Elvis Costello solo Nostalgisch, genereus en groots

Elvis Costello solo

Na een ter elfder uur afgeblazen show vorig jaar stond de tweeënzestigjarige Elvis Costello eindelijk in de Roma. Twee keer zelfs mocht De Roma het bordje "Uitverkocht" uithangen. De tournee van Costello (die eigenlijk Declan McManus heet) heet deze keer 'Detour'. Geen grote circusachtige formule zoals het spinning wheel, maar een nostalgisch gezellige wandeling door zijn roemruchte carrière. Dat leverde in een bomvolle Roma een Wiedergutmachung van maar liefst tweeënhalf uur op

Omgeven door een legertje akoestische en elektrische gitaren, een ukelele en met een zwarte vleugelpiano binnen handbereik werd algauw duidelijk dat het geen regulier optreden zou worden. De opzet bestond erin om via foto, video en geluid inzicht te geven in het leven van Costello, waar zijn roots liggen en waar de songschrijver inspiratie uit put. Bijzondere rollen waren hierbij weggelegd voor zijn vader Ross McManus, een ballroomorkestzanger en verdienstelijk trompettist, en zijn grootouders. Zij komen ook aan bod in de autobiografie 'Unfaithful Music And Disappearing Ink' waarin Costello het verhaal doet van opgroeien als jongeman met The Beatles als idool tot de man die hij nu is. De gigantische replica van de oude Lupe-O-Tone televisieset verwees bijvoorbeeld naar zijn jeugd in Liverpool eind jaren vijftig.

'Detour' stond hier voor akoestisch en intiem. En daar is een zaal als De Roma geschikt voor. Costello is niet zozeer bezig met marketing, maar eist wel dat de podiumopstelling, de inkleding en vooral het geluid van het allerhoogste niveau zijn. Toen zijn gitaar het even liet afweten, stapte hij dan ook stante pede op zijn geluidsman af. De geweldige akoestiek, een mooi, warm en aangenaam kader en een zeer divers en enthousiast publiek deden de rest.

Stipt op tijd begon de met een rode hoed en zonnebril uitgedoste Costello met Less Than Zero en niet met Watching Your Step, zoals de dag voordien. Elke Costelloshow is dan ook wezenlijk verschillend van de vorige, al was ondanks een oeuvre van tientallen albums en livereleases een zekere vorm van herhaling (het Duke Ellington-verhaal) niet volledig uit te sluiten.

De Britse songschrijver was opmerkelijk spraakzaam en leidde niet zelden zijn songs in met een anekdote; Ascension Day bijvoorbeeld, waarmee hij Professor Longhair en Allen Toussaint eerde. Met die laatste nam Costello 'The River In Reverse' op. Hij is dan ook een doorgewinterd verhalenverteller, al primeerde de song gelukkig op de nochtans leerrijke en vaak grappige anekdotiek.

Uiteraard bevatte de set een handjevol klassiekers (Veronica, Alison, Shipbuilding), maar veel vaker bewandelde hij de zijwegen van zijn carrière (Poison Moon, Deep Dark Thruthful Mirror, Face In The Crowd, Ripping Paper).

Dat het een solo-optreden was verhinderde Costello niet om op tijd en stond de elektrische gitaar in te pluggen of liet hij merken dat hij ook op piano uit de voeten kon. Een in gitaarparanoia gedrenkt Watching The Detectives, visueel ondersteund met nostalgisch mooie filmposters, werd zo ons deel. Zeker in een concertzaal als de Roma, een voormalige cinema, vormde dit een waar hoogtepunt. Tweeënhalf uur bracht het gaandeweg tot extase gespeelde publiek door met Elvis Costello die, al naargelang de song, zichzelf op gitaar, piano of ukelele (het jolige Vitajex) begeleidde. Sommige passages, zeker op piano, waren misschien net iets te lang om de volle focus te behouden, maar dat nam niet weg dat er voldoende hoogtepunten waren. Een volledig tot de naakte essentie gestript Alison was er daar één van, maar ook de fragiel mooie passage waarin Little White Lies (een Walter Donaldson-oldie) en Beyond Belief elkaar opvolgden, was magistraal.

Misschien wel het meest verrassend was dat hij de angry young man-fase nog altijd niet volledig was ontgroeid. Op elektrische gitaar durft hij nog steeds krachtig uithalen (Watching The Detectives en afsluiter I Want You). Zijn stem - die een klein jaar geleden dus verstek gaf - kwam deze keer wel goed uit de verf. Van fluisterend tot heerlijk schreeuwend, Costello kon het allemaal aan.

Ook de grootse emoties werden niet geschuwd, vooral in die passages waarin zijn familie prominent aanwezig was. Zijn liefde en affectie voor hen (de If I Had A Hammer-passage bijvoorbeeld) was tekenend. En dat hij zelf ook een muziekliefhebber is, hoorde je in 45 (een sublieme, maar krachtige knipoog naar het jonge, platenkopende publiek) en Toledo,de ideale gelegenheid om het werk van Burt Bacharach te pluggen, evenals in de kleine snippets, die hij in de set stak. Het stukje Brother Can You Spare Me A Dime tijdens het weergaloos mooie Jimmie Standing In The Rain was er daar slechts één van.

Je zou het hem niet nageven maar Costello is naast de man van jazzpianiste Diana Krall (die later op het jaar ons land aandoet) tegenwoordig een brave, liefhebbende vader van drie kinderen. Die bedachtzame omgang met het langzaam maar zeker voortschrijden van de tijd kon je waarnemen in een song als No Man's Woman.

Costello, de "bug-eyed monster from planet guilt and revenge", zoals hij zichzelf eens beschreef, behoort ontegensprekelijk tot het pantheon der Grote Songschrijvers; zowel op muzikaal als op tekstueel vlak. Dat onderstreepte hij in De Roma met een vitaal en essentieel concert, waarin de over een klok van een stem beschikkende songwriter vooral bewees een gulle showman te zijn die naar believen tientallen klassiekers kan serveren, maar evenzeer op eigenzinnige wijze minder bekend werk presenteerde. Dit was er eentje voor de boekjes.

Foto: Patrick Van Den Troost


13 maart
Philippe De Cleen