Front 242 - Ook helden zijn geen heilige huisjes

, 2 juli 2018

Wijt het aan onze jeugdige (sic) leeftijd, maar wij kunnen ons alvast geen eerder concert van Front 242 in Sint-Niklaas herinneren. Toch niet als ooggetuige. Meteen is één van de mogelijke verklaringen gegeven voor het bordje "Uitverkocht", dat zaterdagavond aan de ingang van De Casino stond. Een andere is uiteraard het feit dat weinig Belgische groepen zo invloedrijk waren - en tot op de dag van vandaag nog altijd zijn - als deze Brusselaars.





Neem nu Implant, een van de talrijke groepen die ooit donkere, elektronische muziek begon te maken geïnspireerd door de peetvaders. Via nevenproject 32crash is zanger Len Lemeire trouwens ook rechtstreeks gelieerd aan (Jean-Luc De Meyer van) Front. Samen met lokale held Jan D’Hooghe stelde Lemeire hier zijn meest recente album ‘The Productive Citizen’ voor, en het publiek leek er wel pap van te lusten. Heel dansbare, knap opgebouwde nummers, interessante visuals en een snuifje zelfrelativering (drummer D’Hooghe in de rol van een van de betere would-be gitaristen die we reeds aan het werk zagen). Nu nog wat meer aandacht in de mainstream media voor projecten als dit en iedereen is tevreden.

Ook Front 242 moest het lang met ontluisterend weinig erkenning in de nationale media stellen. Maar kijk, anno 2013 worden ze volledig terecht geafficheerd als internationale pioniers van de Electronic Body Music en met hun optredens creëren ze steevast een feestje. Vanaf het moment dat Patrick Codenys en Daniel B. op het podium vervoegd worden door Jean-Luc De Meyer en Richard 23, de twee boegbeelden en volksmenners van de groep, en Moldavia losbarst, is stilstaan niet langer een optie. Alleen al de energie en opwinding, die inherent zijn aan liveshows van deze vier, heren doen hen moeiteloos uitstijgen boven het peloton van middelmatige klonen en ongeïnspireerde kopieën.

Laat één ding duidelijk zijn: het optreden van Front zaterdag stond (andermaal) als een huis. Maar wat moet je, als groep die ooit te boek stond als innovators, nog verzinnen om je publiek te verrassen in een tijdperk waarin - ook binnen de elektronische muziek - alles wel al eens eerder gedaan werd? We verklaren ons nader: tracks als No shuffle, Headhunter en U-men zijn en blijven klassiekers en worden (ongetwijfeld onder het motto "blijven evolueren") geregeld in een nieuw jasje gestoken, maar dat gebeurt zichtbaar met wisselend succes. En zo worden ze dan ook ontvangen. Onze voorkeur ging ditmaal eerder naar dreigende versies van Funkhadafi en Commando Mix, en we waren ook blij dat Lovely Day en Quite Unusual de setlist gehaald hadden.

Zonder meer een goed concert dus, al hebben we er al betere gezien van Front 242. Wel een beetje vreemd dat de groep het al na één schamele bis (Don’t Crash) voor bekeken hield en dat er daarna zo weinig om meer geroepen werd. Of zou dat dan toch aan de lokale mentaliteit liggen? 

Hoe het ook zij, we kregen amper de tijd om daarover ons hoofd te breken, want er stond zowaar nog een aftershow met Hypnoskull op het programma van deze goedgevulde avond. Voor ons een uitstekende gelegenheid om het soloproject van mediaterrorist Patrick Stevens eindelijk nog eens aan het werk te zien. Sinds het verschijnen van zijn tiende album ‘Electronic Music Means War To Us 2’ (Ant-zen) eerder dit jaar trad de man reeds enkele malen op in onze buurlanden, maar nu dus ook in zijn thuisbasis en nog wel vlak na zijn (en onze) helden.

Hypnoskull maakt snoeiharde, ritmische industrial, gelardeerd met breakcore- en noise-invloeden en pleegt daarmee een nietsontziende aanslag op de dansspieren. Tenminste van zij die ervoor open staan, want hij houdt er wel van om je als toeschouwer op het verkeerde been te zetten. Een feestje - yep, nog eentje - voor de liefhebbers dus. Ons trommelvlies werd niet bepaald gespaard. En ook ons netvlies werd onophoudelijk bestookt met flitsende projecties van allerlei op geweld uitdraaiende manifestaties. Het adagium "Moe maar voldaan" bleek na afloop echter zelden meer van toepassing.

2 december 2013
Jan Vael