Oost-Vlaams Rockconcours
Ups and yawns
Stefaan Van Slycken
JH Alfa, Brakel — 12 september 2009
De natuurlijke loop der dingen: je koopt een gitaar of keyboard en je oefent een beetje. Of heel veel. Je schrijft wat songs in de slaapkamer en die vind je redelijk bruikbaar. Je start een bandje met een paar vrienden en je repeteert een beetje. Of heel hard. Je neemt wat demo's op. Je schrijft je in voor een paar vrije podia. Je komt terecht bij het tweejaarlijkse Oost-Vlaams Rockconcours. En dan krijg je niet alleen het verdict van een jury, maar ook van daMusic.
Maya's Moving Castle beet de spits af in Brakel. Klinkt als: Twin Peaks OST meets the Gathering meets Bloc Party met meisjesstemmen. De jeugdige bende wisselt van instrument dat het een lieve lust is en technisch zit het, op een occasionele valse noot na, vrij goed. Vocaal lijkt er toch nog wat werk aan de winkel qua toonvastheid; als je geen schreeuwmetal of brulrock speelt is dat wel van belang.

De invloeden komen misschien iets te duidelijk naar boven. Geen slechte prestatie, verre van, maar iets te cerebraal om een echte pletwals te zijn en nog wat te onvolwassen en eenvoudig om progrockliefhebbers te bekoren.
Sophomore Jinx lijkt ons wel iets. Het gaat van riffrock à la Franz Ferdinand maar dan minder (!) vervelend, tot rockballads à la Pearl Jam. Alleszins minder instrumentengewissel en meer rechttoe rechtaan rocksongs geschoeid op Amerikaanse leest. Bij de vaak al te lange instrumentale stukken lijkt de fut soms wel wat te verdwijnen.
Op momenten dat de stem niet verzuipt in de grommende gitaren komen er ook hier wel wat zangfoutjes aan de oppervlakte. Misschien gewoon een slechte dag voor de zanger. De slow die ze halfweg de set spelen zouden we gerust op repeat in de cd-speler willen schuiven, mits er nog wat aan geschaafd wordt. Dit is de eerste groep op dit concours waar we nog groeipotentieel in zien. Blijven werken, jongens, en binnen twee jaar beter.
Contraband brengt Oost-Vlaamse poprock. Een beetje in het zelfde bedje ziek als Hannelore Bedert, Mira en dat soort flauwiteiten: "Giën echt dialect, verstaat ge". Eerder een tenenkrullend bastaardverkavelingsvlaams. Wel sterkere songs dan Bedert, minder gemekker. Uitgewerkte songs, maar teksten die ons toch niet echt kunnen boeien. Nogal gedateerd qua stijl.
Een imposante baardige zanger, een langharige leadgitarist, een violiste, vermoedelijk met klassieke opleiding. U merkt het: dit is De Kleinkunstcollectie Live. Geen rock-'n-roll dus, al zullen teensletsdragende dames in de overgang met vlechtjes in de grijzende haren op de folkfestivals ten lande spontaan in reidansen uitbreken met wapperende zelfgebreide rokken. Veel succes op het Nekka Nachtconcours, jongens en meisje, wij willen rock!
En Rock met grote R krijgen we van het powertrio The Noisy Bastards. Catchy grungepunksongs met de schreeuw van Kurt Cobain en de polonaisetempi van The Offspring. Deze jongens mogen gerust op een affice naast The Kids en Red Zebra staan. Jammer dat er na elk nummer toch wat veel tijd verloren gaat met stemmen, zonder die dode momenten was dit optreden een kopstoot van begin tot eind.
Een paar primeurs voor The Noisy Bastards: de eerste drummer die topless gaat, het eerste spandoek in de zaal, de eerste zanger die zijn nummers in het Engels meent te moeten aankondigen (helaas, Brakel is Roskilde niet), en de eerste groep die een goedkeurende glimlach op onze lippen krijgt.
Poppy hardrock dan, van The Steppin Stones. Deze jonge snaken hebben hun podiumprésence al goed ingestudeerd. Leuke kopjes, sixtiesinvloeden (wij horen Janis Joplins band) maar ook hier nog werk aan toonvastheid (vooral de krullenbol) en de songs. Die zijn degelijk genoeg maar erg inwisselbaar. Als ze tienervedettes willen worden, zullen ze zich moeten haasten. Wij meenden al ontluikende baardharen te merken bij enkele groepsleden.
Tot slot: meisje-met-gitaar Joni_Sheila. Deze spring-in-'t-veld doet wat Selah Sue en heel veel andere meisjes-met-gitaar doen: songs zingen en spelen voor verwaaide folkfestivalbezoekers die in een zodanig gewatteerde wereld rondfladderen dat ze, het verstand op "zen", enkel ongevaarlijk, lieflijk gekweel kunnen verdragen. Wij leven echter in een iets hardere wereld en als de songs niet 100% straf zijn, vinden wij dergelijke singer-songwriters eerder klinken als een demotape voor een bonte avond. En die songs, over onafhankelijk willen zijn, op eigen benen staan, leven en liefdes zijn dus niet straffer dan een macrobiotische kruidenthee met veel biorietsuiker. Slaapwel.
Wij noteerden dus als grote kanshebbers The Noisy Bastards, en om aan drie te komen The Steppin Stones en Sophomore Jinx. De jury wou echter liever tetten zien en koos voor de drie andere deelnemers. De hemel sta ons bij.
