Los Campesinos!
De blauwe plekken waard.
Patrick Van Gestel
Botanique, Brussel — 8 november 2008
Op de redactie wordt al eens een ballonnetje opgelaten aangaande de volgende hypes die zullen worden gelanceerd. Namen als The Strange Death Of Liberal England komen dan wel eens naar voren. En ook Los Campesinos! wordt dan onmiddellijk aangebracht. Nu wil het toeval dat beide bands ons pierenlandje bijna tegelijkertijd aandoen. Geen wonder dat er werd gevochten om verslag van die concerten te mogen uitbrengen.
Om het halloweenweekend op passende wijze af te sluiten mag Vampire Weekend het voorprogramma verzorgen. Deze jonge band uit New York is duidelijk schatplichtig aan een vroege versie van die andere New Yorkse hoogvlieger, Talking Heads, inclusief Afrikaans klinkende gitaar. De dansbare new wave waarin dit resulteert valt meteen in goede aarde bij de schaars opgedaagde aanwezigen die de weg naar de Witloof Bar hebben gevonden en de eerste bescheiden danspasjes worden dan ook gezet. Met titels als Cape Cod Kwassa Kwassa zitten ze bovendien helemaal op de lijn van hun voorgangers. Al leuk om te horen, maar toch nog even laten sudderen en een eigen weg laten zoeken, dat is ons advies.

Eveneens schatplichtig aan de new wave, maar door het gebruik van viool en xylofoon even goed onderhevig aan meer traditionele invloeden, weet Los Campesinos! de catacomben meteen te veranderen in een dansvloer waar het moeilijk stilstaan is. Hun muziek straalt de nodige energie uit en geeft je de boost om na een lang weekend de volgende werkweek moeiteloos door te komen. Stoof Pavement in een grote pan met een B52's-sausje, kruid met wat gezonde gekte en je komt in de buurt van het geluid van deze Welshmen.
Omdat hun repertoire nog beperkt is tot anderhalf album, waarvan voorlopig slechts een ep (met de sappige titel ‘Sticking Fingers Into Sockets’) te verkrijgen is, duurt het optreden niet langer dan drie kwartier. Maar in die tijd wordt er dan ook geknald. De jonge helden amuseren zich te pletter en wriemelen, ondanks de beperkte ruimte die het kleine podium hen laat, als werkmieren langs, over en onder elkaar.
Zanger/toetsenist/xylofoonspeler Gareth Campesinos! (de leden hebben zich Ramones-gewijs allemaal dezelfde achternaam aangemeten) gaat vocale duels aan met zijn gitaristen (Neil en Tom), gaat op de grond zitten of bewerkt samen met drummer Ollie de beschikbare cymbalen. Maar even goed lijkt hij, wanneer hij zingt, als een kleuter “Jantje zag eens pruimen hangen” te reciteren, de ogen naar het plafond gericht en de handjes op de rug.
Het spreekt vanzelf dat We Throw Parties, You Throw Knives en You! Me! Dancing! Het meeste succes kennen, maar ook de andere nummers die met een afwisselend door de heren en de dames geschreeuwd “one, two, three, four” worden ingezet, klinken fris en opwekkend als een douche na een dag in de koolmijn. Dat het concert door overmacht kort wordt gehouden, bedekken we dan ook graag met de mantel der liefde. Om toch nog een bisnummer te kunnen spelen, wordt Frontwards, een Pavement-nummer trouwens, omgebouwd.
Die blauwe plekken waren duidelijk de moeite waard, want dit zootje ongeregeld verdient het om met argusogen gevolgd te worden.
