St. Vincent

Tijd voor andere sinten

Patrick Van Gestel
Botanique, Brussel8 november 2008

Sinterklaas is duidelijk passé. Tijd voor andere sinten. St. Vincent bijvoorbeeld. De rotonde van de Botanique is wonderbaarlijk genoeg goed gevuld. Blijkbaar waren er nog meer mensen onder de indruk van het voorprogramma van Sufjan Stevens’ Illinoise-tournee in 2006.

Steeds vaker wordt een support achterwege gelaten, maar vanavond mag Windmill het publiek opwarmen. Matthew Thomas Dillon heeft zijn live-collectief vanavond ingeperkt tot drummer James Drohan. Zelf speelt hij piano alsof hij elk moment op de vlucht zal gaan slaan. Een beetje zoals Ben Folds dat ook wel doet. Als opener van de show kiest Dillon trouwens Fair, een nummer van Ben Folds Five. Maar de stem van de jonge Brit heeft dan weer meer weg van Flaming Lips voorman Wayne Coyne. Aan zelfvertrouwen ontbreekt het de man duidelijk niet. Tussen zijn eigen nummers (zoals het intieme Tokyo Moon) door improviseert hij ter plekke nummers over mannen die ongevraagd de douche binnenlopen of knietje rijden met kerstmis. De toeschouwers mogen er dan pap van lusten. Zelf zijn we niet echt onder de indruk van de rommelige show. Ongetwijfeld hebben we hier iets unieks gezien, maar uniek is nog steeds geen garantie voor goed.



“I’m not any, any, any …” zingt Annie Clark in Now Now. Uiteindelijk wordt die “any” dan wel “anything”, maar misschien wil ze gewoon bewijzen dat zij niks te maken heeft met die andere Clark. En dan hebben we het over new wavedichteres Anne Clark. De muziek van St. Vincent vertoont in elk geval evenveel verwantschap met new wave als Beethoven met death metal. 



Jesus Saves, I Spend
is het eerste nummer van vanavond en Annie Clark laat meteen zien dat Sufjan Stevens en The Polyphonic Spree haar niet voor niets mee op tournee hebben genomen. Of ze haar gitaar nu met haar vingers betokkelt of een plectrum gebruikt, steeds opnieuw bewijst ze het instrument tot de laatste fret te beheersen. Soms resulteert dat in jazzy gefreewheel (Human Racing), dan weer in wilde solo’s (Your Lips Are Red) waarbij ze soms dubbel plooit en haar gitaar het podium lijkt in te willen rammen. Die solo’s worden bovendien vaak in samenspel met violist Daniel Hart gespeeld. Hetgeen dat extra sprankje toevoegt aan de songs. 



Ook wanneer ze een nummer alleen met haar gitaar (What Me Worry) speelt, is de spanning in de rotonde haast voelbaar en blijft de stilte na het einde van het nummer enkele tellen hangen. Tel daarbij die schitterende stem die soms iets weg heeft van Janis Ian, maar vooral haar eigenheid bevestigt en ze bewijst dat je zelfs met een beperkt oeuvre een schitterend concert kan geven. De keuze van haar bisnummers (These Days van Nico en Dig A Pony van The Beatles) bewijst bovendien dat Annie Clark haar klassiekers kent.

St. Vincent
← Terug naar overzicht