daFestival #2 - Deel 3: Het gouden randje

Ons eigen kot, 10 mei 2020

daFestival #2</b> - Deel 3: Het gouden randje

Na gedurende dag al hoogstandjes gezien te hebben, ontbrak er enkel nog dat gouden randje. Dat kwam er. En hoe!

Enkele seconden white noise en een drumroffel van drummer Min Chul brachten ons onmiddellijk bij de les: Mintzkov was in da house. Lies opende op gitaar met Unlike The Sun en zette meteen de toon in deze black and white-performance van het trio. Een drumsolo(otje) later had ook Philip de gitaar omgegord en nam hij ons mee in August Eyes waarin de gitaar groots kon uithalen. Om af te sluiten mocht de drumcomputer Min Chul vervangen en kon Lies haar duivels ontbinden met een prachtige cover van Obstinate Heart van Intergalactic Lovers: "Who are you to tell me what love should feel like", waarna de laatste drumroffels weerklonken en de white noise het weer overnam. Einde. (tt)

Kiezen is verliezen, dus gingen Stijn en Anderslander samen aan de slag. Thomas Vanelslander speelde vroeger in de band van Raymond en was ook gitarist in de laatste bezetting van Gorki. Dus doet hij het tegenwoordig ook solo in zijn moedertaal, inclusief ver-Nederlandste nom de plume Anderslander. Hij waagde zich onder andere aan een gedurfde Nederlandstalige interpretatie van U2's Love Is Blindness. Geen evidente keuze, maar het werkte. Toen was het tijd om Stijn tevoorschijn te halen in een hoek van het scherm. "Ik ga een beatje sturen naar jouw drumcomputer. Ik stuur nu een baslijn. Amuseert u, hé maat", en hopla, ze waren vertrokken. Na een zalig nummertje dat ze samen leken te creëeren, was het aan Stijn om de rest van de set vol te maken. Hot & Sweaty redde het achtste niet feestelijke weekend op rij, afsluiter Grandaddy moest de mannelijke familielijn ook een beetje aandacht geven op Moederdag. Leuke sessie, die ons bijna van de lockdown deed houden. (cd)

Het was moeilijk kijken naar de sessie van Jim White. Hij had al aangegeven dat er een probleem was met het scherpstellen van zijn oude smartphone, waardoor de beelden eerder wazig waren. Maar de Americana klonk daarentegen zo fris als we van hem gewend zijn. Waar de opener nog vrolijk overkwam met dat huppelende refrein, waren Strange Candy en het daarop volgende Here I Am eerder ingetogen en reflecterend. White heeft meer dan zijn plaats verdiend binnen de afbuiging van country & western, die de naam Americana meekreeg. En dat toonde hij hier op de van hem gekende, rustige wijze, zij het zonder de typische verhalen, die hij er bij concerten steevast bij haalt. Jammer, maar daarom zeker niet minder gesmaakt. (pvg)

The Dream Syndicate heeft een nieuwe plaat uit. En niet zomaar een plaat, maar eentje waarmee wordt afgebogen van de klassieke songstructuur. Jazzy en psychedelisch (check er ook de hoes op na) is ze eerder een buitenbeentje in de catalogus van de band, maar wel een heel intrigerend buitenbeentje. Steve Wynn toonde zich (misschien wel net daarom) bereid om ook aan te treden voor de tweede editie van daFestival. Beginnen deed hij met een akoestische versie van Like Mary uit ‘How Did I Find Myself Here?’ Ook de afsluiter Glide (met ergens ook een tweede stem op de achtergrond) was afkomstig uit diezelfde plaat. Daarbij begeleidde hij zichzelf op akoestische gitaar en liet hij zich bijstaan op allerlei percussie. Met When You Smile (uit het debuut van The Dream Syndicate) en Something To Remember Me By (uit zijn soloplaat 'Kerosene Man' rondde hij de set af. Hij kan het nog steeds, Steve Wynn, ook in zijn eentje. En naar eigen zeggen (en als alles goed gaat), komt hij dat in januari nog eens bewijzen. (pvg)

Een paar dagen geleden postte Chantal Acda dat de paardenwei dan toch niet zo’n goede locatie was om een sessie op te nemen. Veilig ver weg van die zwarte shetlander nam ze haar sessie dan toch maar op in de studio. Een hemels ontwapenende stem en een akoestische gitaar, meer heb je soms echt niet nodig om zachtjes een doek over de zondag neer te laten. Het mooie Still We Guess (uit ‘The Sparkle In Our Flaws’) verwoordde mooi hoe iedereen dezer dagen op zoek is en was naar een oproep om het leven na corona misschien ietsje anders aan te pakken en als maatschappij niet gewoon de oude draad terug op te nemen. Voor we het wisten zat haar set erop (“Mijn telefoon heeft maar veertien minuten geheugen om te filmen”). Na ruim twee maanden binnenshuis, beginnen we stilaan te wennen aan alle lockdown-sessies, maar na de drie nummers van Chantal Acda hopen we - zoals ze zelf ook afsloot - “elkaar heel gauw weer in het echt te zien”. (cd)

Sommige bands werden door de lockdown uit elkaar gerukt en moeten allerlei technologische hoogstandjes aanwenden om een sessie in te blikken. Mon-O-Phone heeft het makkelijker, want Ciska Vanhoyland en Koen Brouwers delen tafel en bed en konden dus gewoon samen in de studio in Zonhoven vier songs uit de recente plaat ‘Different Shapes’ spelen. Die huiselijke setting zorgde voor een erg spontane sfeer, die de nummers eigenlijk nog warmer deed klinken dan op het album. Het is niet dat Buildings of How Long op ‘Different Shapes’ verdrinken in toeters en bellen, maar toch klonk het vanavond iets meer sober en dichtbij, alsof we zelf als onzichtbare gast onder een knus dekentje bij hen thuis zaten mee te luisteren. Het toonde aan dat lockdown-sessies niet noodzakelijk een zoethoudertje of een afkooksel van "the real thing" hoeven te zijn. Integendeel, Mon-o-phone stak Song For Someone voor de gelegenheid in een ander jasje. De afsluiter van de plaat, Boats, sloot ook de set af. De korte stilte van vijf seconden tussen de laatste noot uit Brouwers' toetsen en Vanhoylands slotwoordje deed niet allleen dit mini-concertje bezinken, maar alle emotie van de voorbije, bizarre twee maanden. Mooi! (cd)

Het was er eentje waar wij alvast naar hadden uitgekeken. En Glass Museum stelde dan ook niet teleur. Zij - toetsen en drums - hadden zich opgesteld in wat een partytent leek, afgesloten met een wit zeil, waarop een jongedame in silhouet tegen de zon in danste op de mysterieuze tonen van het tweetal. Waar zij bij het eerste nummer wild tekeerging en de haren uiteindelijk helemaal uit verband danste, was de opvolger meer ingetogen, introspectief, peinzend bijna. Drummer Martin Grégoire had de sticks ingeruild voor borstels en paukenstokken, die de aankleding sowieso al zachter deed overkomen. Voor der derde nummer werd het tempo weer opgedreven, verdeelde toetsenist Antoine Flipo de handen tussen bas en melodie om zo een dromerig, maar fel geheel te creëren. Ook de danseres liet zich nog eenmaal gaan en gooide de haren letterlijk los. Een wonderbaarlijk einde van een goed gevulde, muzikale dag. (pvg)

Op naar editie drie? U zegt het maar.

Patrick Van den Troost, Patrick Van Gestel

11 mei 2020
Christophe Demunter