Psych Over 9000 Diversiteit troef

Diverse locaties, 10 mei 2018
Psych Over 9000

Lang geleden dat we ons nog zo geamuseerd hebben op een festival. In Gent hielden ze het met opzet (en waarschijnlijk helemaal terecht ) klein door in Charlatan, Trefpunt en Kinky Star de hele avond bands te programmeren die iets hebben met psychedelica. Het resultaat was een vermoeiende, maar bijzonder gesmaakte reis van pop over punk (slacker zo je wil) naar wacky en weer terug.

 

Piepjong zijn ze nog, de kereltjes van Budget Trash, en daar gedragen ze zich ook naar, tenminste als ze niet aan het spelen waren, want dan waren ze bloedernstig. Kan het hen wat schelen dat er naast het jonge, dansende – echt waar, zo vroeg al – volkje ook een paar oude kniesoren stonden toe te kijken. De jengelsurfgitaarriedeltjes vlogen je om de oren, het rammelde en knarste aan alle kanten en de gretigheid straalde er vanaf. Collega (pb) zag dit kwartet niet zitten tijdens de Rock Rally. En misschien is het ook maar beter dat zij het daar niet tot de top drie schopten. Nu ligt de wereld nog voor hen open. Veel spelen, pakkende liedjes schrijven, aanrommelen en bijleren, een beetje geluk en de rest komt vanzelf.

 

Je krijgt niet elke dag de kans om een Israëlische band aan het werk te zien. En Ouza Bazooka klinkt dan ook nog eens leuk. Neem daar de soepjurken en de danseres (ook goed voor tamboerijn en vingercimbalen) nog eens bij en je hebt een onderhoudend optreden. De oosterse (zelfs Arabische) invloeden stegen als wierookdampen uit de gitaar (en de bijhorende pedalen) van frontman Uri Brauner Kinrot en werden naadloos ingepast in de wel degelijk westers klinkende nummers.

 

Driestemmige, Engelstalige zang, ronkende gitaren, messcherpe songs (stukje Tame Impala, beetje Black Keys,...), veel afwisseling, het zat er allemaal in. De solo’s kropen als woestijnzand in je kleren en het intussen stevig aangedikte publiek wist dit ten zeerste te waarderen. Een stroomstoring in de Charlatan was spelbreker, maar zelfs dat werd door de duidelijk Arabisch geïnspireerde danseres improviserend opgevangen voor wij verhuisden naar Trefpunt. Hoezo is samenleven niet mogelijk in het Midden-Oosten? Ouza Bazooka kreeg later nog een herkansing in de Kinky Star, maar die is aan ons voorbijgegaan.

 

Veel meer afgeborsteld ging het er aan toe bij Anna Burch, die naar de poppy kant neigde. Haar zalvende stem, de verzorgde arrangementen, het had allemaal wel iets. Bettie Serveert was een referentie, die bij ons opkwam bij het zien van deze jonge Engelsen. Voeg daar nog een vleugje Throwing Muses bij en je bent er bijna. Het klonk bijna even braaf en nerdy als haar kapsel, maar toch was er geen ontsnappen aan de misschien als flauw ervaren, maar daarom niet minder catchy liedjes, die met het nodige vakmanschap en ambacht waren gemaakt en op eenzelfde manier werden gebracht. Dit smaakte naar meer, zelfs al was ze dan vergeten haar nagels te knippen. Ze waren in el geval “psyched to be there”. En wij ook.

 

Het contrast met Jacuzzi Boys kon haast niet groter zijn. Rommelig, maar honderd procent gaande voor sfeer en ambiance had dit trio na twee songs de zaal van Charlatan al meegezogen in de punktornado. En uiteraard wordt er dan gepogood en gaan er lijven de zweterige lucht in. Neil Young-in-zijn-jonge-dagen-lookalike Gabriel bracht de songs naar goede gewoonte met het nodige geweld inclusief wilde Tasmanian Devil-solo’s. Kon het hen wat schelen dat geen (jonge) kat die cover van Woolly Bully (hij dateert dan ook uit 1965) had herkend, als er maar werd gedanst, geduwd en getrokken. En Heart Of The City van Nick Lowe werd ook al omgebouwd tot eersteklas punkriff. Trouwens, het eigen Glazin' werd wel luidkeels meegebruld. Dit drietal kon niet beter geprogrammeerd staan. Het was aan de nakomers om dit geweld te overtreffen.

 

Het podium van Trefpunt stond tot de rand volgeladen met apparatuur en dat had blijkbaar zo zijn technische gevolgen want het concert kon niet tijdig starten. Of hoorde dat er gewoon allemaal bij? Was het een kwestie van spanning opbouwen? Achteraf had het er veel van weg dat het gewoon was omdat dit het laatste concert in deze zaal was. Want naar het voorziene uur van eindigen werd evenmin gekeken.

 

Hoe dan ook bleek Ulrika Spacek zich weinig aan te trekken van wat Jacuzzi Boys net hadden gepresteerd vijftig meter verder. Met prachtig uitgewerkte liedjes, waarin meerdere gitaarlijnen door elkaar heen kronkelden over een aanstekelijke, zelfs ingenieuze ritmesectie. Ok, Radiohead was niet veraf, maar dan wel zonder het geneuzel van Thom Yorke en met de nodige kloten aan het lijf. Psychedelica van uitgelezen kwaliteit.

 

We gaan hier niet beweren dat deze Britten het warm water hebben uitgevonden, maar wij lieten ons desondanks met plezier bolwassen door dit kwintet. En wij waren duidelijk niet de enigen. Wave To Paulo, He's Not There was bijvoorbeeld zo’ n nummer waarvan je maar wat graag een overdosis toegediend kreeg. Hier was ernstig over nagedacht en keihard aan gewerkt en dat was er ook aan te horen.

 

Uiteindelijk konden wij niet anders dan spijt hebben. Spijt dat we onszelf niet konden klonen om ook nog Bed Rugs, Phoenician Drive en nog wat andere bands aan het werk te zien. Maar keuzes moeten nu eenmaal gemaakt worden. Zoals de keuze om hier volgend jaar terug te keren.


11 mei 2018
Patrick Van Gestel