BRDCST 2026 - #BRDCST2026 Dag 1 - Tussen kap en kitsch

Ancienne Belgique, 2 april 2026 - 5 april 2026

BRDCST 2026 - #BRDCST2026 Dag 1 - Tussen kap en kitsch

Het is weer BRDCST! Eindelijk gaan we leven. De vogeltjes! De bloemetjes! Goede muziek! Hier hebben we een winter naartoe geleefd. Dit is de ronde van Vlaanderen voor wie zich niet interesseert in koers, de play-offs voor wie zich niet interesseert in voetbal. Eén adres: de vernieuwde Ancienne Belgique.

In die vernieuwde zalen zijn we nog niet geraakt. Vrijdag liepen we vooral over en weer tussen de club en de grote zaal, die in "Flex"-configuratie was opgesteld, dus met stoelen maar ook met ruimte om rechtop te staan.

Daar mocht eerst Rainy Miller zijn album komen presenteren: 'Joseph, What Have You Done?'. Enkel een microfoon had hij nodig, de muziek zelf stond volledig op band en knalde loeihard uit de luidsprekers van een podium waarop alleen vier piano's klaarstonden voor het concert dat zou volgen.

In Millers experimentele grimemuziek klonk al wanhoop en frustratie door. Zijn teksten deden er nog een schepje bovenop, en het geheel klonk uiterst donker. Het voelde een beetje bizar: iemand neemt een album op, komt ermee tot in België, en verstopt zich dan tijdens het concert onder zijn kap en tussen de mensen. Op een moment zette hij zich in de stoeltjes tussen het publiek, dat er wat onwennig van werd. Het maakte indruk, maar om echt te beklijven bleef het te afstandelijk.

In de club speelde The Alien Dub Orchestra with Elijah Minnelli 'plays The Breadminster Songbook'. Het voltallige orkest mocht op het podium, inclusief accordeon, klarinet en sousafoon. Hier verkeerden we aan de andere kant van het emotionele spectrum. Ook al gaat het niet goed met de wereld, de boodschap bleef positief. In Vine And Fig Tree mocht het dat iedereen die zo'n boompje heeft in vrede en zonder angst zou leven, een niet mis te verstane referentie naar het Midden-Oosten. De sousafoon (een grote tuba) zorgde mee voor de dub-baslijn, de clarinet en accordeon legden folkaccenten. We hadden graag wat langer gebleven, maar door overlap in het programma moesten we voor het einde terug naar beneden.

In de AB Flex speelde het Kukuruz Quartet werk van Julius Eastman. Het viertal zat met de rug naar het publiek achter vier piano's en speelde werk van de in 1990 overleden hedendaagse componist. De man leidde een tragisch leven en stierf gemarginaliseerd, maar zijn werk krijgt de laatste jaren wat erkenning. Fugue no. 7 bestond hoofdzakelijk uit een terugkerend motief van zeven noten, die door de compositie liepen als een rode draad. Er werden zijmotieven doorheen gewoven, veelal snel herhaalde noten die met twee vingers werden gespeeld en vooral ritmisch functioneerden. Er werd dan ook af en toe eens "eins, zwei, trei, fier" geroepen om ijkpunten te synchroniseren.

Er volgde ook een stuk van Marcel Zaes voor metronomen. Ze kwamen elk voor een micro staan met een miniem metronoompje dat dan een ritmisch variërend getik liet horen. Het leek in het verlengde te liggen van de pianocompositie van daarnet: door eenvoudige maar onvoorspelbare herhalingen werd het geheel meer dan de som van de delen.

Het was in ieder geval de muzikale ontdekking van de avond. We moesten ons klaarmaken voor de headliner, en vulden de wachttijd op met de Zweden van Fauna. Eerst leek het of dit gezelschap uit exotischer oorden was gevlucht: ze hadden lonkende fluiten bij de intro, en de teksten waren in het Arabisch. Ook een Oosterse gitaarlijn dook op in een enkel nummer. Maar uiteindelijk bleef het toch allemaal gemakkelijke popmuziek, en leek de exotische saus ons wat consistentie te missen. Het was dansbaar en leuk, maar ook niet veel meer dan dat.

