Sinner's Day 2018 - Belgen boven

Limburghal, 1 december 2018

Na een sabbatjaar vond zaterdag 1 december opnieuw Sinner’s Day plaats, een festival dat zichzelf graag “de jaarlijkse hoogmis van new wave en punk” noemt. Voor de vijfde editie werd voor het eerst uitgeweken van de vertrouwde locatie in Hasselt naar de Limburghal in Genk.

Naar goede gewoonte waren er twee podia voorzien, ditmaal vlak naast elkaar gelegen. Of om preciezer te zijn: het grote podium was gewoon in twee stukken verdeeld, waarop je afwisselend een Belgische en een internationale act aan het werk kon zien. Geen overlappingen dus in het programma, je kon bijgevolg als muzikale veelvraat in theorie perfect alle optredens volledig zien!

In theorie, inderdaad. De organisatie had op voorhand laten weten zo’n vijfduizend toeschouwers te verwachten. We gingen er dan ook van uit dat men voorzien was op een volkstoeloop gedurende de dag, met name op het gebied van bonnenkassa’s, togen en eetkramen. Helaas bleek dit niet of onvoldoende het geval te zijn, met bij momenten lange wachtrijen tot gevolg.

Daardoor misten we ook (geheel of gedeeltelijk) de optredens van punkbands GBH en Cocaine Piss. Geen erg: waren we hier niet vooral om de veertigste verjaardag van de new wave te vieren? Als het dan toch punk moest zijn, geef ons dan maar de vlot meezingbare refreintjes van party animals Funeral Dress. Onze landgenoten speelden hier het voorlopig laatste optreden in België; reden genoeg dus om nog eens een leuk streetpunkfeestje zonder franjes te bouwen. En dat deden ze op de eigen onnavolgbare manier.

Ook niet bepaald new wave te noemen: het Nederlandse Claw Boys Claw, de opener op wat we dan maar het “hoofdpodium” (waarop de internationale acts aantraden) zullen noemen. Wel een semi-legendarische garagerockband die vooral in de jaren tachtig, begin jaren negentig vrij populair was. Dat ze ook nu nog steeds meetellen, bewijst het recente album ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me Part 1’ waaruit we zaterdag één en ander te horen kregen. Aangevuld met ouder werk natuurlijk, al was het opmerkelijk dat grootste hit Rosie achterwege bleef. Charismatisch zanger Peter te Bos maakte het goed door een lange en door de fans gesmaakte wandeling door de zaal te maken tijdens de show.

In de categorie “leuk om eens gezien te hebben”: Cabaret Voltaire, de baanbrekende elektro-industrialband uit Sheffield die reeds vroeg in de jaren zeventig samples in de experimentele elektronica verwerkte. Richard H. Kirk is de enige die nog rest van de originele bezetting en tevens de man die in Genk op het podium stond. Van achter zijn apparatuur knalde hij veelal dansbare en naar de betere techno lonkende beats de zaal in en projecteerde hij ook een onafgebroken spervuur van projecties op het grote scherm achter zich. Aanvankelijk heel geslaagd en fascinerend om naar te kijken en te luisteren, maar uiteindelijk - mede door het feit dat er geen “bekende” nummers gespeeld werden - niet van aard om een vol uur te blijven boeien.

Dat laatste bleek dan weer geen enkel probleem voor Fischer-Z, de Britse groep rond de sympathieke zanger John Watts die er vorig jaar nog in slaagde alle zaalconcerten in België uit te verkopen. Ook op Sinner’s Day maakten ze een goede beurt en wisselden ze tot ieders tevredenheid klassiekers als So Long, The Worker en Marliese af met fraai, recent materiaal. Op speciaal verzoek werd zelfs het hilarische Limbo nog een keertje gespeeld! Onze dag kon vanaf toen niet meer stuk.

Al was het optreden van Gang Of Four niet bepaald om over naar huis te schrijven. Aangekondigd als “misschien wel de belangrijkste postpunkband ooit”, maar net als onlangs in Kortrijk slaagde gitarist Andy Gill (die als enige origineel lid is overgebleven) er amper in om die reputatie hoog te houden. Onsterfelijke songs als I Love A Man In A Uniform, Damaged Goods, At Home He’s A Tourist en To Hell With Poverty! werden live nog enigszins gered door de herkenbaarheid; het zal alleszins niet door de tenenkrullende vocale prestatie van huidig zanger John Sterry geweest zijn.

Rockicoon John Cale kreeg ons stil met een eigenzinnige set vol niet voor de hand liggend werk, zowel uit zijn omvangrijke solo-oeuvre (Hedda Gabler, Half Past France) als uit zijn periode bij The Velvet Underground (Heroin, I’m Waiting For The Man). Cale, die duidelijk niet goed meer te been is, zat daarbij meestal achter de toetsen en werd begeleid door enkele uitstekende muzikanten. Ook van Fear en de lange bis Gun / Pablo Picasso kregen we overigens uitstekende versies te horen. Geen spek voor ieders bek ongetwijfeld, maar deze man dwingt op zijn minst respect af en we waren verheugd hem eindelijk eens bezig te zien.

