Warpaint Dansen op een slappe koord

Warpaint

De pure, zachtmoedige softrock, die Warpaint beleed, won acht jaar geleden vele indieharten. Inmiddels is het vrouwenkwartet uit L.A. overgeheld naar een meer conformistisch geluid, tot spijt van wie het benijdt. Het tempo ging enkele tellen hoger, arrangementen drukten meer hun stempel, de songs werden extraverter, gestoffeerd en afgemeten. Kwatongen zouden die evolutie een concessie aan de mainstream kunnen noemen; wij, naïevelingen tegen hokjesdenken, houden het op vernieuwingsdrang. De AB diende als ideale lakmoesproef: hoe bevalt de koerswijziging?

Eerst een woordje van lof voor het voorprogramma: het jeugdige Dear Reader kon zonder meer charmeren met onbevangen synths als onderbouw en vier complementaire stemmen waarmee ze hun songs inkleurden. De nogal onbeholpen houding en knullige bindteksten werkten ontwapenend; de muziek sprak boekdelen en vormde een smakelijke opwarmer. Vooral het a capella lied van de Zuid-Afrikaanse frontvrouw over de strijd tussen de Boeren en de Zoeloes greep naar de keel.

Wie complementaire stemmen zegt, kan tegenwoordig niet om Warpaint heen. Het viertal groeide na ep 'Exquisite Corpse' en debuutalbum 'The Fool' uit tot een revelatie met fluwelen vocalen en indringende samenzang als gouden handelsmerk. De langoureuze, donkere psychedelica met melancholische ondertoon schiep een atmosfeer waar ook The xx en de Daughter van 'If You Leave' uit ontsproten lijken: sensuele echo’s zweefden rond in een schraal mistlandschap; de luisteraar werd beneveld en kreeg nooit echt vat op de betovering.

Grote verwachtingen dus voor het recentste album vorig jaar, die niet helemaal werden ingelost. De critici klonken enigszins ontgoocheld. Grootste bezwaren: de zweverige sound die Warpaint zo typeerde werd gladgevijld, de soberheid maakte plaats voor dansbare ritmes en kronkelende gitaarlijnen. Toch klonk de plaat meer klinisch dan de rauwe emotie van het eerdere werk. De magie was verdampt. “Was Warpaint bewust radiovriendelijker geworden om meer zieltjes te winnen?”, vroegen enkele recensenten zich af. “Neen toch, zo’n zelfverloochening zouden de fans niet pikken."

Een klassiek fenomeen, dat evolueren richting mainstream, maar wij geloven in de oprechtheid van Warpaint. Op 'Heads Up' wil de groep duidelijk meer gestalte geven aan haar werk met een sterkere, instrumentale ruggengraat maar het fnuikte daarmee wel het wonderwapen: de samenzang, die het best tot haar recht komt in een gemoedelijke omgeving. Het innemend stemmentapijt verdween grotendeels naar het achterplan en fungeerde eerder als decorstuk dan als motor van het viertal. In de AB grossierden ze in dromerige doch dansbare poprock waar melodieuze hooks de songs droegen. Oude glories als Undertow, Stars of Elephants met die hypnotiserende intro behoorden tot de uitschieters, maar de munitie werd vooral uit 'Heads Up' en 'Warpaint' gehaald. 

En eerlijk is eerlijk: hoewel Warpaint bijwijlen de sfeerzetting van het vroegere werk evoceerde, balanceerden de dames de hele set lang op een slappe koord. Enerzijds zetten swingende versies van nieuwe nummers (The Stall, So Good) aan tot dansen, anderzijds wiegden een paar inspiratieloze – om niet te zeggen ronduit slordige – uitvoeringen (Whiteout) en de dromerige roes ons bij momenten in slaap. Het publiek bewoog op de roffelende drumslagen en gitaarhalen, maar even vaak deemsterde de aandacht weg tijdens nummers die de cynicus in ons weleens als opvulsel zou kunnen bestempelen. De missie van Warpaint leek vanavond bekoren eerder dan beroeren. Interactie met het publiek was zeldzaam maar onderling kon de pret niet op, bleek toen bassiste Lindberg en gitariste Kokal in de lach schoten tijdens Love Is To Die.

De dames moesten zich reppen om het einde te halen waardoor de bisnummers meteen aan de reguliere set werden geplakt. Jammerlijke overmacht die de finale wat gerusht deed aanvoelen. Een fan vroeg nog luidkeels het wondermooie, ingetogen Baby aan; enkele smalende blikken was zijn deel. Intimiteit had hier duidelijk geen plaats, hetgeen toch als een gemis aanvoelde voor een band die eens zo geprezen werd voor de innige, diepkervende sereniteit.  

Al met al leed Warpaint geen gezichtsverlies vanavond, al valt het afscheid van haar vroegere gedaante ons zwaar. De glans verflauwt terwijl het viertal meer en meer richting clubje duffe indiebands afglijdt. Betreurenswaardig.


20 maart
Quentin Soenens