Cactusfestival
Zomerse Opwarmer
Dimitri Muylaert
Minnewaterpark, Brugge — 17 juli 2009
Het Cactusfestival is al sinds jaar en dag een uitschieter binnen het Vlaamse festivallandschap. Het programmeert jaar na jaar avontuurlijker én groter en toch blijft het kleinschalig lijken. Niet enkel de sfeervolle decoratie, maar ook de gemoedelijke sfeer, de bekerrapende kinderen en de properheid maken er zo’n uniek en gezellig festival van.
Toch is het niet al rozengeur en maneschijn. Zo is een klein half uur stappen naar de camping toch wat veel. Op de koop toe zat die camping zaterdagmorgen al stampvol. Stampvol is ook het gepaste adjectief voor het festival zelf. Drie dagen lang mocht het bordje ‘uitverkocht’ bovengehaald worden, maar voor het eerst hadden we het gevoel dat men nu toch een tweeduizend mensen teveel had binnengelaten. Waar het anders aangenaam vertoeven is in het feeërieke Minnewaterpark, was het nu van ’s morgens tot ’s avonds koppenlopen. De kleinschaligheid heeft met andere woorden ook zijn nadelen.
Muzikaal valt er dan weer niet veel op te merken. De meeste concerten waren van een hoog niveau. Uitzondering daarop was echter Selah Sue. We willen gerust geloven dat dit kind tonnen talent meezeult maar haar inzakkende gitaarspel en haar meer dan irritante accent zorgden ervoor dat het optreden een zeer onprofessionele indruk naliet. Hopelijk maakt ze op de Gentse Feesten een betere beurt.
Cactus heeft een traditie als het op reggae aankomt. Waar er de voorbije jaren al gauw vijf reggaegroepen op de affiche prijkten, was Bunny Wailer dit jaar de enige. En dat volstond ruimschoots, want wat de van absurd wit baardje voorziene tweeënzestigjarige Jamaicaan vanavond liet zien, hadden we de voorbije jaren al tientallen keren gezien én beter. En dat ondanks het feit dat hij deel uitmaakte van The Wailers, de legendarische begeleidingsband van Bob Marley. Dat hij zonodig moest afsluiten met een resem haast abominabele covers van die laatste deed er trouwens ook geen goed aan.
Hoe je wél wereldmuziek moet maken lieten Michael Franti & Spearhead zien. Akkoord, voor het muzikale vernuft moet je niet bij deze sympathieke boomknuffelaar zijn, maar hij weet een concert om te bouwen tot een feelgoodmoment van samenzijn zoals geen ander. Het lijkt wel zijn missie om een lach te doen verschijnen op het gezicht van het voltallige publiek en daar slaagde hij in Brugge nog in ook. Lovenswaardig is het ook dat hij niet teert op de hits van Spearhead, maar het publiek evengoed gigantisch uit de bol doet gaan met zijn recentere werk. De ideale Cactusact.
Maar de grote klepper van de avond was uiteraard Tracy Chapman. De romantische zielen repten zich massaal naar voren voor knappe uitvoeringen van in het collectieve geheugen gebrande songs als Fast Car en Talking 'Bout A Revolution. Het was echter met de primordiale groove van You're The One dat ze echt de juiste sfeer wist te grijpen. Hoewel Chapman vooral bekend is om haar zachte popsongs, kan ze ook erg snedig uit de hoek komen. Give Me One Reason mondde bijvoorbeeld uit in een vet swingende bluesjam. En alsof dat nog niet genoeg was kregen we nog het ijskoude a capellanummer Behind The Wall voorgeschoteld. Wat ons betreft was mevrouw Chapman de perfecte afsluiter van de eerste festivaldag.
Muzikaal valt er dan weer niet veel op te merken. De meeste concerten waren van een hoog niveau. Uitzondering daarop was echter Selah Sue. We willen gerust geloven dat dit kind tonnen talent meezeult maar haar inzakkende gitaarspel en haar meer dan irritante accent zorgden ervoor dat het optreden een zeer onprofessionele indruk naliet. Hopelijk maakt ze op de Gentse Feesten een betere beurt.
Cactus heeft een traditie als het op reggae aankomt. Waar er de voorbije jaren al gauw vijf reggaegroepen op de affiche prijkten, was Bunny Wailer dit jaar de enige. En dat volstond ruimschoots, want wat de van absurd wit baardje voorziene tweeënzestigjarige Jamaicaan vanavond liet zien, hadden we de voorbije jaren al tientallen keren gezien én beter. En dat ondanks het feit dat hij deel uitmaakte van The Wailers, de legendarische begeleidingsband van Bob Marley. Dat hij zonodig moest afsluiten met een resem haast abominabele covers van die laatste deed er trouwens ook geen goed aan.
Hoe je wél wereldmuziek moet maken lieten Michael Franti & Spearhead zien. Akkoord, voor het muzikale vernuft moet je niet bij deze sympathieke boomknuffelaar zijn, maar hij weet een concert om te bouwen tot een feelgoodmoment van samenzijn zoals geen ander. Het lijkt wel zijn missie om een lach te doen verschijnen op het gezicht van het voltallige publiek en daar slaagde hij in Brugge nog in ook. Lovenswaardig is het ook dat hij niet teert op de hits van Spearhead, maar het publiek evengoed gigantisch uit de bol doet gaan met zijn recentere werk. De ideale Cactusact.
Maar de grote klepper van de avond was uiteraard Tracy Chapman. De romantische zielen repten zich massaal naar voren voor knappe uitvoeringen van in het collectieve geheugen gebrande songs als Fast Car en Talking 'Bout A Revolution. Het was echter met de primordiale groove van You're The One dat ze echt de juiste sfeer wist te grijpen. Hoewel Chapman vooral bekend is om haar zachte popsongs, kan ze ook erg snedig uit de hoek komen. Give Me One Reason mondde bijvoorbeeld uit in een vet swingende bluesjam. En alsof dat nog niet genoeg was kregen we nog het ijskoude a capellanummer Behind The Wall voorgeschoteld. Wat ons betreft was mevrouw Chapman de perfecte afsluiter van de eerste festivaldag.

