Vijftig jaar U2: er is leven buiten de Top 30

Column

Christophe Demunter — 28 september 2026

2026 … vijftig jaar na 1976, een jaar dat later een ongewoon muzikaal jaar zou blijken omdat nogal wat bands en genres het levenslicht zagen. In een nostalgische bui keerde (cd) terug naar één van zijn jeugdhelden uit de vorige eeuw.

Vijftig jaar U2: er is leven buiten de Top 30
Foto: Tricky Troostie

Volgens de overlevering hing Larry Mullen Jr. een briefje op het prikbord in de middelbare school. “Drummer zoekt bandleden”, of zoiets. Vijf muzikanten kwamen erop af, waaronder dus de latere drie kompanen van Mullen Jr. Gitarist The Edge en zijn broer waren er allebei, maar die laatste zou anderhalf jaar later overstappen naar The Virgin Prunes. Intussen was de troep, die zichzelf oorspronkelijk Feedback noemde, herdoopt tot The Hype. Maar met het vertrek van Dik Evans werd het definitief U2 en switchten ze ook van sets met vooral covers naar eigen materiaal.

Enfin, dat las ik dus midden jaren tachtig in tijdschriften of in de Popencyclopedie. Hilversum 3 bestond al, maar het internet nog niet. Het muziekuniversum van elfjarige ik bestond vooral uit de BRT-Top 30. Daarin werden bandnamen en songtitels afgekondigd die ik niet begreep, maar een dag later op zondag kon ik tijdens het grootouderbezoekje de hitlijst uit hun krant (Het Volk) knippen. Zo viste ik in maart 1983 op dat dat coole liedje New Year’s Day heette en van een groep was met de rare naam U2. Een week later stond het op een cassette. Best, want erg lang bleef de song niet in de Top 30. Drie weken, vertelt het internet nu (de nummers één waren toen Last Night A DJ Saved My Life van Indeep en Fame van Irene Cara, maar dit geheel terzijde).

Toen een paar jaar later wekelijks zakgeld kon worden gespaard, liet ik mijn oudere broer een plaat meebrengen uit de shop in zijn kazerne. Legerdienst in Duitsland had blijkbaar als neveneffect dat je platen kon kopen aan een zachter prijsje. “275 Fr.” staat er nog steeds op de hoes van ‘The Unforgettable Fire’. “23/10/1985” staat in het schriftje waarin ik toen blijkbaar aankopen van platen bijhield (eens lijstjesfetisjist, altijd lijstjesfetisjist?). Zo lees ik nu ook dat elke maand zakgeld gewisseld werd voor een plaat van U2: ‘Under A Blood Red Sky’ in november, ‘Boy’ in december, ‘War’ in januari, ‘Wide Awake In America’ in februari, en ‘October’ in maart…

Zwart-wit fotokopies van platenhoezen bleken ook prima kaftpapier voor schoolboeken te zijn! Daarna kwam er ruimte voor plaatjes van TC Matic, Simple Minds of Propaganda, of … maxi-singles van U2, want daar stonden "nieuwe" songs op. Treasure, van 'New Year’s Day’ was zo’n pareltje. En live songs, dat ook. Samen met de intussen grijsgedraaide ‘Under A Blood Red Sky’ live plaat leidde het ertoe dat hoog op mijn veertienjarige bucketlist toch de droom stond om U2 ooit eens live te zien. Verder dan een cover van I Will Follow door de LSP Band (iets met Bea Vandermaat en Bart Peeters, denk ik) tijdens de voorloper van Kneistival geraakte ik niet. Toch voelde het bijna echt. Maar verre van "even better than the real thing" helaas. Treinritjes naar Gent om in de Music Mania prijzige bootlegs met mediocere opnames van U2 concerten uit de bakken te plukken, moesten het wachten verzachten (of aanwakkeren?).

