Wacken Open Air

Brandende wei en vurige acts

Kris Hadermann
The Holy Wackenland, 8 november 2008

Heet. Het contrast met de vorige dag was groot, net als het verschil tussen het deel van onze armen dat wel en niet bedekt was geweest door een T-shirt. Een portie bonen in tomatensaus met worst moest ons de energie geven om de drukste dag goed door te komen. Want er stond wat te gebeuren, dat rook je gewoon, al kan de sterk geurende latrine op de camping daar ook een rol in gespeeld hebben.

Een stevig contrast was het: enkele maanden geleden stond diezelfde band nog dubbelgeplooid in de Frontline. Vandaag stonden ze op de brede black stage. Voor Suidakra zal het een verademing geweest zijn, ook al waren ze dan in extremis als vervangers voor Vader opgeroepen. Zonder zich daar iets van aan te trekken, trokken de jonge Duitsers van leer en leverden stompende viking metal af, zowel clean zingend als schreeuwend en zichzelf begeleidend met hagelende melodieën of forse riffs. Voor de gelegenheid hadden ze zelfs hun doedelzakspeler eens meegenomen, wiens pijpen helaas te zacht jankten. Een bevestiging dat we deze jongens in het oog moeten houden.


Wacken is steeds weer keuzes maken en deze keuze was zonder meer het grootste dilemma van het jaar: de briljante powermetal van Communic of een icoon dat ons op No Mercy fest van onze sokken blies. Net als we de knoop doorhakten en postvatten aan de black stage zagen we grijswitte rook opdoemen ongeveer schuin rechts van de true metal stage. Eerst dachten we aan een van de vele grilstandjes, maar toen er een paniekerige Duitser met enorme bril en snor omriep dat iedereen die voor de true metal stage op Amorphis stond te wachten zich rustig naar de daaraan grenzende black stage moest begeven om de “Feuerwehr” door te laten beseften we de ernst. Het hooi had vuurgevat door een nog brandende sigarettenpeuk. Een half uurtje hevige rookontwikkeling later was het probleem alweer opgelost, al moest Amorphis wel wachten totdat de band op de black stage gespeeld had. Organisatorisch een optimale prestatie en ook de vlotte medewerking van de festivalgangers verdiende een opgestoken duim.

Terug naar de muziek, waar we gekozen hadden om ons opnieuw te laten overrompelen door de grindiconen van Napalm Death. Aarzelende gitaarstoringen zorgden voor een valse start, maar eenmaal de smerige basgolven en de als geslepen metaal gierende gitaren elkaar vonden ging de pit aan het dansen. Een onweer van opgespannen huiden en sissende cimbalen brak los boven de percussiekit. Naar zijn normen strompelde speenvarken Barney nog vrij beheerst over de bühne, zijn stemarsenaal maximaal exposerend. Napalm Death betekende natuurlijk heel wat platte Britse humor en extreem linkse praat, maar als ze voldoende blastbommen zoals Scum dropten, hadden wij daar geen probleem mee. Als opvulling lapten ze daar nog wat groovy temponumers tussen. Iets minder subliem als op No Mercy, maar ze tekenden voor de eerste piek van het festival.

Een half uur vertraging kon de verwachting niet temperen voor wat wij vooraf als een van dé verrassingen van het festival hadden getipt. De Denen van Volbeat moesten niet eens ver rijden, maar lieten hun publiek dus wel een tijdje bruinbakken. Hun metal ’n roll trok geen te grote hoeveelheid kijkers naar de party stage. Best comfortabel lagen we dan ook mee aan de basis van de moshpit die samen met de rollende feestriffs openbrak en het podium haar naam waardig maakte. Zanger Michael Poulsen hield zijn vlijmscherpe, hoge zangstem met sprekend gemak toonvast, terwijl hij samen met de anderen de vette akkoorden bleef aanvuren. Uit hun repertoire dat stuk voor stuk uit geniale nummers bestaat, filterden ze met Radio Girl en de Patrick Cash cover Sad Man’s Tongue de twee ultieme momenten uit hun recentste plak. Puur genot!

Twee jaar geleden bouwde Grave Digger een heuse heavy metalfuif op Graspop en dat was motivatie genoeg om de oude krijgers nog eens aan het thuisfront te gaan bezichtigen. Vergissen is menselijk. De cleane zang was veranderd in gemompel met af een toe een schreeuw die je wel eens uit de afdeling palliatieve zorg hoort weerklinken. Elk instrument stond nog net hard genoeg om te horen dat er iets trilde in de versterkers, al kon dat ook een gsm zijn die zo’n irritante ringtone waarvoor ze voortdurend reclame maken afspeelde. Schrijf maar op: Grave Digger was dé afgang van het jaar.

Tussendoor hoorden we hoe Turbonegro vooral grappige bindteksten spuide over depressieve gothics en minderjarige zwangerschappen. Muzikaal vermelden we een niet onaardige prestatie van de Finse Wacken battle triomfator Christal Blaze, die met hun heavy metal het wachten op het dan weer tegenvallende Torture Squad wat aangenamer hadden gemaakt. Dat zijn zo van die bands die je gaat checken als je even wat ruimte hebt in de planning.

