Tom Eylenbosch - My Kind Of Blues
Eigen beheer
Met zijn sprankelende solodebuut bewijst Tom Eylenbosch dat de Belgian Blues Award voor ‘Beste Instrumentalist’ én de zege in de Belgian Blues Challenge vorig jaar méér dan terechte bekroningen waren.
Rastalent, polyvalent, multi-inzetbaar, schijnbaar onvermoeibaar… Nee, we hebben het niet over één van de nieuwe aanwinsten van uw favoriete voetbalclub tijdens de afgelopen wintermercato, maar wel over pianist, toetsenman, gitarist, banjospeler en zanger Tom Eylenbosch. Die is intussen al zo lang actief in de Belgische blues- en rootsscene en betrokken bij zo veel verschillende projecten, dat een mens haast zou vergeten dat de Keerbergenaar nog maar zesentwintig is.
Als lid van Petty’s Heartbreakers, een band die wordt geleid door Frank Saenen van The Scabs, brengt hij een eerbetoon aan het oeuvre van wijlen Tom Petty. Daarnaast maakt hij deel uit van de bluesrockband van gitarist Stef Paglia (ex-The Bluesbones), en met Johnny Tightlip & The Snitches belijdt hij zijn liefde voor de muziek uit de jaren zeventig. Of heeft u het liever wat intiemer en exclusiever? Dan kunt u hem zelfs samen met Indira Bergmans inhuren voor al uw feestjes en plechtigheden, waarbij het duo u bedient op al uw muzikale wensen.
Veel relevanter in de context van dit solodebuut, is natuurlijk Eylenbosch’ link met de Gentse Missy Sippy Blues & Roots Club. Hij behoort er inmiddels al een jaar of tien tot het vaste meubilair, deed mee op de twee Missy Sippy All Stars-verjaarplaten, en richtte met Gentenaars Olivier Vander Bauwede (mondharmonica) en Pieter Mortier (contrabas) zijn eigen Tom Eylenbosch & his Brittle Bones op. Bovendien stond hij er al vaak het podium met Tiny Legs Tim, Steven Troch en Guy Verlinde, ervaren rotten die een belangrijke rol speelden in zijn ontwikkeling als bluesmuzikant. Tom Eylenbosch speelt tegenwoordig niet alleen in The Artisans Of Solace, de band van Guy Verlinde, vorig jaar brachten ze samen ook nog het straffe 'Promised Land Blues' uit.
Op ‘My Kind Of Blues’ doet hij het voor het eerst in zijn eentje. De titel van de plaat dekt overigens volledig de lading, want met alleen maar stem en piano slaagt hij erin een heel spectrum van (piano)bluesvarianten – en de daar bijhorende emoties – te etaleren in elf gevarieerde songs. Wat het allemaal nog straffer maakt, is dat negen van die nummers eigen composities zijn, maar zodanig goed in elkaar zitten en met zoveel gevoel en bravoure worden gebracht, dat ze nu al klinken als genreklassiekers.
Met ‘My Kind Of Blues’ wil Tom Eylenbosch niet alleen de piano - een in de blues toch nog altijd wat onderbelicht instrument - in de kijker zetten, hij wil ook hulde brengen aan muzikale helden als Otis Spann, James Booker, Professor Longhair en Dr. John. Daar slaagt hij in met verve; hij is niet alleen een vingervlugge, technisch vaardige en veelzijdige pianist, maar blijkt ook nog eens een uitstekende, overtuigende zanger te zijn. Hij mag dan “nog maar” zesentwintig zijn, ergens – en als u het ons vraagt zelfs niet zo heel erg diep – moét er wel een oude ziel schuilgaan in Tom Eylenbosch.
Van onze initiële vrees dat een plaat met alleen stem en piano al snel zou verzanden in eentonigheid en eenvormigheid, bleef na de eerste luisterbeurt niks meer over. Van bij de eerste tonen al lijkt het telkens weer of we van het ene moment op het andere geteleporteerd worden naar een rokerige bar in New Orleans, waar we meteen onthaald worden op de zwierige New Orleans blues van Ain’t Nothing But Lies, de boogiewoogie van Empty Pocket Blues en het met veel schwung gespeelde The Heart Wants.
Nog meer aanstekelijke, ritmische pianoblues krijgen we even verderop met Sugar Man, Brittle Bone Boogie, It’s All Too Much en afsluiter Special Kind Of Lovin’ - stuk voor stuk opwindende tracks waarbij het zelfs voor ons, verstokte sofahangers, moeilijk is om de benen stil te houden. Het bezwerende, meer bij jazz aanleunende Broken Inside nodigt op het eerste gehoor minder uit tot ongeremd dansen, maar lijkt ons dan weer een probaat muzikaal middel om boze geesten en donkere gedachten uit te drijven. Het is tegelijk één van de nummers waarin ook de zanger Tom Eylenbosch hoge ogen gooit.
De wilde taferelen die zich afspelen in onze woonkamer wanneer de speelse instrumental Tico Tico door de luidsprekers schalt, willen we u hier besparen. Deze evergreen, gecomponeerd door de Braziliaan Zequinha de Abreu, leverde The Andrew Sisters in 1944 een hit op, maar werd later ook door gitarist Paco de Lucia en Hammond-organiste Ethel Smith onder handen genomen. De versie van Tom Eylenbosch leunt echter het meest aan bij die van pianist James Booker.
Gelukkig – voor onze benen en ons meubilair – gaat het er niet de hele plaat even uitbundig aan toe op ‘My Kind Of Blues’. Het ingetogen What A Mess en het bloedmooie Satisfy My Soul zorgen niet alleen voor enkele welgekomen rustmomenten, ze maken ook dat op deze gevarieerde plaat ook de donkere, minder feestelijke kant van de pianoblues uit New Orleans aan bod komt.
Het hele album klinkt glashelder en van begin tot einde wordt er technisch vlekkeloos gemusiceerd, maar toch draait het hier in de eerste plaats rond het creëren van sfeer en het beleven van emoties. Met deze zeer sterke, onweerstaanbare plaat bewijst Tom Eylenbosch met andere woorden wat een ongelooflijke klasbak hij is.