We schrijven 1987. “Weet je waar je was toen de Herald Of Free Enterprise kapseisde?” Welja, ik zat op vrijdagavond naar radio Veronica te luisteren (juist, Hilversum 3), want in exclusieve premiere zou de nieuwe single van U2 on air gaan. With Or Without You, heette het ding. Toch even wennen. Maar even later kwam een nieuwsflash dat voor de Belgische kust een ferry gezonken was. Op amper vijf kilometer van mijn ouderlijk huis. Dus de rest van de avond stond niet echt in het teken van U2. Er volgde een nieuwe plaat ‘The Joshua Tree’ (“14/03/1987, Music Mania Brugge, 359 fr.”) en – hoera hoera – een toernee. U2 speelde intussen in grote stadions, maar in Belgie zou de band een "clubconcert" spelen in Vorst Nationaal. Het internet bestond nog steeds niet. Dus kon je een paar dagen nadat de voorverkoop was gestart bij de platenboer langs. Die haalde dan een houten kistje van onder de toonbank en toverde twee papieren tickets tevoorschijn.

8 juli 1987. Het eerste van intussen meer dan zesduizend concerten. Het Ierse folkrockbandje In Tua Nua was de support. Het geluk kon niet op, want ik was toen ook helemaal weg van hun liedje Seven Into The Sea. Of ik mezelf de hele avond in de arm kneep, weet ik niet meer, maar het had gekund. Het T-shirt van ‘The Joshua Tree Tour 1987’ heb ik nog steeds. Het lijf dat er toen inpaste, helaas niet meer. De plaat overigens ook niet. Toen ik een jaar later met de vakantiejobcenten van tea-room Paola een cd-speler kocht, verkocht ik mijn favoriete vinylplaten op school, om de zogezegd veel betere cd te kopen. Achteraf gezien toch jammer. Die imposante woestijnfoto van Anton Corbijn die de uitgeklapte binnenkant sierde, zag er in dat cd-boekje toch iets minder wijds uit. Toen onze gezinsvakantie ons drie jaar geleden naar het westen van de VS bracht, bleek trouwens dat die hoesfoto’s helemaal niet in het Joshua Tree National Park waren genomen, maar in Death Valley. Toch kocht ik een Joshua Tree NP T-shirt in de souvenirshop (het past nog).

Vijf jaar later kwam U2 terug naar Belgie. Meer nog, naar Gent, de stad waarin ik intussen al drie jaar een diploma probeerde te halen. Intussen kocht ik plaatjes (en concerttickets) van (iets) jongere goden zoals Buffalo Tom, Sonic Youth, The Breeders of Einsturzende Neubauten, maar toen ik – waar gebeurd – op de grond bij de bakker naast de Bilbo een briefje van duizend frank op de grond vond, ruilde ik het toch maar in voor een kaartje voor Flanders Expo. De ‘Achtung Baby’-tour met de Trabantjes in het decor. Het leek allemaal een beetje "larger than life" te worden (en toen ik vele jaren later op het filmfestival een docu zag over die periode, bleek de band toen echt wel op springen te hebben gestaan).

Daarna verdween U2 terug naar mijn muzikale achtergrond. Toch kon ik het af en toe niet laten om nog eens te gaan zien. En eerlijk gezegd, de shows stelden nooit teleur (mag ik mijn joker gebruiken voor de 'Popmart'-tour in Werchter in 1997?). De ‘Vertigo’ tour in het Koning Boudewijnstadion (2005) was een bom, vijf jaar later streken ze er nog eens neer met een giganteske constructie genaamd ‘The Claw’. Maar echt nostalgisch werd het in augustus 2017, toen ze na dertig jaar nog eens de hort optrokken met een ‘The Joshua Tree Tour’.

Tien songs uit de platen, die ze deze eeuw releaseten, kan ik bezwaarlijk bij elkaar denken. Maar dat ze me in 1983 vertelden dat er een leven was buiten de Top 30, daarvoor kan ik alleen maar nederig blijven.

← Terug naar overzicht