeten aankloppen, want ik heb hun job al gedaan.
Zie je dat perfectionisme in deze als een voor- of een nadeel?
Toch eerder als een voordeel. Het is bovendien een foute inschatting dat ik te weinig opensta voor advies, een misvatting dat ik niet naar goede raad luister. Ik sla al die externe info wel degelijk op en ik hou die in mijn achterhoofd voor de toekomst. Maar voor dit album had ik definitief besloten om het gewoon op mijn manier te doen. Ik zie niet in waarom ik daar halverwege het proces ineens van zou moeten afwijken. Tenzij het gewoon uit de lucht komt vallen, heb ik geen grote commerciële ambities. Dus so what?
Gewoon zelf aandachtig luisteren naar wat ik aan het maken was zonder me aan regels van specialisten te binden voelde heel bevrijdend aan. Of het nu ging om studiotechniek - welk type microfoon gebruik je best? Of hoe zet je iets in de mix? - of over keuze van instrumenten, ik heb gewoon mijn eigen goesting gedaan en mijn voeten geveegd aan alle doctrines zonder me in te lezen of YouTube-filmpjes te bekijken.
Natuurlijk weten opgeleide studiotechnici perfect waarmee ze bezig zijn, maar ik heb de indruk dat ze veelal trends volgen om muziek eigentijds te doen klinken om die op de radio te krijgen, waardoor die voor mij allemaal hetzelfde gaat klinken. Het gebruik van compressie beschouw ik als zo'n modefenomeen. Het staat garant voor klankvervlakking en verlies aan dynamiek om het geheel luider te doen klinken. Ik vergelijk het graag met de almacht van de trendsettende modehuizen die in de zomer voor ons bepalen welke de kleur van de winter wordt. Heb ik me ook nooit een bal van aangetrokken, ik bepaal zelf welke kleur ik draag. Of vergelijk de diversiteit van automodellen in de seventies maar met de eenheidsworst in het hedendaagse autolandschap. Tegenwoordig zien we het verschil tussen een Renault en een Volvo niet meer, terwijl ik dat als kind heel goed zag. Wat een bloedarmo(e)de.
Dus heb ik compressie op mijn plaat tot het uiterste minimum beperkt en louter functioneel ingezet. Bijvoorbeeld om een stukje van een zachte zangpassage toch voldoende plaats te geven tussen luidere drums, gitaren en keyboards, kortom waarvoor het eigenlijk dient en niet om het geheel te boosten tot een knallende eenheidsworst zonder dynamiek. Bij de release van mijn singles ontving ik wel eens reacties in de trant van: gewaagde mix of vreemde keuze om dit of dat te doen. Goed bezig, dacht ik dan. Als er iets is wat ik heb willen vermijden, dan is het klinken zoals dertien platen in een dozijn. Aan de reacties te lezen, ben ik daarin geslaagd. Dus wie heeft er dan gelijk gehad? Toch niet al die beste stuurlui aan wal, denk ik dan.
Voor mijn tweede album ben ik wel van plan met anderen samen te werken: ik wil er mensen bij betrekken die mijn zangpartijen voor hun rekening nemen en betere muzikanten dan ikzelf om mijn melodieën en akkoordenschema’s in te spelen met hun eigen inbreng om mijn composities naar een hoger niveau te tillen. Maar met het niet onbelangrijke detail dat ikzelf opnieuw aan de knoppen wil zitten voor wederom een non-conformistische studio-aanpak met als enige leidraad mijn eigen smaak en oren.
Je wordt vergeleken met Pink Floyd en Grandaddy. Zijn dat de vergelijkingen waar jij jezelf ook in vindt?
Toch wel. Hoewel die vergelijkingen nooit sluitend zijn. Dat velen er Pink Floyd in horen, verrast me wel, maar het stoort me niet, want ik vind dat een fantastische band. Wat je in 'Who’s Gonna Fix It?' niet hoort, is dat ik ook van snelle en harde muziek hou. Het is zeker niet zo dat ik geen rock of punk beluister. Integendeel, Fugazi, Dead Kennedys, Pixies, Motörhead, The God Machine, Stooges, Sonic Youth, Pavement,... ik vind dat allemaal fantastisch. Ik kijk er nu al naar uit om Iron Maiden eindelijk eens live aan het werk te zien eind juni. Het is er nog nooit van gekomen. 'Powerslave' en 'Somewhere In Time' zouden in het collectieve geheugen moeten zitten van elke zelfverklaarde gitaarliefhebber, van hardrocker over punker tot alternativo en slacker. En de dag ervoor ga ik voor misschien wel de twintigste keer naar Nick Cave & The Bad Seeds, toch zowat de beste live act van de voorbij dertig jaren nadat Queen met Freddie van het podium is verdwenen.
