Tamino Volmaakte ontroering tot in de vingertoppen

Ancienne Belgique, 11 oktober 2017
Tamino

De beelden van afgelopen zomer staan nog steeds op ons netvlies gebrand: hoe een amper twintigjarige knaap moederziel alleen een eivolle, doch muisstille Barn in opperste vervoering zong. Hoe zowel oude heerschappen als onbevangen jongelui in een tijdspanne van één korte set week en weerloos werden. Strenge recensentenpennen strooiden als betoverd met lof en superlatieven. Maar terwijl we daar en toen nog in voorwaardelijke wijs spraken, durven we het nu pontificaal van de daken schreeuwen; fuck Henri PFR, Jasper Erkens of Excel Moeskroen, Tamino is de enige echte, nationale revelatie van het jaar 2017. Punt, over en uit.

 

De AB tot de nok vullen met één luttele EP achter zijn naam; het is een huzarenstukje dat niet enkel de Bazarts van deze wereld klaarspelen. Woensdag omstreeks 22 uur zag Tamino-Amir Moharam Fouad, geboren in Antwerpen als zoon van een Belgische mama en een Egyptische papa, meer dan een propvol huis; hij zag een AB die gewillig aan zijn voeten lag, met de tong uit de bek. Collectief bevredigd. Voldaan. Gereinigd na een muzikale detox voor lichaam en geest.

Een combinatie van factoren noopt ons tot die conclusie. Ten eerste: de verschijning. Het spierwitte overhemd losjes uit de broek, de vleesgeworden, Antwerpse flair. Tot hij het publiek toesprak en een verrassende – en schijnbaar ook authentieke – bescheidenheid weerklonk. “Ik kan nog altijd niet geloven dat ik voor een volle AB speel. Fuck", zei hij met glinsterende oogbollen en krullende mondhoeken. Er leek niets gespeeld aan zijn houding en uitstraling, alsof hij zo ter wereld werd gebracht. Met een benijdenswaardige naturel, zowel in zang als in spel en bindtesten, kreeg hij de zaal op zijn hand. Tussendoor sneed hij een anekdote aan over zijn deelname aan De Nieuwe Lichting, enkele maanden geleden, toen ene Kurt van de AB hem wat wijze raad meegaf: "Geniet er maar van, ge zult hier pas over drie jaar terug staan." “Het werd iets sneller”, glunderde Tamino.  

Aandoenlijk hoe hij oprecht overdonderd was door het gejoel na elke song. "Ik weet echt niet wat zeggen", klonk het tot tweemaal toe. En we geloofden hem. Een man van weinig woorden, maar van des te meer noten op zijn zang. En wat voor noten. En daarmee komen we aan het tweede punt: die stem, waarover we maar niet uitgepend geraken. Een volle, roodbruine bariton die melancholie verklankt; een soortement kruisbestuiving van de behaaglijke warmte van The National-zanger Matt Berninger met het gevoelige, gloomy flegma van Oliver Sim (The xx). Matuur, ondanks zijn (bijna) eenentwintig lentes. Gracieus. Indringend. Loepzuiver, wat door weinigen binnen onze landsgrenzen geëvenaard wordt. Raadselachtig, in die zin dat de stem een geruststellende kalmte uitdraagt, gepijnigde zielen en versplinterde harten toefluistert: “Het komt wel goed, stil maar”, om dan enkele tellen later tragiek en hartzeer te bewenen op een manier die tot elke vezel van ons lijf doordringt.

En daarmee komen we aan ons laatste punt: de overgave. Hoe hij ziel en zaligheid in zijn songs legt en de perfecte emoties weet te vatten. Zo verzachtend zijn echo’s in Reverse, zo hartverscheurend hij doorklinkt in de schreeuwende wanhoop van Indigo Night of Habibi, de doorbraaksingle die hij voor het eind bewaarde. Het zielsplijtende Habibi, waarin de hoogste vocale toppen gescheerd worden die we sinds lang - héél lang - gehoord hebben. Op zulke eenzame hoogtes worden ogen vochtig en stokt de adem; Tamino nam heel de AB mee op zijn laatste solotocht naar de piek. God, die kopstem. Zo uniek dat we hem moeten koesteren en verzegelen, opsluiten en bewaken, als patrimoniaal erfgoed van het Vlaamse muzieklandschap, het kroonjuweel der Lage Landen dat na vanavond weer een stuk feller schittert.

Ook Indigo Night was een voltreffer; een opflakkerende brandhaard die lijf en leden deed smelten, als een tinnen speelgoedleger boven een hoogoven, tot een waterige, weerloze substantie overblijft. Naast ons viel plots een meisje flauw. Door de plakkende warmte in een tjokvolle AB of door de stemkunsten van Tamino-Amir Moharam Fouad; dat laten we in het midden.

Een ijzersterke set die we moesten laten bezinken op onze terugtocht door de Brusselse nacht, terwijl alle lichaamshaartjes langzaam weer in een normale plooi vielen. Het zoveelste bewijs dat deze knaap met recht en reden De Nieuwe Lichting won. Zijn ster is rijzende, en zijn top is nog lang niet bereikt. Move, Bart de Wever, de Scheldestad heeft een nieuwe farao gevonden.


13 oktober 2017
Quentin Soenens