Volgestouwd met een overheerlijke Aziatische schotel maakten we ons klaar voor wat cabaret. Hoe anders zou je wat JBO doet kunnen omschrijven? Hun nummers zijn covers van overbekende klassiekers uit het pop-, rock- en metalgenre, met aangepaste, in het Duits vertaalde lyrics. De dominante kleur was voor een keer niet zwart, maar roos; een tint waarin ook de drumkit, de gitaren en de opblaasbare initialen van de band gehuld gingen. Schijten op gehandicapten, nazi’s die zich tot het Britney Spearsdom bekeren, een partijtje kaarten met magere Hein en dingen demonstreren die ze nooit zouden doen: het is maar een fractie uit de moppentrommel van de minst serieuze act van de affiche. Muzikaal verwaarloosbaar, maar qua amusementswaarde hoog genoteerd.

Geen spoor van Black Majesty op de W.E.T. stage, waardoor de programmatie daar hopeloos in de war geraakte. Daardoor werd het spoedig duidelijk dat we Belphegor op onze buik mochten schrijven. Een andere, veel grotere black metalband genoot onze voorkeur en daar moest je snel bij zijn. 

40 Minuten op voorhand sloten we ons aan bij het wachtende publiek voor de black stage. Veel te vroeg zou je zeggen, maar we moesten het toen al stellen met een plaats op zo’n vijftig meter van het podium. Dimmu Borgir had zowat iedereen op de been gekregen en het was hard labeur om je plaats te behouden. Alvorens de heren, piekfijn in spikes, pentagrammen, omgekeerde kruisen en witte verf gegoten, het podium betraden was er al heel wat afgeduwd en getrokken. Niet iedereen die wilde kon dit optreden zien en dan moet je je als organisatie vragen stellen om het aantal tickets niet af te bouwen. Dimmu Borgir consolideerde haar status van beste black metalband ter wereld met ongetwijfeld hun meest wervelende show ooit. Glasheldere snaren zongen zowel de oude als de nieuwe satansliederen en de krijs van Shagrath was herkenbaar uit duizenden. Bombastische symfonieën floten uit de orgelpijpen en zorgden samen met de kristallen stembanden van bassist Ics Vortex voor bitterzoete kippenvelaanvallen. Vlammenzeeën vulden de weide met een helse gloed, terwijl de hemel beschoten werd met kleurrijke vuurpijlen. Zowel de harde riffmomenten van The Chosen Legacy als de sferische koeltes van Cataclysm Children kwamen nooit beter uit de boxen. Dit verslag schrijven doet ons opnieuw het water in de mond komen.

Naar de verrassend dun bevolkte true metal stage dan. Nochtans stond er een naam geprogrammeerd, die voor velen als de beste heavy metalband ooit geldt. Ook wij houden wel van Iced Earth en vooral hun steengoede zanger Tim ‘Ripper’ Owens. Owens leek er echter weinig zin in te hebben en sprong zuinig om met zijn snijdende kopstem. Veel nummers, zoals bijvoorbeeld Birth of the Wicked , klonken zo plotseling een octaaf lager, wat even wennen was. De dubbelgespierde slagarm van Jon Schaffer faalde nooit en hij timmerde met uitstraling die typische, snelle hamercombinaties uit zijn gitaar. Op die manier kregen we een heerlijke uitvoering van Disciples of the Lie waarbij Owens eindigde met een messcherpe uithaal van om en bij de 20 seconden. Om het plaatje te vervolmaken was ook Iced Earth even gestopt bij de vuurwerkwinkel en had een gedifferentieerde waaier aan springstoffen meegebracht. 

Even een heel korte terugblik: vorig jaar, de voorlaatste band op de bill had net gespeeld en iedereen wilde de party stage verlaten. Na één meter kwam alles en iedereen gekneld te zitten en een groot deel van het publiek begon in paniek te duwen. Toen was het een mirakel dat er niemand viel en vertrapt werd. Dit jaar stond diezelfde band opnieuw op post. Gelukkig kregen ze dit keer een grotere speeltuin, namelijk de black stage. Een grote hulp, want opnieuw wilde niemand Die Apokalyptischen Reiter missen. Voor die geflipte Duitsers begint het na zes albums eindelijk te lukken. Zanger Fuchs kwam letterlijk uit de lucht vallen en nam onmiddellijk de rol van ceremoniemeester op zich. Onmisbare meezingers als We will never die, Reitermania en Revolution sierden de playlist met nooit eerder gespeelde songs zoals onze überfavoriet Himmelskind. Alles zat muzikaal in een perfecte afstelling: volksdansende toetsen, waanzinnige strepen gitaarwerk en toonvaste, hese zanglijnen. En wie dacht dat de act van vorig jaar al excentriek was, trok grote ogen. Niet alleen spuwde Fuchs vuur, deed hij een flik-flak, zwaaide met zijn vlag en haalde hij een Seemannsbruid uit het publiek, de hele set door schroeiden de steekvlammen het dak van het podium, misten de vuurpijlen die tot boven het podium vlogen op een haar een nietsvermoedende trekvogel en klauterde de zanger overal in waar dat enigszins mogelijk was. Om van de keyboardspeler, louter gekleed in lederen onderbroek en zijn kooi delend met de vastgeketende zeemansbruid en de ballonnen waar het publiek mee mocht spelen nog maar te zwijgen. Show, humor, en delicieuze metal. Geef ons één reden waarom Die Reiter niet het hoogtepunt van het festival zouden zijn!
 
Zelfs de volksverplaatsing naar de camping verliep een stuk vlotter. Daar aangekomen dronken we een Duvel op een heerlijke dag. Een welgekomen afwisseling op het in rioolwater gebrouwen Becksbier dat te krijgen was op de weide zelf. Nog liever frisdrank dan. Met Die Apokalyptischen Reiter, Dimmu Borgir en Volbeat werden we verwend, maar de prestatie van Naplam Death hoorde zeker ook thuis in het rijtje van piekmomenten.
← Terug naar overzicht