Keeley Forsyth was de curator geweest van de avond in AB Flex, en ze was zelf de headliner. Dat schiep verwachtingen, en we reserveerden een stuk van onze aandacht hieraan. Ze presenteerde 'Hand To Mouth', een album dat ze samen maakte met haar vaste pianist Matthew Bourne. Hij was aanwezig op het podium, en liet tussen het piano spelen door ook stukken vooraf opgenomen geluid meelopen ter begeleiding van de teksten die Forsyth achteraan op het podium voorlas, met haar rug naar het publiek.

Het leek of het narratief belangrijk was dat we de teksten begrepen, maar onder meer door de vervorming van haar stem en dat geluid op de achtergrond was het moeilijk om zich op het verhaal te concentreren. Het ging over een huis, en dat huis leek het hoofdpersonage van ergens een tragisch verhaal waar iemand niet binnen of buiten kon. Misschien moeten we het boek eens lezen, want Jean-Baptiste Del Amo, de auteur die de tekst speciaal voor haar schreef, is een gelauwerd schrijver.

Na een stuk tekst zong Forsyth dan een nummer dat allicht ook aansloot bij wat net was voorgelezen. Een celliste vulde de muziek aan. Op een moment mocht die zelfs met de aandacht gaan lopen door een virtuoos stuk te improviseren met loops, maar meestal was het Forsyths stem en minimale mimiek die centraal stond.

Daar knelde voor ons het schoentje, want die stem is er een die al te overdreven aan gothic doet denken, en de combinatie met haar donkere mysterieuze verschijning en de mislukte poging tot theatraliteit maakte het geheel eigenlijk eerder pathetisch. In de finale spreidde Forsyth de armen naar de hemel. Ze werd belicht door een rode spot, als was ze een heilige martelares die ten hemel werd opgenomen. Tot daarvoor hadden we haar nog het voordeel van de twijfel gegund, maar toen stond het vast: deze kitsch was niet aan ons besteed.

We sloten nog af in de club.

Eerst met The Bug en Ghost Dubs die samen in de club 'Implosion' presenteerden, het album dat ze samen maakten. In de praktijk leek dit eerder een back to back set van twee DJ's, waarvan de opstelling van The Bug driekwart van het podium in beslag nam, en die van Ghost Dubs de rest. Wederom leek het of de decibelmeters vanavond eens door het lint mochten gaan, en bleken oordoppen aangewezen. Al kan het ook aan de snoeiende bassen gelegen hebben natuurlijk. Kevin Martin, The Bug dus, speelde meestal wat melodieuzer dan Ghost Dubs, die relatief minimaal bleef. Zo wisselde de set van stemming en bleef wat incoherent.

Daarna met de DJ-set van Elijah Minnelli. Heel wat volk was naar huis gegaan, schijnbaar in de war door de ombouw van de opstelling in de club. Daardoor bleven er slechts een dertigtal mensen achter, maar: hoe minder zielen, hoe meer plaats om te dansen. Ook door de dubplaatjes van de immer innemende Minnelli werd dit eigenlijk nog het leukste stuk van de avond. Wat veel DJ's tegenwoordig vergeten is dat negenennegentig procent van een goede set bestaat uit goede plaatjes, en dat is iets wat in de dub nog geëerd wordt: geen moeilijke mixen, gewoon een opeenvolging van goede nummertjes. Een reggaehit als Desmond Dekker's The Israelites naast een hommage aan de onlangs gestorven Junior Byles, het mocht. Een nummer van begin tot einde spelen, het mocht. Vrolijk dansen in moeilijke tijden, het mocht.

4 april 2026
Kristof Van Landschoot