Dat gold ook voor het Amerikaanse MC50, de headliner op het hoofdpodium (het Musik Soldat-project van ex-Kraftwerk-percussionist Wolfgang Flür, dat we wegens vermoeidheid aan ons lieten passeren, niet meegerekend). Deze supergroep rond protopunklegende en gitarist Wayne Kramer tourt momenteel de wereld rond om de vijftigste verjaardag te vieren van ‘Kick Out The Jams’, het debuutalbum van MC5 uit 1968, en daarbij vormde Sinner’s Day de allerlaatste halte. Kramer bleek in zijn nopjes met de Belgische publieksontvangst en ook wij waren aangenaam verrast door het spelplezier en de tomeloze energie die hij samen met Faith No More-bassist Billy Gould, Soundgarden-gitarist Kim Thayil, Fugazi-drummer Brendan Canty en Marcus Durant, frontman van Zen Guerilla liet bewonderen. Was het nu punk, hardrock of powerblues? Maakt niet uit; het was af, punt!

Het authentieke new wave-gevoel - wat dat dan ook moge betekenen - was alleszins in hogere dosissen aanwezig op het tweede podium, waarop de Belgische artiesten speelden. Neem nu de opener, het Hasseltse O Veux, ons voorheen bijna uitsluitend van naam bekend. Maar ze wisten meteen te begeesteren met tegendraadse, snedige postpunk en no wave die naar meer smaakte.

Marcel Vanthilt droeg twee petjes: eentje van festivalpresentator (toch tijdens de eerste daghelft) en eentje van optredend artiest. In die laatste hoedanigheid stelde hij in Genk zijn eerder dit jaar verschenen solodebuut ‘Cash Cash’ voor, maar hij greep uiteraard ook met graagte terug naar iets bekender werk van Arbeid Adelt! (Ik Sta Scherp, Jonge Helden) en eindigde met twee covers van ons veel te vroeg ontvallen muzikale helden (Fad Gadget en Patrick Nebel). Een vooral op elektronische leest geschoeid, heel genietbaar optreden was het.

Andere helden, en dat niet enkel in Hamont en omgeving, zijn De Brassers. Twee weken terug nog in onze geboortestad zien schitteren, en ook hier - in eigen wingewest - wisten ze alweer van begin tot eind te boeien met die typische, slepende postpunk. Passioneel zanger en boegbeeld Marc Poukens leeft zich op het podium volledig in en de andere Brassers staan tegelijk als een hecht blok te musiceren. Knappe nummers als Kontrole, Sick In Your Mind en uiteraard En Toen Was Er Niets Meer hebben de tand des tijds prima doorstaan en worden nog steeds met veel overgave gespeeld.

Een volgend hoogtepunt (net als in Sint-Niklaas, samen met De Brassers, trouwens) was het optreden van generatiegenoten Red Zebra. Diezelfde zaterdag op nummer vierentwintig beland in de Belpop 100-lijst van Radio 1 overigens met het onsterfelijke I Can’t Live In A Living Room. Geen wonder dan ook dat deze klassieker nog altijd het meest publieksreactie losweekt tijdens de concerten. Maar Peter Slabbynck en co, die de laatste jaren duidelijk een tweede (of was het nu derde?) jeugd aan het beleven zijn, hebben gelukkig nog heel wat andere troeven achter de hand: de zanger zelf met de gekende verkleedpartijen en grappige bindteksten bijvoorbeeld, maar ook de uitstekende muzikanten achter en naast hem. En uiteraard een pak goede, overtuigend gebrachte songs als daar zijn Shadows Of Doubt, I’m Falling Apart, The Art Of Conversation en de Ski Patrol-cover Agent Orange om er maar enkele te noemen.

De jongste groep op deze editie van Sinner’s Day was Whispering Sons, het combo afkomstig uit Houthalen-Helchteren (niet zo ver van Genk) maar tegenwoordig vanuit Brussel opererend. Zangeres Fenne Kuppens en de vier jongens wonnen in 2016 Humo’s Rock Rally en speelden al een paar keer op een kleiner podium van Pukkelpop, maar zaterdag was wellicht hun optreden voor het grootste publiek in België tot nog toe. De goede kritieken op het onlangs verschenen debuutalbum ‘Image’ gaven ongetwijfeld nog een extra boost aan het zelfvertrouwen, zodat ze ook deze opdracht quasi-probleemloos en zonder noemenswaardige steken te laten vallen tot een goed einde brachten. Alone is momenteel zowaar een Afrekening-hit, maar andere tracks als Got A Light, Hollow of Waste bijvoorbeeld zijn minstens even sterk en al zeker een pak bezwerender qua muzikale aanpak. Die aanpak heeft manifest zijn wortels in de klassieke jarentachtigwave, maar het is vooral de intrinsieke kwaliteit van het songmateriaal wat ons dit Whispering Sons nog een mooie toekomst doet voorspellen.

Voor ons waren ze alvast de morele headliner vandaag, al moeten we grif toegeven dat we ons achteraf ook nog prima geamuseerd hebben met de nog steeds onweerstaanbare elektropop van Vive La Fête. Els Pynoo en Genkenaar Danny Mommens doen na twintig jaar in essentie nog altijd hetzelfde, namelijk datgene wat hun groepsnaam belooft. En daar zijn we allesbehalve rouwig om. Verbazend eigenlijk hoeveel hits ze ondertussen op hun naam hebben staan, en in die zin een logische keuze als afsluiter van de Belgian New Wave Stage.

Sinner’s Day heeft een nieuwe adem en een nieuw elan gevonden in Genk, het verwachte bezoekersaantal werd grosso modo bereikt en dus mag men zich nog steeds het grootste eendaagse new wave-festival van België noemen. Op naar volgend jaar met hopelijk opnieuw enkele klasbakken op de affiche!

Sinner's Day - Genk  01/12/2018

3 december 2018
Jan Vael (Foto's: Bert Gysemans)