Sharon Jones & The Dap-Kings - Powersoul

, 2 juli 2018

Je moet het maar doen: als winnaar uit het gevecht met kanker komen en nog terug op het podium gaan staan om publiek erkenning te vragen voor het soulgenre. En dat na jaren geknokt te hebben als sessiezangeres. In al die tijd heeft Sharon Jones samengewerkt met heel uiteenlopende artiesten zoals Prince, Beck, John Legend, Lou Reed tot en met Michael Bublé. Deze zomer nog maakte Jones met haar Dap Kings deel uit van de Daptone Super Soul Revue op Werchter. Vanavond staat ze in een bijna uitverkochte Vooruit “to give the people what they want”.





Het is een uitzonderlijk verhaal, dat van Mrs. Jones en haar Dap Kings. Ze groeide op in New York en kreeg van jongsaf aan al het gevoel voor gospel en soul met de paplepel mee. Op wat werk bij lokale funkbands na, moet Sharon zich noodgedwongen tevreden stellen met sessiewerk voor vele andere soulartiesten. Het is een tijd waarin de populariteit van soul ten opzichte van rnb afneemt en platenfirma’s vooral personeel met het juiste uiterlijk recruteren.

Het verhaal krijgt een bijzondere wending bij de oprichting van het Daptonelabel begin jaren 2000 en Jones wordt een van de uithangborden. Toch duurt het tot Mark Ronson de hulp van het label inroept bij de productie van ‘Back In Black’ van Amy Winehouse, dat miljoenen keren over de toonbank gaat, alvorens men de inbreng van Jones echt erkent.

In een goed gevulde Vooruit kregen we eerst nog te maken met voorprogramma Luca Sapio & The Dark Shadows, van wie de carrière ook niet altijd zonder slag of stoot is verlopen. Onlangs nog bracht hij 'Everyday Is Gonna Be The Day' uit, een album vol lichtpsychedelische soulblues. Live vertaalde dit zich naar een sobere vertolking waarbij Luca de aandacht opeiste door erg vaak van microfoonstandaard te wisselen en/of die rond de nek te draaien. Voor Luca zat er op de eerste avond van deze tournee met Mrs. Jones niet meer in dan wat beleefdheidsapplaus. "Sober van aanpak, maar wel fijn om te horen en zien", zo schreven we in ons notaboekje.

Het publiek bleek uiteraard vooral voor hoofdact Sharon Jones en haar vele Dap Kings te zijn gekomen. Nadat de band onder applaus plaatsnam op het podium, kregen we eerst een haast militante introductie te horen. Het publiek werd getrakteerd op een drietal korte, soulvolle nummers en interludia waarbij de achtergrondzangeressen de show stalen.  Beide dames, zo bleek, zijn gezegend met een klok van een stem en even waanden we ons in een kerk waarbij de gospel voorgezongen werd.

En dan was het de beurt aan Sharon Jones, voor de gelegenheid in een zwart pluimenpak. Een stevig Retreat, de single uit haar laatste album ‘Give The People What They Want’, werd ingezet.  Meteen een hoogtepunt, waarmee duidelijk gesteld werd dat Jones met volle overgave de ziel uit haar lijf zong. Ook het iets oudere If You Call haalde de setlist, een iets ouder nummer waarin gitaar, blazers en vocals op fantastische wijze in elkaar gevlochten werden zodat er een mooi geheel ontstond. Sharons’ stem kan verschillende registers aan: het ene moment zoet en zacht, het andere met veel meer kracht en uithalen.

Na enkele nummers al haalde Jones een man uit de voorste rijen om mee te dansen. Het zag er wat potsierlijk uit, maar het werkte tegelijkertijd ook aanstekelijk. Zeker toen Jones het versierspelletje leek mee te spelen.

Met de meedogenloze killerfunkgroove van Shout It Out And Dance, die de concurrentie met het beste van James Brown zo zou kunnen aangaan, wilde Jones naar eigen zeggen terugkeren naar 1965. Minutenlang werd het publiek meegesleurd in een waanzinnige soul- & funktrip met hoofdrollen voor tribale congaritmes, waarbij onder meer Let’s Do The Twist en Do The Funky Chicken passeerden. Sharon en band werkten zich in het zweet en lieten geen spaander meer heel van de concertzaal.

Fijn ook dat Sharon regelmatig het publiek opzocht en zich niet achter de microfoon verborg. Bovendien - en dat maakte dit optreden helemaal top - beschikt Jones over een geweldig gevoel voor humor. Het was tenslotte een show en ook dat element werd regelmatig in de verf gezet, bijvoorbeeld. De al te gekke dansmoves en lichaamstaal spraken, wat dat betreft, boekdelen.

Tijdens Slow Down Love namen Jones en haar Dap Kings even de tijd om op adem te komen, een welgekomen afwisseling na de minutenlang aangehouden soul- en funkgroove. Dat nummer toonde aan dat Jones en band over nummers beschikken, die zo radiovriendelijk zijn dat het bijna een kunstvorm op zich is. Een ander voorbeeld hiervan was het aandoenlijk mooie ‘Long Time, Wrong Time’, dat met zijn referenties naar Curtis ‘Pusherman’ Mayfield aangaf dat ze haar soul- en funkklassiekers kende.

Jones verwees naar actuele problemen zoals de strijd voor kinderrechten in She Ain’t A Child No More, afkomstig uit haar album ‘I Learned The Hard Way’. En met Get Up And Get Out werd herinnerd aan Tina Turner op het moment van de breuk met Ike. De live-versie verschilt van de versie op plaat in die zin dat de opbouw en uitwerking van het nummer trager, zelfs sexier was.

Tot slot werd nog een bijzonder fijn Making Up And Breaking Up opgedist en belandden we zo bij het titelnummer uit haar succesplaat ‘100 Days, 100 Nights’.

La Jones bewees een van de meest actuele en relevante soulacts te zijn. Met stomende soul en bloedhete funk, begeleid door de excellent musicerende huisband, gaf ze het publiek inderdaad waar het voor gekomen was. Bovendien liep Jones bijna twee uur als een gek rond, werkte ze zich continu in het zweet en zong ze de ziel uit haar lichaam zoals alleen zij dat kan. Als dat allemaal nog eens met de gulle glimlach en de nodige humor gebeurt, dan ben je een klasse-act, de aandacht van het grote publiek waardig.

2 november 2014
Philippe De Cleen