Eels
E mineur
Hannes Dedeurwaerder
Koninklijk Circus, Brussel — 8 november 2008
Mark E. Everett, of E zoals we hem genoegzaam kennen, hoort wat ons betreft nu al thuis in het pantheon der allergrootste songschrijvers. Met zijn wonderlijke teksten vol kromme humor en tragiek, zijn unieke stem en nooit minder dan curieus instrumentarium slaagt hij er nu al zes studioplaten lang in de hartsnaren van de luisteraar op hoogst originele wijze te bespelen. Hetgeen alleen maar bewondering verdient. De platen van Eels vormen een garantie voor een zachte prik in het hart en een warme zoen achteraf. Live is het echter steevast een kwestie van erop of eronder. In in het Koninklijk Circus was het er, jammer genoeg, serieus onder.
De reden hiervoor is E zelf, meerbepaald in zijn houding tegenover andere mensen. De dood van zijn moeder en zelfmoord van zijn zus in hetzelfde jaar enerzijds. De moeilijke relatie met zijn geniale doch sociaal gestoorde en aan alcohol verslaafde vader – die hij op zijn negentiende dood aantrof – anderzijds, bleken weliswaar een morbide schatkamer voor de artiest E, maar maakten van de mens zelf een wereldvreemd, haast schuw en trolachtig wezen. Een beeld dat hij met zijn karakteristieke baard, bril en krakende stem nog lijkt te versterken. Die wereldvreemdheid bleek ook uit het ‘voorprogramma’ van de show. De BBC Four-documentaire 'Parallel Worlds, Parallel Lives', waarin E op zoek gaat naar de impact die zijn vader had op de wetenschap, in de hoop een glimp op te vangen van de persoon die hij nooit echt heeft kunnen kennen. E komt in dit document over als een onwennige zonderling. Het tegenovergestelde van wat we van een rockster verwachten. Een nauwelijks regelbaar vat ingehouden emotie, dat enkel in muziek zijn ontlading vindt.

Wanneer E met een band speelt en de noten als een bezetene uit zijn lijf en vingers jaagt, is hij dan ook op zijn best. Zelfs al doet hij daarbij gemaniëreerd vreemd door bijvoorbeeld met een wandelstok rond te hossen. Op deze manier kan hij voelbaar zijn demonen uitdrijven en voor even de zwarte gaten in zijn ziel dichten. Ook klinken de veelal rijkelijk gearrangeerde nummers gewoon béter als ze live in een meerkoppige bezetting worden gebracht.
In het Circus koos E echter voor een bijzonder sobere aanpak, met enkel zijn kompaan ‘the Chet’ als (multi-instrumentale) begeleiding, en dat kwam de show helemaal niet ten goede. Niet alleen zorgden de naakte nummers voor opwinding noch ontroering, de loner E is ook absoluut geen publieksmenner, getuige onder meer de pet die hij gedurende het ganse concert diep over de ogen hield getrokken. Met opener Something Is Sacred werd de toon gezet. Sober gebrachte nummers op gitaar of piano, die af en toe werden voorzien van additionele sfeer in de vorm van Chets drum, lap steel, zingende zaag of - tijdens I like birds - gefluit. Opgeteld leverde dit een kabbelende en, ondanks de doorgaans emotionele lading van de songs, verrassend weinig opwindende set op, die slechts heel af en toe in een stroomversnelling raakte. Zoals tijdens Flyswatter, waarin E en Chet beurtelings achter het drumstel plaatsnamen en op die manier de song eindeloos maar heerlijk entertainend wisten te rekken. Of met de allerlaatste bis PS You Rock My World, dat je onmogelijk niét kon beschouwen als een schuchtere liefdesverklaring aan het publiek.
Van beklijving was dus hoegenaamd geen sprake. Dat Chet - om God weet wat voor reden - vanaf een lessenaartje opeens begon voor te lezen uit E’s autobiografie 'Things The Grandchildren Should Know' hielp ook al niet veel. Evenmin als E’s besluit op te debiteren uit hem vanuit de coulissen aangereikte (fictieve?) fanmail. En wat de bedoeling was van de donderende stem uit de hemel (lees: speakers), die E aanzette om zijn best te doen? Wie het weet, mag het ons komen zeggen. In elk geval werd elk beetje voorzichtig opduikende sfeer er ongenadig en onsubtiel de nek mee om gewrongen.
Hoe een man met een catalogus die uitpuilt van de intrieste, bloedmooie liedjes er meer dan een uur lang in slaagde onze hartsnaren onbewogen te laten, is een raadsel. Even groot als hijzelf er één is. Misschien is E dus net wel in zijn opzet geslaagd?
Hoe een man met een catalogus die uitpuilt van de intrieste, bloedmooie liedjes er meer dan een uur lang in slaagde onze hartsnaren onbewogen te laten, is een raadsel. Even groot als hijzelf er één is. Misschien is E dus net wel in zijn opzet geslaagd?