Wanneer ik in de studio uren alleen met mezelf en mijn muziekinstrumenten aan 'Who’s Gonna Fix It?' aan het werk was, kwam ik steeds weer vanzelf in een rustige, vertragende trip terecht. Ik vermoed dat het album door die gemoedsgesteldheid automatisch een langzaam tempo heeft ontwikkeld met echo’s van Pink Floyd tot gevolg. Grandaddy hoor je dan ook weer terug in dat trage, maar eveneens in de combinatie van (akoestische twelve-string-)gitaar met elektronische elementen en ongetwijfeld ook in mijn wat hogere zangtimbre, waardoor ik wel eens met hun frontman Jason Lytle word vergeleken. Veel te veel eer. Feit is dat tal van artiesten in de meest uiteenlopende genres me beïnvloed hebben en dat ik helemaal niet in de hand heb wat de luisteraar in mijn muziek hoort. Vaak slaat die de bal helemaal mis en legt die verbanden met songs en zelfs artiesten die ik helemaal niet ken. Prima zo! Laat iedereen maar horen wat hij denkt te horen. Het mysterie van de muziek bekoort me meer dan het mysterie van het geloof.
De titel 'Who's Gonna Fix It?' verwijst enigszins naar wereldproblemen. Welke thema's hielden jou het meeste wakker tijdens het maken van de nummers?
Aanvankelijk, nog voor al die malafide figuren op het wereldtoneel verschenen in Amerika, Rusland en elders, was mijn grootste zorg het klimaatprobleem samen met, omdat mijn roots ook in mijn geboorteland Congo liggen, het onderbelichte conflict in Centraal-Afrika, waar alle wereldspelers een graantje komen meepikken ten koste van de plaatselijke bevolking. Dan oorlog in Syrië, Yemen, Oekraïne, Soedan en het voor de zoveelste keer escalerende Gaza-conflict. Lastig allemaal. Niet alleen omdat ik met die oorlogen meeleef, maar ook omdat het klimaatprobleem daardoor volledig op de achtergrond raakt. Ineens lijkt het alsof het klimaat niet meer van tel is, omdat er overal andere branden geblust moeten worden. Daarnaast speelt ook AI in mijn soms sombere toekomstbeeld mee, hoewel we op dit moment nog het gissen hebben waarheen dat de mensheid zal leiden. Maar we blijven strijdvaardig, zoals in mijn openingsnummer van het album. We mogen al eens pessimistisch zijn, maar diep vanbinnen ben ik optimistisch en werk ik op mijn bescheiden manier aan een betere wereld. W. Pike is geen fatalist, eerder een realist.
Een nummer dat erg opvalt is We Were Lucky, dat over je moeder gaat. Hoe persoonlijk durf je of wil je zijn in je nummers?
Doorgaans schrijf ik abstracte teksten. Soms zijn dat flarden, waarvan ik zelf niet goed weet waarover ze precies gaan. Bij We Were Lucky is dat anders. Dat is echt heel persoonlijk. Ook Song For The Refugee, een nummer dat ik niet in het album heb opgenomen, beschouw ik als een heel persoonlijke tekst, geschreven vanuit het standpunt van een vluchteling weliswaar, maar recht uit het hart en geïnspireerd door de beelden van mensen uit Oekraïne die enkele jaren geleden plots op de vlucht moesten. Het kan dus alle kanten op: zowel abstract als realistisch persoonlijk, maar het is, als ik aan een tekst begin, geen bewuste keuze. Het komt zoals het komt en het is wat het is. Ik denk er niet bij na, eerlijk gezegd.
