Sonic City
Veelzijdige openingsdag
Christophe Demunter
Depart Evenementenhal, Kortrijk — 6 november 2026
Traditiegetrouw trapt Sonic City knus af met een handvol bands op een enkel podium. Voor de grote wirwar aan acts en podia is het wachten tot het weekend. Voor de openingsavond mocht het bordje "uitverkocht" bovengehaald worden. Daar zat DIIV zeker voor iets tussen, maar laten we het eerst even over de andere bands hebben.

Het Londense Maddison Windfarm beet de spits af met iets dat op een gebed leek. Was het geprevel om het festival te zegenen? Het zou best kunnen, maar na de biecht mochten tegendraadse klanken de viering verder opluisteren. We hoorden en zagen een zanger met een diepe en innemende stem die niet wist waar te staan of vallen. Dat laatste deed hij met de regelmaat van de klok, maar de gitaren die loodrecht op de overstuurse ritmesection probeerden te staan, lokten hem telkens weer overeind. Een erg aanwezige, maar tegelijk ook erg mysterieuze frontman… Sinds Black Midi als overijverige spermadonoren een honderdtal muzikale nakomelingen verwekten, is het moeilijk om in dit jeugdige doch frenetische genre nog verrassend uit de hoek te komen, maar toch vinkte deze Maddison Windfarm al onze Sonic City-vakjes af. Een betere opener hadden we ons niet kunnen wensen. Voor het zestal was het de allereerste show buiten het thuisland. We hebben zo’n vermoeden dat we hen nog vaker aan deze kant van het Kanaal zullen zien.
Op de eerste dag werd enkel de opener gecureerd door Dirty Three, de overige bands kwamen uit de mouw van Sonic City zelf. De tweede band op de affiche, Mandy, Indiana, nam de naam van het festival wel heel erg letterlijk. Al tijdens de soundcheck smolten ze "Depart" en "De Kreun" al samen tot "De Dreun". Echt vaak moeten we tijdens de opwarming van de band niet naar de oordoppen grijpen. Nu dus wel. Veelbelovend, dat ook! Ondanks de dolgedraaide noise, die de band een dik half uur zou spuien, was het de militante stem van Valentine Caulfield die de set domineerde. Haar Franse schrijfsels (en eentje in het Engels, I‘ll Ask Her) schopten letterlijk en figuurlijk een geweten, of het nu over de genocide in Gaza ging of over mannen met veel te losse handjes en andere lichaamsdelen. “Willen jullie dansen?” vroeg ze halfweg de set nogal retorisch. “Zo ja, kom hier naar voor in het midden. Ik kom erbij. Zo nee, maak dan wat plaats”. Ze voegde prompt de daad bij het woord en maakte de tweede helft van de set vol voor het podium, omringd door een paar honderd steeds uitzinniger dansende volgelingen, terwijl de loodzware donkere ritmes achter haar doordaverden. Machtige mokerslag!
DIIV bracht heel recent vijfde album ‘ZIRP!’ uit, een plaat waarop we zowaar teksten kunnen ontwaren en die soms haast poppy klinkt. Van de invloed van popproducer A.G. Cool (zie ook Charli XCX), die over de plaat hangt, was in Kortrijk niets te merken. Uitgedost in pak en das – zat een hippe designer achter de kostuums of grabbelden ze de trouwplunje van de respectievelijke vaders uit de kast? - bracht het viertal een wervelwind van een set die de hele zaal meezoog. In tegenstelling tot de vorige tour waren er dit keer geen entertainende visuals (enkel een geprojecteerde ster), geen grappige intermezzo’s, maar enkel een niets ontziende shoegazesound die niemand achterliet.
De band trakteerde eerst op een paar oudere songs alvorens de nieuwe taart aan te snijden. Die nieuwe songs klonken live al heel wat minder geproducet met heerlijk verzuipende zanglijnen van Zachary Cole Smith en Colin Caulfield (bij ons weten geen familie van de vocaliste van Mandy, Indiana). The Fountain had evengoed een song van Ride kunnen zijn. Net toen we bij Trillions toch even een zwakker schakeltje merkten, gaf DIIV lik op stuk door met Doused een eerste moshpitje aan te wakkeren. Taker en Blankenship, beide uit ‘Deceiver’, sloten de set op woeste wijze af en lieten er geen twijfel over bestaan dat DIIV één van de spannendste dagdromende indierockbands van dit millenium is (totnogtoe, natuurlijk).
Voor de afsluiter van de eerste dag Sonic City zullen we maar meteen een zwakte toegeven: een verslag pennen over Anna Von Hausswolff zonder het woord "bezwerend" te hanteren, het lukt ons niet. Geruggesteund door zes muzikanten zette de Zweedse een set neer waarin het naar adem happen was. Twee percussionisten, een toetsenist, een gitarist en een bassist met strijkstok creëerden met opener Facing Atlas al meteen een meditatieve geluidsgolf. De vijf mannen moesten opboksen tegen de erg prominente saxofoniste, en natuurlijk Anna Von Hausswolff zelf die alles zorgvuldig dirigeerde van achter de synths. Mooi centraal op het podium stond haar organetto, een soort miniscuul orgel in een gothisch frame (met kantelen!), dat voor het eerst ingezet werd tijdens The Mouth. Na drie songs verliet ze even recentste plaat ‘Iconoclasts’, omgordde de gitaar en greep terug naar een oudere song. The Mysterious Vanishing Of Electra begon als een repetitief, drony stuk en echode Swans. Maar middenin die bezwerende, volle, verzengende muzikale pletwals kon Von Hausswolff even goed frivool staan dansen en het publiek verleiden als was ze in de huid van pakweg Angèle gekropen. Toen de saxofoniste de allerlaatste song van de dag inzette met een aanstekelijke deuntje, dachten we even een polonaise op gang te trekken, maar dat was buiten de minder licht verteerbare dikke muzikale béchamelsaus gerekend die de rest van de band er gauw over morste. Sterk slot van de eerste festivaldag!
Voor zaterdag zijn alle tickets de deur uit, maar voor zondag zijn nog tickets beschikbaar.
