Humanga Danga - Twangamajig!
Surf Cookie Records
Marc Goossens — 4 oktober 2026

Na een zomerse lente en een snikhete, droge zomer, zou het zomaar eens kunnen dat het najaar van 2026 in het water valt. Doe daar een “klets” wind bij, en we hebben het ideale weer om te surfen – in de woonkamer, welteverstaan…
Wij schoven alvast het meubilair aan de kant, en brachten alle breekbare spullen in veiligheid. Enkele weken geleden waaide hier namelijk de ideale muzikale omlijsting binnen voor onze indoor surfpartijtjes: de nieuwste worp van Humanga Danga, dat zich na twee opwindende ep’s waagt aan een eerste, energieke langspeler. Die verveelt geen seconde maar biedt net verrassend veel variatie, en dat in een genre dat – ten onrechte, vinden wij – vaak als “nogal clichématig” en “stilistisch beperkt” wordt bestempeld.
Achter de aanstekelijke naam Humanga Danga gaan vier Gentenaars schuil: Stefan Valenberghs (leadgitaar), Jonas Eliano (ritmegitaar), Arno Geers (bas) en Louis Van der Linden (drums en percussie). Ze delen uiteraard een voorliefde voor instrumentale surfrock, maar zijn ook actief in andere genres. Bovendien beschikken ze alle vier over een brede, gevarieerde muzieksmaak, zodat u zich bij Humanga Danga geregeld mag verwachten aan het onverwachte.
Dat was al zo op de ep’s ‘Humanga Danga’ (’18) en ‘Watusi Peak’ (’22), waarmee ze in binnen- én buitenland best hoge ogen gooiden, en dat is op ‘Twangamajig’ niet anders. De titel van het album is dan ook goed gekozen, want die verwijst niet alleen naar de typerende “twang” van surfgitaren, hij is tegelijk een verbastering van het Engelse “thingamajig”. Dat woord gebruikt men weleens wanneer men niet op het – euh - juiste woord komt, en is dus zo’n beetje het Engelse equivalent van ons “dinges”.
Everybody Up is een cover van een nummer van The Fender IV, een Amerikaanse band uit de jaren zestig (het hoeven niet altijd Dick Dale of The Ventures te zijn), en Black Eyes is een bewerking van een Russische traditional, maar de tien andere “twangdinges” op deze plaat zijn allemaal van eigen makelij. Maar waar die ook vandaan komen, de hele plaat vormt één sterk, samenhangend en vloeiend geheel, dat de luisteraar nauwelijks de tijd geeft om tussendoor even te gaan zitten en op adem te komen.
In het snelle en snedige Chengdu worden we meteen bij het nekvel gegrepen en meegesleurd naar - en neergepleurd in - de gelijknamige Chinese stad. Die beschikt – als onze informatie klopt – over een binnenlands kunstmatig strand met een enorme golfslaginstallatie, maar we krijgen de kans niet om uit te zoeken of die ook geschikt is om te surfen, want voor we het weten belanden we al op een strandfuif met “greasy” rock-‘n-rollband in Twist à Saint-Pierre.
De eerste obligate geweerschoten vliegen ons om de oren in Diamond Hunter, dat klinkt als The Shadows op speed. In het tragere La Vapoteuse dobberen we even rustig rond in Caribische wateren, om ons vervolgens te wagen aan een kozakkendans op de d(r)eun van Black Eyes. In het opzwepende Sefarage horen we zowaar een sousafoon, en wanen we ons op een hotsende en botsende rodeostier. Die Aztec Boat Ride in Mexicaanse wateren (en sferen) komt – ondanks het klotsende water en de harde zitbank – dan ook bijzonder gelegen voor ons geteisterde zitvlak.
De band heeft echter maar eventjes medelijden met ons beproefde gestel, want hierna wordt er weer stevig van jetje gegeven met de groovy, old skool surfrock van Shiva Shaker. Of de titel Otorongo hierna verwijst naar de iconische Indiaan uit de serie ‘Johan En De Alverman’ of naar de onvervaarde jaguar uit de Inca-mythologie, weten we niet, maar het is wél een melodieuze, heerlijk nostalgische lap surf met weer een zweem Shadows.
Op het einde van de plaat wordt de keet nog eens flink in de hens gezet met King Of Khan, waarin we ons op een gejaagd skaritme uit de voeten maken voor de naderende Gouden Horde van de Tataren, en met het verzengende Red Desert Rampage. Dat vloeit naadloos over in afsluiter Everybody Up, een nummer uit 1965 dat niet alleen de cirkel rondmaakt, maar ook vandaag nog even springlevend klinkt.
Springlevend, zo voelen wij ons allesbehalve na deze muzikale tornado, die ons alle hoeken van de kamer heeft laten zien. Maar dat we ons te pletter geamuseerd hebben met deze ‘Twangamajig!’, dat staat als een plank boven water!