Ik vind het tekstuele in popmuziek vaak overschat. Het mag er zijn, maar het hoeft voor mij niet. Veel songs met teksten, die nergens over lijken te gaan, vind ik fantastisch: Rock Lobster (The B52's, nvdr) en Ça Plane Pour Moi (Plastic Bertrand, nvdr), om er maar twee te noemen. En zowat alles van Pixies gaat nergens over. Black Francis selecteert de woorden naar eigen zeggen veel meer op klank dan op betekenis, wat eigenlijk heel logisch is. En wat is er verkeerd aan als The Beatles She Loves You of I Want To Hold Your Hand uitschreeuwen? Toch ook niet het toppunt van diepzinnigheid en poëtisch vernuft, lijkt me, maar wel vakmanschap in samenzang en gedegen songsmederij. Die zogenaamde kunst met een grote K, ik geloof daar steeds minder en minder in. Volgens Brel was talent niets anders dan keihard volhouden en blijven werken, wat misschien een beetje overdreven is, maar er zit zeker een kern van waarheid in.
Is muziek voor jou vooral een manier om te ontsnappen aan de realiteit?
Muziek luisteren wel, muziek maken niet. Om te ontsnappen aan het dagdagelijkse doe ik andere dingen: wandelen, lopen, fietsen, (te veel) pinten drinken met vrienden, boek, film. Een uur lopen is de ultieme vlucht, veel meer dan muziek maken. Tijdens dat lopen ontkiemen de zotste ideeën. Terug thuis zet ik die zottigheid en dromerij om in muziek, wat ik graag doe, maar het is echt wel werken, vaak wroeten en dan zijn we terug bij de uitspraak van Brel. Een goede song wordt me zelden in de schoot geworpen. Het is "travakken" geblazen.
Je hebt een album gemaakt met slechts zeven nummers en toch maak je er een trip van ongeveer een goede veertig minuten van.
Ik heb nog muziek voor zeven mensenlevens in mijn hoofd, maar omdat het album binnenkort ook op vinyl verschijnt, ben ik bewust onder de tweeënveertig minuten gebleven. Het is de bovengrens om muziek op vinylplaat te zetten zonder kwaliteitsverlies. Vanaf meer dan een en twintig minuten per afspeelzijde worden de groeven smaller met een logische degradatie in klankkwaliteit tot gevolg.
Voor het grote publiek duren mijn songs mogelijk te lang. Ik vind dat geen belemmering. Ik beschouw het als een tegengewicht voor het snelle en jachtige van de maatschappij. De spanningsboog van mensen lijkt tegenwoordig zo kort. Alles moet snelsnel. Ik ben zeker niet tegen de korte, gebalde, twee-/drie-minutensongs van vroege Beatles of de snelle, compacte nummers van Pixies. Die vind ik net zo fantastisch, maar bij mijn werk werd het dit. Alweer niet echt beredeneerd, hoor. Het is gewoon zo gegroeid en kan dus bij een volgend album weer heel anders zijn.
Eén van die nummers is het slotnummer. Dat duurt ongeveer tien minuten en eindigt met vogelgeluiden. Wat wil je dat de luisteraar daar voelt?
Kleine correctie: het is niet de slotsong maar Despite Your Brand New Dress dat met vogelgeluiden eindigt, maar ik begrijp de verwarring. Slotsong Where Fish Don’t Talk gaat over het feit dat vogels en vissen niet kunnen denken, spreken en wandelen zoals wij, maar dat ze wel vrijer zijn dan wij. Ik bezing en eer die vrijheid.
Doordat wij mensen zo gebonden zijn aan allerlei materiële rommel, beperken we de vrijheid van al die mooie schepselen en zijn we zelfs gaan geloven dat ze indringers zijn, terwijl wij het zijn die hen verjagen en hun habitat innemen. De controverse rond de Europese wolf is daar een voorbeeld van. "Dat beest hoort hier niet thuis", hoor ik dan. Ik begrijp dat standpunt echt niet, begin van binnen te koken en moet op mijn tong bijten om niet te fel te reageren.
Het is mijn favoriete song op het album. Ik heb al veel reacties gekregen op de andere nummers, maar over deze song heeft slechts één niemand iets gezegd. Soms vraag ik me af of het te lang is of dat het misschien komt doordat het als laatste op de plaat staat. Hoe dan ook, zonder afbreuk te willen doen aan de rest van de plaat, is dit het nummer dat het meest aanleunt bij wat ik echt heb willen maken.
